Wat je darmen nog meer doen dan poep maken

Je darmen…. als ik op de markt in Den Bosch ga staan en lukraak aan mensen (groot en klein) ga vragen waar de darmen zitten in het lichaam, dan neem ik toch even aan dat iedereen wel het juiste plekje in het lijf aanwijst. En als ik dan ga vragen wat die darmen eigenlijk doen voor ons, dan denk ik dat ik ook wel ongeveer weet wat de antwoorden gaan zijn: iets met eten verteren en poep maken. En dat klopt natuurlijk, althans gedeeltelijk. Het antwoord is alleen nog niet af…. De darmen doen namelijk nog wel wat meer en daar wil ik het met je over hebben in deze blog.

De darmen hebben ‘iets’ met spijsvertering te maken

Omdat het antwoord ‘de darmen doen iets met de spijsvertering’ niet helemaal de lading dekt, wil ik hier ook even kort bij stil staan. Want de darmen hebben wel een grote rol bij de vertering van je eten, alleen doen ze dat niet zelf. In de darmen, en dan voornamelijk in de dunne darm, vindt het laatste deel van de vertering van je eten plaats. Hiervoor heb je allerlei enzymen gekregen van de alvleesklier en de darm faciliteert als het ware de plek van vertering. Ondertussen wordt de voedselbrij die verteerd wordt door de darm kalm aan richting de uitgang gestuurd. De darm is dus een soort lopende band waar de vertering op plaatsvindt. Het tempo van die band bepaalt mede hoeveel onverteerde resten er aan het einde nog in de ontlasting zitten.

Voeding die gaandeweg (hopelijk volledig) verteerd is, wordt vooral in de dunne darm opgenomen in de bloedbaan. Via het bloed worden de voedingsstoffen naar de lever gebracht om verder te gebruiken. Wat resteert in de darm zijn onverteerde voedingsresten, vezels, mineralen en water. Het water wordt – samen met de mineralen – terug opgenomen in het bloed. Dat gebeurt vooral in de dikke darm. Dat is ook de plaats waar je darmbeestjes zich tegoed doen aan de vezels in jouw voeding. In ruil daarvoor maken ze vitamines, communicatiestoffen en energie die dan vanuit de dikke darm worden opgenomen in het bloed. Wat resteert is poep die het lichaam verlaat.

De darmen en ontgifting

En dat brengt mij meteen bij een hele belangrijke volgende functie van de darmen, namelijk die van de ontgifting. Bij ontgifting denken veel mensen aan de lever en dat is juist. De lever is een van de organen die betrokken is bij het opruimen van giftige stoffen. De lever breekt deze stoffen af en de afvalstoffen moeten dan ergens heen. Dat is normaal gesproken de ontlasting of de urine. Zonder regelmatige ontlasting kunnen gifstoffen zich dus ophopen in het lijf. En dat geeft klachten, zeker als je langere tijd niet dagelijks naar het toilet kunt.

Het immuunsysteem huist in de darmen

De darmen spelen ook een hele grote rol bij het goed werken van je immuunsysteem. In je darmen zijn heel veel immuuncellen aanwezig en actief. Dat is logisch, want in de darmen (in de voedselbrij die verteerd wordt) hangt van alles rond. Allerlei klein gespuis waar je in potentie ziek van kunt worden, zoals virussen, bacteriën, schimmels en parasieten, soms zelfs wormen…. tja…ze komen allemaal mee via de voeding of via je handen als je die niet gewassen hebt voordat je ging koken. 

De immuuncellen in de darmen praten met de immuuncellen in de rest van het lichaam. Zo weet het lijf wat er door de darm heen gaat op dat moment en waar het zich dus op moet voorbereiden mochten sommige van deze probleemjongens de weg naar binnen vinden. Natuurlijk staan in dat geval de immuuncellen in en net buiten de darmwand klaar om het gevecht aan te gaan en de strijd te winnen, maar daarbij wordt wel meteen de rest van het immuunsysteem geïnformeerd en op standby gezet. Gelukkig maar, want dit vergroot onze kans op overleven enorm.

De rol van de darmen bij stemmingsklachten

In de darmen worden ook communicatiestoffen gemaakt. Dat zijn hormonen en neurotransmitters. Ze worden gemaakt door onze eigen darmbewoners, de vriendelijke beestjes die het goed met ons voor hebben en die onze vezels voor ons opeten. In ruil daarvoor produceren zij dan onder andere communicatiestoffen.

Deze communicatiestoffen spelen een rol bij het goed werken van je hersenen. Ze bepalen mede de stemming die jij overheersend hebt. Serotonine is een van die communicatiestoffen. Serotonine zorgt ervoor dat jij lekker in je vel zit, je happy en gelukkig voelt. Dat je de wereld een beetje positief kunt bekijken. Ongeveer 90% van de hoeveelheid serotonine wordt in je darmen gemaakt.

GABA is een andere communicatiestof die in je darmen wordt gemaakt en die heel bepalend is voor je hersenfuncties. Als je onvoldoende GABA maakt, dan staat je hoofd altijd aan, heb je super veel last van allerlei prikkels en kun je bijna niet ontspannen. Een verstoring in de samenstelling van je microbioom kan dus allerlei hersen- en stemmingsklachten geven.

Emoties gaan ook door de darm

Tot slot is het goed om je te realiseren dat in de darmen niet alleen voeding wordt verteerd maar ook emoties. Dingen die iemand tegen je heeft gezegd, die je zijn overkomen, waar je moeite mee hebt, dingen van nu maar ook dingen van vroeger. Allerlei emoties (jong en oud) gaan door de darmen heen.

Daarom zie je ook vaak dat vrouwen darmklachten hebben in tijden waarin ze door een emotioneel proces heen gaan. Dan ontstaat ineens diarree (loslaten) of obstipatie (vasthouden). Het kijken naar darmklachten vanuit deze bril kan heel helpend zijn om de darmen weer tot rust te krijgen. En om te aanvaarden dat je nu even darmklachten hebt, omdat je met een pittig stukje van je proces bezig bent. Prima…. dan hoef je dus niet meteen rigoureus je voeding aan te passen, want dan herstelt de darm wel weer als de emoties wat meer ‘verteerd’ zijn.

Zal ik je op weg helpen?

Voel jij na het lezen van deze blog aan alles dat het nu jouw tijd is om aan de slag te gaan om je darmen te versterken en kun je daarbij wel wat hulp gebruiken? Meld je dan aan voor een gratis online sessie, dan kijk ik even met je mee en krijg je alvast 2 tips waar je meteen mee aan de slag kunt.

Meer info en aanmelden kan hier: https://www.vanappeltotzeekraal.nl/gratis-sessie-met-minimaal-2-gouden-tips-speciaal-voor-jou/

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Voedingsgewoonten: voeden ze jou wel?

Voor veel mensen is wat ze eten, wanneer en onder welke omstandigheden iets waar ze niet echt over nadenken. Ze doen het al jaren zo en er zijn wel prangendere zaken om over na te denken. En dat snap ik. Dat heb ik zelf ook heel lang gedaan tot het echt niet meer kon. Tot mijn lijf zo hard protesteerde dat ik het niet meer kon negeren. 

Hoe fijn zou het zijn, als jij dat moment voor bent en al veel eerder gaat ontdekken of de dingen die jij doet rondom je voeding jou eigenlijk wel voeden?

Voedingsgewoonten ontstaan al vroeg in het leven

We staan er vaak niet bij stil, maar onze voedingsgewoonten ontstaan al heel vroeg in het leven. In je gezin van herkomst om precies te zijn. Als klein meisje leerde je van je ouders hoe het moest met eten. Bijvoorbeeld dat je op bepaalde tijden moest eten, want dan was het lunchtijd of tijd voor het avondeten. Misschien heb jij wel geleerd dat het om 16.00 uur tijd voor fruit is, want dan kwam je uit school en kreeg je van je moeder een appel. Het zijn de kleine dingen, waar je als kind geen vraagtekens bij zet, die later in je leven zo normaal zijn geworden dat je er nog steeds geen vragen bij hebt. Terwijl je dat op die leeftijd misschien toch eens zou moeten doen.

Deze vroeg in het leven aangeleerde voedingsgewoonten spelen namelijk een grote rol bij het ontstaan van bepaalde ziekten die ‘in de familie’ zitten. In negen van de tien gevallen heeft dat met erfelijkheid niets van doen en alles met voedingsgewoonten. 

Waarom eet je wat je eet?

Neem nu eens in gedachte wat je zoals eet op een dag onder de loep. Waarom eet je wat je eet? Is dat omdat je nu eenmaal van huis uit hebt geleerd, dat ontbijt een bakje yoghurt is en lunch een broodje kaas? En heb je in dat ontbijt later in je leven de cornflakes vervangen door haver omdat je had gelezen dat dit veel gezonder is? Waarom doe je eigenlijk wat je doet? En nog veel belangrijker: hoe voelt dat voor je?

Veel mensen hebben geen idee van het effect van voeding op hoe ze zich voelen. Dat komt mede omdat ze al sinds hun kindertijd min of meer eenzelfde voedingspatroon hebben. Ze voelen zich dus al jaren ongeveer zoals ze zich nu voelen en dat is de normaal geworden. Het is normaal dat ze altijd een beetje moe zijn of een onregelmatige stoelgang hebben, niet zo goed slapen of slecht tegen stress kunnen. Dat is nu eenmaal wie ze zijn. Het hoort bij ze. 

Maar is dat ook echt zo? Of zou een deel van jouw staat van zijn ook komen door wat je eet? Ik zie dagelijks in mijn praktijk dat het antwoord op deze vraag een volle JA is.

Is op uur en tijd eten wel een goed idee?

De volgende vraag die je je zou kunnen stellen is dan: waarom eet ik op het moment dat ik het doe? Heb ik dan honger of eet ik altijd op dit tijdstip omdat het dan namelijk ontbijt-tijd, lunch-tijd over avondeten-tijd is? 

Zelf ontbijt ik bijvoorbeeld niet als ik geen honger heb. Je wilt niet weten hoe vaak ik in reactie hierop van andere mensen niet te horen krijg “Ja, maar je moet wel ontbijten hoor!”. Als ik ze dan vraag waarom, dan blijft het vaak verdacht stil. Want waarom zou je iets moeten eten als je lijf geen enkel signaal geeft dat het voeding nodig heeft op dat moment? Alleen maar omdat het 7.30 uur is en dus ontbijt-tijd? Even er vanuitgaande dat je geen eetstoornis hebt natuurlijk.

Het is niet alleen heel raar om te eten als je geen honger hebt, het ontregelt ook nog eens behoorlijk je bioritme. En laat dat nu heel belangrijk zijn om je lichaam goed te laten werken; om alle organen een beetje fijn samen te laten werken, zodat jij lekker in je vel zit.

Hoe ziet jouw eetmoment er eigenlijk uit?

Tot slot kom je dan uit bij de vraag: onder welke omstandigheden ben jij aan het eten? Zit je aan tafel of gaat de maaltijd staandebeens naar binnen? Heb je aandacht voor je eten of de mensen met wie je aan tafel zit of ben je aan het scrollen op een mobiel apparaat? Gun je jezelf voldoende tijd om even in alle rust van je maaltijd te genieten of zit er een kleine slavendrijver op je schouder die je aanmaant om wel een beetje door te doen omdat je nog meer te doen hebt? En wat denk je dat dit doet met je spijsvertering?

Vragen om te gaan beantwoorden

Deze blog is er een vol met vragen geworden, vragen aan jou. Mijn laatste vraag aan jou is eigenlijk: wat zou er gebeuren als je de komende tijd eens met deze vragen aan de slag zou gaan? 

Ga dat eens ontdekken. Stel bij wat je doet rondom je voeding eens vragen en voel wat dat met je doet. Voel wat je eten eigenlijk voor je doet. Voel of je op het juiste moment eet en waarom je eet. Laat eens een een weekje je ouwe trouwe vaste maaltijd staan en eet eens iets anders. En ontdek wat dat met jou doet.

Door zo met je voedingsgewoonten aan de slag te gaan, ga je een hele hoop ontdekken over jezelf. Belangrijker nog, je gaat ontdekken wat jou voedt. En als je dat dan meer gaat doen, dan gaan er dingen positief veranderen zowel in je lijf als in hoe jij in dat lijf zit.

Wat doet deze blog met je? Wil je dat hieronder met mij delen?

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

5 tips om je immuunsysteem klaar te stomen voor de herfst- en wintermaanden

Het is zover: de herfst is begonnen. We gaan de tijd tegemoet van mooi gekleurde bomen, vallend blad, een kop warme choco na een frisse boswandeling. Heerlijk….. tegelijkertijd brengt de herfst ook het begin van het snot- en griepseizoen. Niet zo fijn natuurlijk, maar gelukkig kun je van alles doen om je lijf daarop zo goed mogelijk voor te bereiden. 

1. Zorg voor een goede vitamine D spiegel

Vitamine D is nodig voor een goed werkend afweersysteem. Het versterkt het immuunsysteem en is een belangrijke factor bij de afweer tegen virussen zoals griep- en andere snotvirussen. Een goede vitamine D waarde lijkt op basis van nieuwe wetenschappelijke onderzoeken ook belangrijk om het huidige coronavirus waarvan je Covid-19 kunt krijgen goed te kunnen verslaan.

Ons lichaam maakt vitamine D zelf aan. In Nederland is het alleen onmogelijk om dit voldoende te doen voor een optimale vitamine D spiegel. Daarom is het slim om, zeker in de herfst- en wintermaanden, vitamine D bij de slikken. Het beste doe je dat op basis van je vitamine D3 bloedwaarde, zodat je weet hoeveel je veilig kunt nemen. Teveel vitamine D uit een supplement kan namelijk schadelijk zijn. Meet dus je vitamine D waarde even. Dat kun je heel makkelijk zelf doen via deze vingerpriktest die je thuis afneemt en instuurt naar het lab. Zij sturen je dan de uitslag en op basis daarvan kun je bepalen welke dosering vitamine D voor jou nodig is. En kom je daar niet uit, mail je me gewoon even.

2. Eet twee tot drie keer per week vette vis

In vette vis, en dan bedoel ik geen kibbeling maar bijvoorbeeld zalm of makreel, zitten omega 3 vetzuren. Die zijn essentieel om een immuunreactie weer op tijd te stoppen en dat is belangrijker dan je misschien had bedacht. 

De klachten die je hebt als je een virus of bacterie hebt opgepikt worden namelijk niet veroorzaakt door dat beest maar door je immuunsysteem. Een actief immuunsysteem geeft schade aan je lijf en een hoop gedoe. Deze immuunreactie is weliswaar heel belangrijk om te overleven maar moet ook weer op tijd gestopt worden. Daar heb je omega 3 vetten voor nodig. Eet je geen vis, overweeg dan een goed visolie supplement. Overleg wel met een deskundige voor je dat doet, want visolie werkt bloedverdunnend en dat is niet voor iedereen even slim.

3. Zorg voor gezonde darmen

Onze afweer wordt voor het grootste deel in de darmen bepaald. Een microbioom dat goed in balans is, is heel helpend om jou te beschermen tegen allerlei indringers van buiten waar je ziek van kunt worden. Je darmbeestjes hebben dan wel voldoende voeding nodig. Ze eten het liefst vezels die wateroplosbaar zijn en goed te fermenteren. Die vezels zitten volop in groenten en fruit en dan met name in die groenten en fruit waar je op moet kauwen. Die moet je dus volop in je menu hebben. Denk maar aan witlof, wortelen, pastinaken, broccoli, koolsoorten. Granen bevatten ook vezels. Helaas zijn dat vezels die veel lastiger te fermenteren zijn. Je darmbewoners hebben er dus veel minder aan en dat geldt daarmee ook voor jou. Eet dus liever groenten voor je darmbeestjes.

4. Slaap, slaap en nog eens slaap

Er gaat niets boven een goede nachtrust. Ook voor een goed werkend immuunsysteem heb je voldoende en goede slaap nodig. Als je slaapt rust je uit, vinden er herstelwerkzaamheden plaats in je lijf en doe je energie op. Die energie kun je dan onder andere gebruiken voor je afweer. Bovendien patrouilleert je immuunsysteem in de nacht door je lijf om potentiële ziekteverwekkers aan te pakken voor ze jou aanpakken. Wel zo handig dat jij dus een beetje zorgt voor voldoende slaap. Op tijd naar bed dus…!

5. Meer bewegen in de buitenlucht

Beweging is gezond. Dat is natuurlijk niks nieuws. Maar waarom is bewegen zo goed voor je immuunsysteem? Dat komt omdat je lijf bij wat intensievere beweging overschakelt op de aerobe verbranding. Je lijf gaat zuurstof verbruiken. Het immuunsysteem kan dat niet. Het werkt anaeroob, dus zonder zuurstof. Door aeroob te gaan verbranden breng je het immuunsysteem tot rust. Bovendien ga je bij beweging melkzuur produceren en ook dat remt het immuunsysteem. Zo voorkom je dat het immuunsysteem overactief wordt en daarmee niet meer optimaal kan reageren op binnendringende beesten zoals virussen en bacteriën.

Als je dat bewegen dan ook nog in de buitenlucht doet, dan geef je het lichaam ook nog eens extra zuurstof (de luchtkwaliteit binnen is echt niet optimaal). En als je in een boomrijke omgeving gaat bewegen dan voeg je daar natuurlijke essentiële oliën aan toe die de bomen afgeven. Deze helpen vaak ook het afweersysteem.

Bonustip: Pak chronische klachten aan

Als je met de 5 tips die hierboven staan aan de slag gaat, dan ben je al goed op weg. Maar er is nog iets dat heel belangrijk is om klaar te zijn voor de uitdagingen in de herfst- en wintermaanden en dat is het aanpakken van chronische klachten.

Chronische klachten staan vaak in de weg aan een goede afweer tegen virussen en bacteriën. Dat komt onder andere omdat er bij chronische klachten sprake is van een chronisch actief immuunsysteem. Daar is het immuunsysteem niet voor gemaakt. Als deze situatie te lang duurt, dan gaat het immuunsysteem fouten maken. Zo kunnen ziekten ontstaan. Bovendien is een chronisch actief immuunsysteem vaak niet meer in staat om de situatie op te lossen. Tja, dan kost het actief zijn van je immuunsysteem wel veel energie maar merk je er qua gezondheid niet zoveel van. Door het oplossen van onderliggende problemen in je lijf, komt je lijf tot rust, komt je immuunsysteem tot rust en kan het weer gaan doen waar het voor bedoeld is, namelijk acute situaties zoals een flinke griep oplossen.

Zal ik je op weg helpen?

Voel jij na het lezen van deze blog aan alles dat het nu jouw tijd is om aan de slag te gaan om je immuunsysteem te versterken en kun je daarbij wel wat hulp gebruiken? Meld je dan aan voor een gratis online sessie, dan kijk ik even met je mee en krijg je alvast 2 tips waar je meteen mee aan de slag kunt.

Meer info en aanmelden kan hier: https://www.vanappeltotzeekraal.nl/gratis-sessie-met-minimaal-2-gouden-tips-speciaal-voor-jou/

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Is het eten van plantaardige eiwitten een goed idee?

Deze week zag ik een berichtje in het nieuws wat meteen mijn aandacht had. Een groep diëtisten kwam naar buiten met een alternatieve schijf van vijf genaamd de schijf for life. Uitgangspunt daarbij is een volledig plantaardig voedingspatroon. Nu is het heel goed dat we die schijf van vijf er eens uit gooien, maar een volledig plantaardig voedingsadvies, daar heb ik zo mijn bedenkingen bij. Sterker nog, dat vind ik – als ik kijk naar de fysiologie van het lichaam – voor de meeste mensen geen goed idee. 

Wat zijn eiwitten en waarom eten we ze?

Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren. Eiwitten kun je je dan voorstellen als hele lange kralensnoeren en de kralen zijn de aminozuren. Als je eiwitten eet, dan knipt je lichaam de kralen los uit de snoer. Dat proces heet de spijsvertering. Je lichaam kan namelijk geen eiwitten opnemen uit de voeding, maar wel de losse aminozuren. 

Aminozuren worden door je lijf gebruikt als bouw- en reparatiestof. Je maakt er dus dingen van. Dat kan van alles zijn van spiercellen tot hormonen. Eiwitten zijn super belangrijk voor je lijf, ongeveer 80% van wat je in je lijf aantreft is ervan gemaakt.

Het menselijk lichaam heeft 22 verschillende soorten aminozuren nodig. En hoewel het lijf heel ingenieus in staat is om een aantal daarvan zelf te maken, komt het er voor de meeste mensen op neer dat ze al deze verschillende aminozuren gewoon moeten eten. De eigen aanmaak is meestal onvoldoende voor al dat bouw- en herstelwerk. En daar wringt voor mij het advies van een volledig plantaardig voedingspatroon.

Het verschil tussen plantaardige en dierlijke eiwitten

In dierlijke eiwitten, dus in vlees, vis, gevogelte en eieren, zijn alle 22 aminozuren aanwezig. Je hebt er dus geen omkijken naar. Als je regelmatig iets van dierlijke eiwitten eet, dan krijg je in ieder geval alle benodigde aminozuren binnen. Dat is niet het geval bij plantaardige eiwitten.

In plantaardige eiwitten (zoals peulvruchten, noten, pitten, zaden, quinoa) zitten namelijk lang niet altijd alle aminozuren. Daarom moet je bij een volledig plantaardig voedingspatroon heel goed weten welke aminozuren aanwezig zijn in welk voedingsmiddel, zodat je slimme combinaties kunt maken en geen tekorten krijgt. En dan nog krijg je niet alle aminozuren binnen, want het aminozuur carnitine is alleen te vinden in dierlijke voeding. Het lichaam kan carnitine overigens wel uit andere aminozuren maken, maar dan moet je die dus wel in voldoende mate eten en verteren.

Plantaardige eiwitten zijn lastiger te verteren

Naast dat plantaardige eiwitten dus vaak niet alle aminozuren bevatten, zijn ze helaas ook lastiger te verteren dan dierlijke eiwitten. En alles wat je niet verteert, kun je niet opnemen in je lijf. Dit betekent dat de aminozuren die je dan wel in je voeding hebt zitten niet kunt gebruiken maar in het toilet aantreft. 

Planten bevatten steeds minder eiwitten

Daarnaast blijkt uit onderzoek, dat door de toename van CO2 in de lucht de samenstelling van planten verandert. Er zitten daardoor minder eiwitten in planten en meer koolhydraten (suikers). Je moet dus meer plantaardige voeding eten om aan je eiwitbehoefte te komen. Daardoor krijg je ook meer koolhydraten binnen. Niet iedereen reageert daar even tof op.

Plantaardige eiwitten zijn een mooie aanvulling

Toch ben ik er wel een voorstander van om ook regelmatig plantaardige eiwitten te eten en zo je voedingspatroon uitgebreid en gevarieerd te houden. En hoe die verhouding tussen plantaardige en dierlijke eiwitten er dan moet uitzien is voor iedereen verschillend. Gelukkig maar! De ene mens doet het namelijk veel beter op wat meer plantaardige voeding dan de ander. En daarmee rekening houden lijkt me een mooie stap richting meer gezondheid. Want iets kan op papier nog zo’n geweldig idee zijn, als jouw lijf het niet wil dan werkt het (voor jou) niet.

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Mijn 10 tips om met succes je voeding aan te passen

In mijn blog van vorige week kon je lezen welke basisstappen je zou kunnen zetten om met succes te starten met het aanpassen van je voeding. Het gaat in die blog vooral over een aantal mindset-stappen. In deze blog gaan we het concreet maken en deel ik mijn 10 gouden tips om je voeding concreet en met succes aan te passen.

1. Besluit dat NU het moment is waarop je het gaat doen

Zoals ik in mijn vorige blog al heb geschreven, er is nooit een beter moment om te starten dan NU. Er zal altijd iets zijn waardoor NU niet het meest ideale moment is. Wacht niet op het ideale moment en begin gewoon. Hoe klein ook. In de kleinste verandering zit vaak het grootste resultaat.

2. Deel het besluit en vraag om support

Het veranderen van je voedingspatroon is niet niks en ook niet iets dat onopgemerkt zal blijven voor je omgeving. Deel je besluit dus met je directe omgeving. Daarmee bedoel ik de mensen waarmee je leeft en eet. Ga het besluit niet uitleggen, maar zeg dat je je voeding gaat veranderen omdat je voelt dat dit nu voor jou nodig is. Meer uitleg hoeft niet. Je hoeft het niet te verantwoorden.

Vraag je directe omgeving ook om support. Ze hoeven niet met je mee te doen, maar het is wel heel fijn als ze begrip en respect hebben voor jouw keuze. Dat ze je de ruimte geven om het op jouw manier te gaan doen en ontdekken. Ben daarin ook concreet. Geef aan wat je nodig hebt. Dus bijvoorbeeld: “Ik heb het van je nodig dat je me geen boterham meer aanbiedt.” of iets anders dat jou het beste zal helpen om je aan je besluit te houden.

3. Verander slechts één ding per keer

Rome is ook niet op 1 dag gebouwd, dus gooi niet ineens je hele voedingspatroon om zonder deskundige begeleiding. Neem gewoon één ding, pas dat aan en doe dat een week. Merk wat het met je doet en of het je na die week al makkelijker afgaat. Als dat zo is, dan neem je er iets anders bij, zo niet dan houd je het nog even bij dat ene ding.

4. Houd bij wat er gebeurt in je lijf

Je lijf gaat reageren op andere voeding, dat kan niet anders. Neem elke dag een kort momentje voor jezelf en voel eens wat er gebeurt in je lijf. Vooral na het eten, tussen de maaltijden door en als je naar het toilet gaat. Wat merk je? Ben je daar blij mee? En zo niet, wat is er dan nodig om het beter te doen?

5. Houd niet vast aan wat je probeert los te laten

Als je anders gaat eten, dan ga je waarschijnlijk uit de pas lopen bij wat de rest van de maatschappij doet. Chapeau! Dat is de bedoeling, want wat je deed sloot daar misschien wel op aan maar was voor jou niet goed. De grootste moeilijkheid zit erin om vast te blijven houden aan wat je probeert los te laten. Ik bedoel: als je besluit dat je geen brood meer wilt eten, dan moet je niet vasthouden aan de gedachte hoe lekker dat brood wel niet is of hoe makkelijk anderen het hebben omdat zij wel snel een boterham kunnen maken en jij iets meer werk hebt om je salade klaar te maken. Vasthouden aan wat je los probeert te laten is gedoemd om te mislukken.

6. Ga uit van wat er allemaal wel kan

Het is heel verleidelijk om te blijven kijken naar alles dat je niet meer mag eten. Als je vanuit deze blik aan de slag gaat, dan ervaar je continu een gevoel van tekort. Dan gaat het niet werken voor je. Ga daarom uit van wat er wel kan. Hang een voedingsmiddelenlijst op de koelkast van alle voeding die passen in je gezonde nieuwe menu en kies met die lijst in de hand wat je gaat eten. Een goede voedingsmiddelenlijst vind je bijvoorbeeld in mijn gratis e-boek ‘3 tips om met succes je voeding aan te passen’

7. Maak een weekmenu

Neem aan het begin van elk seizoen even de tijd om een weekmenu te maken. Schrijf op wat je de komende maanden elke week gaat eten. Dat haalt de druk eraf om elke week 21 nieuwe maaltijden (ontbijt, lunch en avondeten) te moeten verzinnen. En wil je een keer iets anders eten, dan kan dat natuurlijk gewoon.

8. Houd het simpel

Zeker in het begin is het super belangrijk om het simpel te houden. Zorg dat je bij elke maaltijd iets van groente, gezonde vetten en iets van eiwit (een eitje, stukje vis of kip) eet en je bent al een flinke stap in de goede richting. Hoe je van deze ingrediënten weer die super toffe maaltijden maakt waar je van oor tot oor van gaat glimmen omdat je er zo van geniet komt vanzelf wel weer. Dat heeft tijd nodig.

9. Vier je successen

Sta stil bij je successen: een hele dag gezond gegeten, een hele week gezond gegeten, op een dag dat je het lastig had gezond gegeten. Allemaal reden voor een mini-feestje. Sta er even bij stil. Ben trots op jezelf. 

10. Sta jezelf een niets-is-toxisch-dag toe

En tot slot is het ook belangrijk om je te realiseren dat de boog niet altijd gespannen hoeft te staan. Liever niet zelfs….. dus sta jezelf een niets-is-toxisch-dag toe. Dat is een dag waarop je iets eet wat niet meer in je nieuwe voedingspatroon past, maar wat je altijd zo ontzettend lekker vond. Het is niet een dag waarop je jezelf de hele dag volpropt met van alles dat niet goed voor je is. Dus je eet ook op die dag gezond, maar maakt ook een uitstapje naar iets dat minder gezond is: dat stukje taart op die verjaardag, die pizza bij het uit eten gaan, een klein handje chips (maar niet een hele zak). Zo houd je het ook leefbaar voor jezelf en blijf je flexibel.

Hebben deze tips je inspiratie gegeven om NU toch echt aan de slag te gaan met je voeding? Heb je nu het vertrouwen dat het ook jou gewoon gaat lukken?

Wil je dat hieronder met mij delen?

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Hoe pas je met succes je voeding aan?

Als ik mensen vertel, dat ik vrouwen begeleid om meer energie en minder klachten te hebben door anders te gaan eten en leven, dan krijg ik heel vaak de vraag “Hoe moet dat in hemelsnaam: met succes (blijvend) je voeding aanpassen?”. Het antwoord is eigenlijk heel simpel: je doet het gewoon! Je begint ermee en stopt er niet meer mee.

Maar goed, dat is wel een heel kort antwoord en ik snap natuurlijk ook wel dat jij er niet heel veel wijzer van wordt. Er valt ook veel meer over te vertellen, dus laat ik dat in deze blog eens doen.

Het begint met een besluit

In de kern komt het antwoord dat ik hierboven heb gegeven neer op het volgende. Je besluit dat je het gewoon gaat doen. En er is maar één moment het meest geschikt om dat besluit te nemen en dat moment is NU. Want laten we eerlijk zijn, er is altijd wel een reden te verzinnen waarom NU niet het goed moment is. Omdat je het te druk hebt, omdat je kinderen hebt, omdat je niet zou weten wat je dan wel moet eten, omdat het winter wordt…. vul zelf je eigen waarom-niet-nu maar in.

Toen ik mijn besluit een aantal jaren geleden nam, was ik in de ‘luxe-positie’ dat mijn lijf gewoon echt niet verder wilde op de manier waarop ik het de daaraan voorafgaande 40 jaar had gedaan. Een lijf hebben dat protesteert is soms het beste geschenk dat je hebben kunt, want het praat met je en geeft je aan dat jij iets anders moet verzinnen. Dat is altijd beter dan een lijf dat nooit communiceert met je en er ineens gewoon mee stopt….

Alle begin is moeilijk

Ik zou willen dat ik kon zeggen dat het na het nemen van het besluit simpeler wordt, maar dan zou ik je voor de gek houden. Ook hier geldt het adagium: alle begin is moeilijk. En ben eens eerlijk, dat is toch ook logisch? Je hebt 20, 30 of 40 jaar lang op een bepaalde manier gegeten en dan ga je dat ineens anders doen. Hoezo verwacht je dan dat dit zonder enige leercurve zal gaan? Jij moet er aan wennen en je lijf ook.

In mijn geval verschoof mijn voeding van een menu dat vooral bestond uit graanproducten en zuivel (met natuurlijk ook groenten en een stukje vlees of vis), naar een menu dat vooral bestaat uit groenten, wat fruit, gezonde vetten en een passend stukje vis, gevogelte en soms iets van vlees. Concreet vielen zo’n beetje al mijn recepten af en al het vertrouwde viel weg. En dat is eigenlijk een mooie plek om te zijn, want je kunt echt gaan ontdekken wat jou voedt. 

Maar dat betekende wel, dat mijn maaltijden in het begin niet meteen restaurant-waardig waren. Dat het niet alle avonden aan tafel genieten was van kop tot teen. Ik die zo van lekker eten houd, zat dan boven een bord met groenten (waarmee ik toen nog niet zoveel raad wist) zonder saus, zonder pasta, zonder kaas….. 

Ik nam de tijd en stond mezelf toe om opnieuw te leren koken. Met nieuwe ingrediënten, nieuwe recepten, nieuwe ideeën. En kalm aan werd het weer een feestje op mijn bord. Maar vanaf dag 1 was het wel een steeds groter wordend feestje in mijn lijf. Vanaf die eerste dag gaf mijn lijf mij aan dat ik op het juiste spoor zat. En dat was beloning genoeg.

En dan gaat het mis (of niet)

Zo ben je ineens een paar weken lekker bezig met je voeding en voel je je daar eigenlijk best goed over. Tot het mis gaat….. er gebeurt iets in je leven waardoor het ineens lastiger wordt. Je verliest je baan, er is iets met je kinderen, je gaat verhuizen of verbouwen of er gebeurt iets anders wat ineens alle aandacht vraagt. En dan heb je grofweg 2 opties: kijken hoe het ook onder die omstandigheden lukt of naar de friettent (afhaal-Chinees, pizzaboer, etc). Begrijp me niet verkeerd: ik snap volledig dat je voor die friettent kiest. Toch…. met bijna hetzelfde gemak doe je het niet en zet je iets gezonders op tafel. Al is het maar wat groenten (gestoomd of rauw), een stukje kip of vis en haal je daar een keer frietjes bij omdat je weinig ruimte hebt om echt een volwaardige maaltijd te koken.

Concrete tips en tops

In mijn blog van volgende week deel ik mijn 10 beste tips en tops met je over hoe je concreet je voeding met succes aanpast. Wil je niet wachten? Download dan nu alvast mijn gratis e-boek met daarin 3 tips om met succes je voeding aan te passen.

Dat kun je hier doen: https://www.vanappeltotzeekraal.nl/3-tips-om-met-succes-je-voeding-aan-te-passen/

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Je darmen zijn je tweede brein (en misschien wel je eerste brein)

Hersenen…. als je het op de markt in Den Bosch lukraak aan mensen zou vragen waar die zitten in het lijf, dan zullen de meeste mensen wijzen naar hun hoofd. Helemaal terecht natuurlijk. En toch….. als je zou wijzen naar je buik, dan zou ik het antwoord ook goedkeuren. Want je darmen zijn ook een soort hersenen, maar dan anders.…

Hersenen worden gebruikt voor communicatie

In je hersenen krioelt het van de zenuwbanen die zijn opgebouwd uit gigantische hoeveelheden zenuwcellen. De samenspel van zenuwcellen in je hoofd heet het centrale zenuwstelsel. In dit stelsel is het een drukte van belang. De zenuwcellen communiceren de hele dag met elkaar. Ze brengen informatie vanuit het lichaam (dat een eigen zenuwstelsel heeft) over naar bepaalde delen van de hersenen en ze communiceren het antwoord van de hersenen weer terug naar het lichaam.

Stel bijvoorbeeld dat je je hand legt op een gloeiend hete verwarming. Die warmteprikkel komt via de zenuwcellen in de huid razend snel aan bij de hersenen. Die geven vervolgens (via andere zenuwbanen) de spieren in je hand opdracht om in beweging te komen, van de verwarming af. Zo zijn er ontelbare voorbeelden te geven waarin het lichaam en de hersenen met elkaar praten om de boel een beetje leuk aan de praat te houden voor jou.

Het zenuwstelsel van je darmen

Je darmen hebben een buitengewoon complex en zelfstandig werkend zenuwstelsel. Dat is zo zelfstandig, dat als je de zenuwverbinding tussen de darmen en de hersenen zou doorsnijden, dat het zenuwstelsel van de darmen in leven blijft en haar werk blijft voortzetten. Dat is nergens in het lichaam zo geregeld, alleen in de darmen. Het zenuwstelsel in de darmen heet het enterisch zenuwstelsel. Juist omdat dit zenuwstelsel in de darm zo zelfstandig kan opereren, wordt het ook wel je tweede brein genoemd.

Dit enterisch zenuwstelsel heeft uiteraard heel veel communicatielijntjes met het centrale zenuwstelsel in je hoofd. Maar nu komt het….. er lopen meer communicatielijntjes van de darmen naar het hoofd dan andersom. Het is daarmee dus de vraag of het zenuwstelsel van je darmen niet  eigenlijk je eerste hersenen zijn.

De rol van de darmflora in het zenuwstelsel

Communicatie in het zenuwstelsel gaat via communicatiestoffen, die we neurotransmitters noemen. Een hele bekende neurotransmitter is serotonine. Serotonine zorgt ervoor dat je lekker in je vel zit, je gelukkig voelt en verbinding voelt met de mensen waar je van houdt. Deze werking van serotonine vindt vooral in de hersenen plaats. Toch is de basis van serotonine in je buik te vinden. 

90% van alle serotonine die jij gebruikt in je lijf wordt namelijk in je darmen gemaakt door je microbioom. Vrouwen met een verstoorde darmflora hebben dan ook vaak gedoe met serotonine en zitten niet lekker in hun vel, terwijl er ogenschijnlijk in hun leven niet zoveel mankeert. Alles gaat goed in hun leven en toch zijn ze niet happy. 

Gedoe in je buik geeft gedoe in je hoofd

Nu je dit weet, begrijp je waarschijnlijk veel beter waarom gedoe in je buik ook gedoe in je hoofd geeft. Gedoe in je buik wordt namelijk meteen gecommuniceerd met je hersenen en dat heeft vaak effect op hoe je je mentaal voelt. Daarom hebben mensen met een prikkelbare darm bijvoorbeeld een groter risico om zich down en depri te voelen. Depressieve klachten zijn dan ook vaak een teken van een darmprobleem.

Een begin van een oplossing kan dan gevonden worden in het gezonder maken van je darmen. Daarover gaat mijn e-boek Gezonde darmen dat je hier kunt downloaden.

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Hoe vaak per week moet je vis eten?

Vis is voor mij een van de belangrijkste voedingsmiddelen die je op je bord kunt leggen. De rol van het eten van vis op je gezondheid is zo groot, dat ik mijn klanten dan ook standaard vraag hoe vaak ze vis eten per week en welke vis er dan op hun bord komt. De meeste van mijn klanten eten echter nauwelijks vis of hooguit 1 keer per week een stukje kibbeling of zo. Tja, dan is er werk aan de winkel, zeker als er sprake is van allerlei klachten die er al jaren zijn en die maar niet over gaan. Vis speelt namelijk een belangrijke rol in het functioneren van je lijf.

Vis is een goede bron van eiwitten

Verreweg de belangrijkste bouw- en herstelstoffen in ons lichaam zijn afkomstig van eiwitten. Eiwitten vind je in vlees, gevogelte, eieren, vis, noten, zaden, peulvruchten en granen. Niet alle eiwitten zijn gelijkwaardig voor je lijf. Zo bevatten plantaardige eiwitten vaak niet alle bouwstoffen die je nodig hebt en zijn ze lang niet zo goed te verteren voor je als dierlijke eiwitten. Maar ook binnen de dierlijke eiwitten geldt dat er verschil is in hoe moeilijk of makkelijk je ze verteren kunt. 

Vis is een bron van dierlijke eiwitten die over het algemeen licht te verteren is en dat is belangrijk. Want je hebt alleen maar iets aan voeding die daadwerkelijk verteert. Voeding die je niet goed hebt kunnen verteren, komt terug in het toilet in de vorm van dure poep. Je hebt er niks aan.

Vis bevat vetten die goed zijn voor je gezondheid

Naast eiwitten heeft je lichaam ook gezonde vetten nodig. Een van die gezonde vetten zijn de omega-3-vetzuren, in de volksmond ook wel visvetzuren genoemd. En daar is een reden voor: deze vetzuren kom je vooral tegen in vis, hoewel ze ook aanwezig zijn in algen (zeewier), walnoten en biologische eieren.

Omega-3-vetzuren zijn heel belangrijk voor je omdat ze je immuunsysteem reguleren. Ze zorgen ervoor dat je immuunsysteem, nadat het in actie is gekomen, ook weer op tijd stopt en tot rust komt. En dat is super belangrijk. Veel chronische klachten zijn verbonden aan een immuunsysteem dat op de achtergrond actief blijft. Dit kost ontzettend veel energie en kan een van de redenen zijn dat iemand klachten blijft houden, moe blijft en zich niet fit voelt.

Niet alle vis is gelijk

In alle vis zitten eiwitten. De hoeveelheid eiwitten verschilt nog wel per vis, maar met vis krijg je wel alle benodigde bouw- en herstelstoffen binnen. In alle vis zitten ook vetten, alleen niet in alle vissen evenveel en van de juiste soort. 

Ik hoop dat je snapt dat in magere vissoorten, zoals witte vis, minder vetten zitten dan in de vette vissoorten, zoals makreel en haring. Dus als je meer vis gaat eten, eet dan meer vette vis. Dan krijg je én de eiwitten binnen én de juiste vetten.

Maar binnen die vette vis moet je ook nog even goed opletten. Zalm is bijvoorbeeld ook een vette vis, maar de meeste zalm die je bij de supermarkt of visboer koopt is kweekzalm. Deze zalm bevat over het algemeen veel minder omega-3-vetzuren en meer omega-6-vetzuren. Die laatste vetzuren activeren je immuunsysteem juist en dat is nu net niet de bedoeling. Dus als je zalm eet, kies dan voor wilde zalm.

Hoeveel vis moet je per week eten?

Moet je dan nu alle dagen vis eten? Waarschijnlijk niet, hoewel ik het bij sommige aandoeningen wel adviseer. Een goed startpunt is om in ieder geval 2 keer per week een flinke portie vette vis te eten, zoals haring, sardines, ansjovis, makreel, wilde zalm en paling. 

Daarnaast is het ook belangrijk om regelmatig (minimaal 1 keer per week) witte vis of schaal-en schelpdieren te eten. Die zijn weliswaar mager, maar bevat wel een goede hoeveelheid jodium. Jodium is belangrijk voor de werking van je schildklier. En zo kom je dus op 3 keer vis eten per week uit.

Zelf ben ik een echte viseter geworden en vind ik nagenoeg alle voeding uit de zee inmiddels heerlijk. Wat denk je bijvoorbeeld van hele vis uit de oven, lekker wat groenten ernaast en klaar. Of andijviesalade met nectarines en haring?

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Hoe ik tegen voedingssupplementen aankijk

Als orthomoleculair- en kPNI therapeut zijn voedingssupplementen een van de basisinstrumenten die ik in mijn praktijk heel graag gebruik. Ook voor mijn eigen gezondheid zet ik ze al jaren in. In beide gevallen boek ik er meestal hele goede resultaten mee. Toch zijn er wat mij betreft wel een aantal aandachtspunten als je overweegt om een voedingssupplement te gaan gebruiken.

Voeding komt voor suppletie

Het klinkt misschien als een open deur en het staat op elk potje van welk voedingssupplement dan ook: een supplement is geen vervanging voor gezonde voeding. Het zou wat zijn. Je blijft gewoon de hele dag allerlei fabrieksvoedsel in je mond stoppen, gaat ’s avonds naar de frietboer of laat een spotgoedkope zero-voedingswaarde-pizza komen en dan stop je er wat supplementen bij en alles komt goed. Zo werkt het dus niet.

Je lichaam heeft als eerste een gezonde hoeveelheid voeding nodig die gevarieerd is en bij voorkeur biologisch. Als je dat op orde hebt, en dan mag je natuurlijk best eens een patatje halen, dan kijk je welke voedingssupplementen je eventueel wilt inzetten als aanvulling.

Een voedingssupplement moet van goede kwaliteit zijn

Ook dit lijkt me voor de hand liggen. Helaas zie ik nog heel vaak klanten die gebruik maken van voedingssupplementen waarvan ik ze meteen aanraad die niet meer te kopen, laat staan in hun mond te stoppen. En dat is ook logisch, want hoe weet je als gewone consument nu wat een goed product is? Dat is helemaal niet zo eenvoudig en helaas zijn er ook heel wat producten van mindere kwaliteit op de markt. Toch zijn er wel wat aanknopingspunten die je op de verpakking terugvindt om je een idee te geven over de kwaliteit.

Zo moet er op de verpakking op zijn minst opstaan wat er in zit. En dan bedoel ik, dat er niet alleen gezegd wordt dat er magnesium inzit, maar dan wil ik weten: welke magnesium en in welke hoeveelheden. Dus een product dat niet gedetailleerd aangeeft welke inhoudsstoffen er precies en in welke hoeveelheden inzit, laat je staan.

Vervolgens kijk je, of die inhoudsstoffen die erop staan wel de juiste vorm bevatten. Zo wil je van mineralen zoals magnesium niet de variant die eindigt op oxide of chloride. En van vitamines, met name B-vitamines, wil je graag een actieve vorm hebben. Die kan het lichaam direct gebruiken, zonder dat de lever er nog iets mee moet. Met name bij vitamine B6 is dat belangrijk. Daarvan neem je dus pyridoxaal-5-fosfaat en geen pyridoxine of pyridoxine-hydrochloride.

Een goed supplement heeft zo min mogelijk toevoegingen

Je neemt een voedingssupplement om je gezondheid te ondersteunen toch? Dat betekent voor mij dat een supplement dat allerlei onnodige toevoegingen bevat afvalt. Dus suiker (saccharose of fructose) mag er echt niet in zitten. Ook zoetstoffen zoals aspartaam hebben geen plek in een supplement. Verder wil je een supplement met zo min mogelijk synthetische kleurstoffen of anti-klontermiddelen. Je herkent deze aan hun E-nummers (E468, E551, E171).

Bij voedingssupplementen is meer niet altijd beter

Ik zie in mijn praktijk regelmatig klanten die bij hun eerste sessie binnenkomen met een tas vol met allerlei verschillende soorten voedingssupplementen en de vraag wat ik daarvan vind. Ze hebben dan her en der van alles gelezen over stoffen die goed zouden kunnen zijn voor hun gezondheid en die hebben ze als supplement gekocht. En die verzameling heeft zich kalm aan uitgebreid tot een regiment pillen bij de maaltijd die serieus indrukwekkend is. Ik ben daar geen fan van.

In een therapeutisch proces kan het inderdaad af en toe voorkomen, dat je tijdelijk met een respectabel aantal pillen naast je bord aan tafel zit. Maar dat is tijdelijk!! Dat is bewust gekozen met een bepaald therapeutisch doel. Zodra dat doel bereikt is (in de meest ideale situatie), dan stop je daar weer mee en val je terug op de basis van een goede multi, vitamine D (afhankelijk van je bloedwaarde) en eventueel visolie als je nauwelijks vette vis op je bord terugvindt. Deze basis vul je dan – indien nodig – heel gericht en zo beperkt mogelijk aan met wat jouw lijf op dat moment extra kan gebruiken. Dus je zet niet zomaar een supplement in omdat het goed kan zijn voor je, maar kiest daarin heel bewust wat je wilt bereiken en welk supplement daarin – in aanvulling op de juiste voeding – iets kan betekenen. 

Soms moet je extra voorzichtig zijn met supplementen

Supplementen kunnen interacties geven met elkaar en/of met eventuele medicijnen die je neemt. Ook kunnen supplementen, zelfs een multi, niet verstandig zijn bij bepaalde aandoeningen. Dus vraag deskundig advies voor je supplementen gebruikt, zeker als je ook medicijnen gebruikt of een onderliggende medische aandoening hebt.

Gebruik jij voedingssupplementen en zo ja, wat merk je daar dan van?

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Mijn beste alternatieven voor brood

Brood….. de meeste mensen vinden het heerlijk en kunnen er niet vanaf blijven. Een van de meest gehoorde opmerkingen in mijn praktijk is dan ook: “Maar ik ga mijn brood niet laten staan hoor!”. Uiteindelijk doet bijna iedereen die dit zegt het toch en dat blijkt veel beter te bevallen. Het lijf knapt er vaak ontzettend van op en dat motiveert dan weer om er in de toekomst vanaf te blijven.

Er is overigens een reden waarom dat brood zo ongelooflijk lekker is en je denkt dat je het niet kunt laten staan. In brood zitten namelijk gluten, dat is bij de meeste mensen wel bekend. Gluten bevatten een eiwit dat gliadine heet. Dit eiwit wordt in de darm omgezet in een opiaat-achtige stof (exorfine genoemd) en dat is een verslavende stof. Ik kan je verzekeren, hoe minder brood je eet (en andere graanproducten), hoe minder je de behoefte hebt om het in je mond te stoppen.

Maar als je net begint op je pad naar een brood-vrij leven, dan heb je misschien geen idee wat je dan wel moet eten. Brood is zo ingeburgerd in onze cultuur. We zijn er allemaal mee opgegroeid. Gelukkig is er wel een steeds grotere groep mensen die ook geen of minder brood eet en daarmee zijn de online recepten voor broodvervangers enorm gegroeid. Een beetje grasduinen online levert je meteen al een berg aan alternatieven op.

Brood van amandelmeel

Waarschijnlijk is het eerste waar je tegenaan loopt als je online gaat zoeken naar broodvervangers een recept voor amandelmeel brood. Daar kun je bijna niet omheen. En dat is ook logisch, want het is lekker, makkelijk te maken en te beleggen met wat je voorheen op je normale boterham deed. Toen ik net startte met mijn graanvrije leven, was brood van amandelmeel mijn go-to brood. Het vult ook erg goed en het stabiliseert je bloedsuikerspiegel, dus geeft rust in je lijf.

Noten zijn echter niet voor iedereen goed te verteren, dus als je na het eten van amandelmeel brood last krijgt van een opgeblazen gevoel, gasvorming of drijvende ontlasting, dan moet je minder notenbrood eten en misschien wat extra aandacht geven aan het op weer niveau brengen van je spijsvertering. Een mooi alternatief kan dan ook mijn groentebrood zijn, waar maar een klein beetje amandelmeel in zit.

Brood met groenten en kokosmeel

Persoonlijk ben ik meer een fan van brood gemaakt met groenten en kokosmeel, dan brood gemaakt van voornamelijk amandelmeel. Zowel groenten als kokosmeel zijn heel vezelrijk en daarmee een mooie voedingsbodem voor je darmmicrobioom. En dat is heel belangrijk. Dat microbioom zorgt er namelijk voor dat er een goede afweer is tegen ziekteverwekkers (virussen, bacteriën, schimmels, parasieten), dat er energie gemaakt wordt voor jou en je darm en het microbioom helpt mee om bepaalde vitamines (met name B vitamines) en neurotransmitters (communicatiestoffen voor je zenuwstelsel) te maken. Denk maar eens aan serotonine, dat voor 90% door je microbioom wordt gemaakt en je helpt lekker in je vel te zitten en goed te slapen.

Van kokosmeel heb je maar een klein beetje nodig en het is goedkoper dan amandelmeel, dus dat is ook mooi meegenomen. Zijn courgettebroodjes zijn makkelijk en snel te maken en vrij neutraal van smaak. Je kunt ze dus ook prima beleggen met wat je normaal op je boterham zou doen.

Zadencrackers

Een ander mooi alternatief voor brood zijn crackers. Veel mensen eten die nu ook al, maar dan zijn ze gemaakt van granen. Je kunt ze echter ook heel makkelijk zelf maken zonder granen. Je neemt dan allerlei soorten pitten en zaden en maakt daar je eigen crackers van. Het voordeel daarvan is dat je naar hartelust kunt experimenteren met de mix van zaden en pitten die jij lekker vindt en je kunt er ook kruiden aan toevoegen voor meer smaak en extra bioactieve plantstoffen. Daar wordt je lijf ook blij van. 

Zadencrackers zijn doordat ze van zaden en pitten zijn gemaakt, net als notenbrood, heel rijk aan eiwitten en gezonde vetten. Ze vullen dus goed en zorgen voor een stabiele bloedsuiker. Ze zijn verder naturel van smaak (tenzij je helemaal losgaat met kruiden natuurlijk) en laten zich beleggen met wat je maar lekker vindt.

Wat is jouw grootste uitdaging als je denkt aan minder of geen brood meer eten? Wil je dat hieronder met mij delen?

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.