Waarom minder brood eten een goed idee is en hoe je dat zou kunnen doen

Ken je dat gevoel? Je voelt je al ontzettend lang niet je beste zelf. Je bent moe en dat is je aan te zien. Je hebt allerlei vage en minder vage klachten die maar niet overgaan. En door dat alles ben je er ook niet gezelliger op aan het worden. Als je kijkt naar je vriendinnen of collega’s dan lijken die allemaal te bruisen van de energie en overal voor in te zijn. En jij…. jij zou dat ook wel willen.

Zes jaar geleden was dat de plek waar ik stond. En ik besloot dat het genoeg was.

Het was tijd om iets anders te gaan doen

Ik had genoeg van al die lichamelijke klachten waar niemand een antwoord op leek te hebben en die mij er elke dag weer aan herinnerden dat er iets niet okay was. Ik was er klaar mee om altijd moe te zijn en niet te begrijpen waarom. En dat bleke snuitje met die donkere kringen onder mijn ogen was ik ook meer dan zat. Ik voelde me aan het einde van de dag net een uitgeknepen vaatdoek en dat was niet mijn idee van “Je bent jong en je wilt wat!”. Het was tijd om iets anders te gaan doen. Want wat ik wel heel goed begreep, was dat als ik iets anders wilde, dat ik dan iets anders moest gaan doen. Ik moest het heft in eigen hand nemen en zelf aan de slag gaan met mijn gezondheid. En ik ben tot op de dag van vandaag zo ontzettend trots en dankbaar dat ik dat heb gedaan. Want wat heeft me dat veel opgeleverd.

En juist omdat het me zoveel mooi’s heeft opgeleverd, wil ik heel graag met je delen wat het belangrijkste is geweest dat ik anders ben gaan doen. Ik wil je laten zien hoe jij dat ook kunt doen om op een betere plek met je gezondheid te komen. Het is mij gelukt en dat gaat jou ook lukken als je besluit dat het jouw tijd daarvoor is.

Stoppen met brood eten was de sleutel

Verreweg dé belangrijkste aanpassing die ik heb gedaan is het veranderen van wat ik eet. Ik ben gestopt met het eten van brood. En haak nou niet meteen af. Veel mensen denken dat geen brood eten ingewikkeld is en niet is in te passen in hun drukke leven. Dat is echt niet zo. Natuurlijk moet je even wennen en zoeken in het begin, maar als je het een beetje voorbereid en overdenkt is het veel simpeler dan je zou verwachten. Belangrijker nog, en dat zie ik in mijn praktijk bijna standaard, is dat heel veel klachten verminderen als je minder of geen brood eet. En dat geldt ook als je denkt dat je geen last hebt van brood. Als ik een euro kreeg voor elke keer dat ik hoor van mensen die geen last dachten te hebben van brood, dat hun buik veel beter aanvoelt nu ze het niet meer eten en dat ze minder klachten hebben….. Maar goed.

Hoe je dat doet: minder brood eten

Wat nou als je:

  • 1 broodmaaltijd per week uitkiest en die verandert? Op dat moment eet je geen boterham, maar een maaltijdsalade. Hoe je van je salade een maaltijd maakt, kun je in deze blog lezen. Kies een dag dat je tijd genoeg hebt om je eten te maken en op te eten.
  • de boterhammen die je wel eet anders belegd? Dus niet een plak kaas of een lik sandwichspread (of erger nog: chocoladepasta), maar je belegt je boterham rijkelijk met van alles dat jouw lichaam echte voedt: gerookte zalm of gerookte makreel, avocado, tomaat, rucola, komkommer, een dot zelfgemaakte mayonaise. Kortom, gezonde vetten en eiwitten en vooral ook groenten. Als je je boterham zo belegd, dan heb je minder brood nodig in die maaltijd. Dat scheelt al weer 😉
  • een restje van de avond ervoor als lunch eet? Je maakt de avond ervoor een extra grote portie en warmt die de dag erna op. Simpel, snel klaar en voedzaam. Oh ja, en zonder boterham 😉

En als je nu bedenkt dat je eigenlijk best wel wilt proberen om helemaal geen brood meer te eten, dan kan het handig zijn om:

  • een aantal maaltijdsalades te verzinnen (of op te zoeken) die je lekker vindt en waar je tot je avondeten op vooruit kunt. Deze wissel je dan af. Zo heb je voldoende variatie en hoef je niet elke keer het wiel uit te vinden. Denk er dan wel aan dat je voldoende gezonde vetten in je salade doet, want dan kun je er lekker lang op vooruit.
  • te werken met een seizoensmenu. Een seizoensmenu is een weekmenu voor dat seizoen waarin je opschrijft wat je die week wilt eten. Dat scheelt enorm veel tijd in het verzinnen wat je nu weer moet eten en maakt het ook makkelijk om boodschappen te doen, want je lijstje is elke week ongeveer hetzelfde.
  • te bedenken wat je gaat doen als je plotseling in een situatie terecht komt waarin je even niet kunt eten wat je gepland had en je dus moet improviseren. Hoe voorkom je dat je dan naar een boterham grijpt? Als je een ‘noodplan’ hebt, is het allemaal veel makkelijker.

Wat denk je? Heb ik je hiermee geïnspireerd om eens wat meer te variëren in je voeding en de boterham eens te laten staan? Heb je het idee gekregen dat het misschien ook voor jou wel haalbaar is om wat minder brood te eten?? Ben je nieuwsgierig geworden naar wat dat voor jouw gezondheid zou kunnen doen? Ik hoop het voor je. Probeer het eens een maand en voel wat het met je doet.

Als je (ernstige) klachten hebt

Let voordat je je voeding gaat aanpassen wel even op het volgende.

Als je nu heel veel (of ernstige) klachten hebt of je bent ziek, dan is het niet verstandig om je voeding aan te passen zonder deskundige begeleiding. Voeding is heel bepalend voor je gezondheid en zeker bij specifieke gezondheidsklachten is voldoende, recente kennis van de effecten van voeding op die klachten heel belangrijk. Vind in dat geval een deskundige therapeut die jou kan coachen en begeleiden bij het veranderen van je voeding.

Meer tips…??

Wil je nog meer tips om met succes je voeding aan te passen? Schrijf je dan in om mijn gratis e-book ‘3 tips om met succes je voeding aan te passen’ te ontvangen. Dat kun je hier doen:

https://www.vanappeltotzeekraal.nl/3-tips-om-met-succes-je-voeding-aan-te-passen/

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Eerst moet ik nog…

Regelmatig praat ik met mensen over hoe het met hen gaat. Vaak is dat omdat ze al jaren klachten hebben en daar best wel last van hebben. Als ik ze vraag om een cijfer te geven aan de hoeveelheid last die ze in hun dagelijks leven van die klachten hebben, dan is dat cijfer vaak heel hoog. Ik vraag ze een cijfer te geven tussen 0 en 10, waarbij 0 staat voor helemaal geen last en 10 voor zoveel last dat ze er eigenlijk niet mee verder kunnen zo. Dat is nog al wat, niet? “Er niet mee verder kunnen zo….” Meer dan eens geven mensen de impact van hun klachten op hun leven een 8 als score. Best fors als je het mij vraagt. En wat me dan het meest verbaast is, dat als ik ze dan vraag of we daar samen eens wat aan zullen gaan doen, een grote groep mensen dan zegt “Ja dat zou ik nou heel graag willen, maar eerst moet ik nog…” en dan komen er allerlei redenen waarom het nu niet kan om met hun klachten aan de slag te gaan. Waarom het nu hun tijd niet is.

… en pas daarna ben ik zelf aan de beurt

Die redenen kunnen heel plausibel zijn en ze klinken meestal heel logisch. Als ik ze mag samenvatten, dan komen ze er in de kern op neer dat er nog eerst iets anders ‘moet’ voor ze zelf aan de beurt zijn. En op zichzelf snap ik dat ook nog wel. Het leven dat wij leven is hectisch en dynamisch. Je holt vaak van hot naar her en veel mensen houden de boel maar net op de rit. Om dan ook nog eens met je voeding en leefstijl aan de slag te gaan, klinkt als net een brug te ver. Begrijpelijk toch?? Of misschien niet….

Als je nu een klein beetje afstand neemt en nog eens leest wat hiervoor staat, dan zeggen deze mensen eigenlijk tegen zichzelf: “Jij bent op dit moment niet het belangrijkste in mijn leven. Eerst moet jij nog….”. Ze zetten zichzelf opzij voor iets of iemand anders. Het is een beetje als zitten in een vliegtuig waar de cabinedruk wegvalt en waarbij je er dan voor kiest om eerst alle mensen om je heen te helpen met het opzetten van hun zuurstofmasker voor je er zelf een pakt. Heel attent van je allemaal, maar je gaat er zelf aan onderdoor. Niet voor niets zegt de stewardess voor vertrek van het vliegtuig dat bij het wegvallen van de cabinedruk de zuurstofmaskers beschikbaar komen en dat je dan eerst je eigen masker op moet zetten voor je de mensen om je heen daarmee gaat helpen. Je kunt namelijk alleen goed voor je omgeving zorgen als je eerst goed voor jezelf hebt gezorgd. Pas dan ben jij namelijk op je best en kun je het beste geven aan iets of iemand anders.

En als dat moment nou niet komt?

Bovendien vraag ik me af of je bij deze manier van naar jezelf kijken wel ooit zelf aan de beurt bent. Want is het niet zo dat er altijd wel iets is dat eigenlijk net een beetje in de weg zit in je leven of onhandig uitkomt? Een ziek familielid, een vakantie die aanstaande is, een ontwikkeling op je werk, een te druk leven, noem het maar op. Dat heb je nu, dat heb je volgende maand, dat heb je volgend jaar. Als je dat steeds voor laat gaan op aandacht geven aan de signalen die je lichaam je geeft, wordt het dan niet steeds moeilijker om alle ballen in de lucht te houden? Krijg je dan niet steeds meer klachten waar je dan geen tijd voor hebt om iets aan te doen? En doe je jezelf daarmee niet ontzettend tekort?

Het is vaak makkelijker te doen dan je denkt

Je moet ook niet vergeten, dat ‘je voeding en leefstijl aanpassen’ vaak ook veel ingewikkelder  klinkt dan het is. Het is lang niet altijd groots en meeslepend. Binnen de kPNI hebben we niet voor niets de slogan ‘In de kleinste verandering zit vaak het grootste verschil’. Meer dan eens heb ik gezien dat dit in de praktijk zo werkt. En als er wel grotere dingen nodig zijn en je inderdaad je voeding en leefstijl wat meer moet gaan aanpassen, dan is het meestal goed mogelijk om eerst een ‘quick win’ in te zetten. Dat is iets redelijk kleins dat al snel positief effect heeft en waardoor er ruimte komt om aan de ‘slow win’, de voeding en leefstijl oplossing, te werken. En dat doe je natuurlijk niet alleen. Daar help ik je dan bij. Klinkt het zo al weer meer haalbaar? Want dat is het in bijna alle gevallen ook, als je maar bereid bent om te kijken naar hoe het wel kan en bereid bent om jezelf iets meer op de agenda te zetten.

Samen ‘sparren’ over hoe het wel kan?

Ik weet dat het kan en gun het jou ook. Dus heb jij al jaren allerlei klachten waar je heel graag vanaf wilt en wil je eens met mij sparren wat er mogelijk is? Meld je dan aan voor een GRATIS sessie. Dat kun je doen via onderstaande link. Dan kijken we meteen naar hoe het binnen jouw drukke leven past om met deze klachten aan de slag te gaan. Als je gaat denken in mogelijkheden, dan liggen de mogelijkheden vaak echt voor het oprapen. Je moet ze alleen nog even zien.

https://www.vanappeltotzeekraal.nl/gratis-sessie-met-minimaal-2-gouden-tips-speciaal-voor-jou/

Waarom knuffelen zorgt dat je beter omgaat met stress

Kort geleden gaf ik een lezing bij een hele leuke yogastudio. Na afloop sprak een van de deelnemers mij aan. Ze vertelde dat ze vorig jaar ook bij een lezing van mij was geweest. Daar had ik iets verteld dat ze meteen was gaan uitproberen en dat had haar leven totaal veranderd. Ze straalde er helemaal bij toen ze het me vertelde. Door haar realiseerde ik me weer hoe simpel iets veranderen in je leefstijl kan zijn en wat een enorm positieve impact dat kan hebben. Daarom wil ik wat zij in die lezing een jaar eerder had opgepikt en zo succesvol was gaan inzetten in deze blog ook met jou delen. Want hoe fijn zou het zijn als ook jij op een hele fijne en simpele manier fors beter om kunt gaan met de stressvolle dingen die je tegenkomt in je leven? Zou dat wat zijn voor je?

Bij stress gaat je aanpassingssysteem aan

Laten we eerlijk zijn… ieder ervaart in meer of mindere mate wel eens (of regelmatig) stress. Dat is ook helemaal niet erg. Ons lichaam heeft daar een prachtig systeem voor. Meestal wordt dit systeem je ‘stresssysteem’ genoemd. Binnen de kPNI noemen we dat systeem liever ons ‘aanpassingssysteem’. Dit systeem zorgt er namelijk voor dat jij in reactie op de stress die je ervaart iets anders gaat doen en wel datgene dat er voor zorgt dat de stress weer kan oplossen.

Als je dit systeem je ‘aanpassingssysteem’ gaat noemen in plaats van je ‘stresssysteem’ dan voelt dat ook al veel beter als je merkt dat het aangaat. En geloof me, dat merk je….. Iedereen kent wel dat onrustige, opgejaagde gevoel dat gepaard gaat met stress. Dat is je aanpassingssysteem dat is aangegaan. En stel je nu eens voor, dit systeem gaat aan en jij zegt (onbewust) tegen jezelf “mijn stresssysteem staat aan”…. daar word je toch spontaan bang van…. Je voelt de spanning al stijgen…. “Oh jee, mijn stresssysteem gaat aan. Dat is niet goed.”. Terwijl als je dit systeem je aanpassingssysteem noemt, dan voelt het bijna als iets geruststellends dat het aangaat. Je weet dan dat je lichaam bezig is om de stress op te gaan lossen. Zelf vind ik dat een veel betere plek om te zijn. Maar goed….

Het hormoon Cortisol moet de stress gaan oplossen

Je aanpassingssysteem gebruikt twee belangrijke hormonen om de stress aan te pakken. Dat zijn je stresshormonen adrenaline en cortisol. Adrenaline zorgt ervoor dat je aanpassingssysteem geactiveerd wordt. Cortisol is het hormoon dat moet gaan zorgen voor het uiteindelijk uitzetten van je aanpassingssysteem als de stress is opgelost. Cortisol is je oplossingshormoon. Dat gaat ervoor zorgen dat je een oplossing vindt voor datgene waar je voorstaat en dat de stressreactie (die we dus de ‘aanpassingsreactie’ noemen ;-)) tot rust komt. En als dat gebeurt dan voel jij je daarna weer lekker zen.

Cortisol kan alleen maar voor die oplossing zorgen als het haar boodschap kan doorgeven aan jouw cellen. Zo werken hormonen. Het zijn boodschapperstoffen die hun boodschap aan de cel doorgeven. De cel gaat met deze boodschap vervolgens aan de slag. Om boodschappen van hormonen te kunnen ontvangen hebben cellen receptoren aan de buitenkant op hun celwand zitten. Elk hormoon heeft in principe zijn eigen receptor. Het hormoon past op die receptor als een stekker in het stopcontact. En als die match goed is, dan wordt het signaal doorgegeven.

Huid-op-huid contact zorgt dat cortisol haar werk beter kan doen

Om goed met stress om te kunnen gaan is het dus belangrijk dat je cellen voldoende receptoren hebben voor cortisol en dat deze ook goed werken. En vooral dat eerste kun je heel makkelijk beïnvloeden door het hebben van lichamelijk contact op een manier die voor jou heel erg fijn is. Ik heb het dan niet over seksueel contact. Dat kan natuurlijk ook heel fijn zijn, maar zorgt niet voor meer receptoren voor cortisol. Het gaat nu dus over niet-seksueel lichamelijk contact. Binnen de kPNI noemen we dat skin-to-skin contact. Huid-op-huid contact dus. Maar let op: alleen als het voor jou ook heel fijn aanvoelt.

Wat ik de dame uit het begin van mijn blog had verteld en wat ze met succes was gaan doen was het volgende. Als je een partner hebt waarmee je het fijn vindt om ook lichamelijk contact te hebben, ga dan de komende 30 dagen eens elke dag een half uur lepeltje-lepeltje liggen (zonder kleren aan) met je partner. Het is niet de bedoeling dat daar op dat moment seksueel contact van komt. Blijf gewoon lekker samen liggen en geniet van het huidcontact, van de warmte van degene waar je van houdt, van het samen liggen. Huid-op-huid contact doet van alles voor je, maar in ieder geval zorgt het dus voor een toename van het aantal receptoren voor cortisol. De dame in kwestie was het gaan uitproberen en was er niet meer mee gestopt. Het had haar leven en dat van haar man compleet veranderd. Ze vertelde me dat ze allebei zoveel minder stress ervaren en veel relaxter door het leven gaan nu. Dat is toch geweldig?!

Wat denk je? Is het iets om uit te proberen??

Vragenlijst hormonen | Hoe staat het eigenlijk met die van jou?

Cortisol is natuurlijk niet het enige hormoon dat je hebt. Je hebt er veel meer en ze zijn allemaal heel belangrijk voor je gezondheid en welbevinden. Vooral vrouwen ervaren dat waarschijnlijk regelmatig. Ben je na het lezen van deze blog nu heel benieuwd hoe het eigenlijk met jouw hormonen staat? Vraag dan de vragenlijst hormoon aan. Dat kun je hier doen:

https://www.vanappeltotzeekraal.nl/vragenlijst-hormonen-hoe-staat-het-eigenlijk-met-die-van-jou/

Altijd honger….

Een aantal jaren geleden had ik altijd honger. Ik at als een bootwerker (terwijl ik een kantoorbaan had). Ik at 8 keer per dag, waarvan 3 keer per dag een flinke maaltijd. Ik at bijna altijd voor het slapen gaan nog 2 boterhammen, omdat ik om 22.00 uur ’s avonds gewoon weer honger had. Het enige moment op de dag dat ik geen honger had, was in de eerste 2 uur dat ik gegeten had. Ik ging dan ook nergens heen zonder dat ik iets van eten in mijn handtas had zitten: een banaan, een plak peperkoek, een pakje sultana’s. Maar om nou te zeggen dat ik me bij dit alles heel goed bij voelde….

Continu ‘grazen’

Gek genoeg zag (en zie) ik om me heen ook heel veel mensen de hele dag door van alles eten. Tussendoortjes waren (en zijn) soort van ‘de maat’ geworden. Een beetje fruit, een handje nootjes, een koek bij de koffie en om 16.00 uur ’s middags een kopje ‘nep-soep’. Herkenbaar….??

Omdat je het zoveel om je heen ziet, kun je denken dat het dus heel normaal is. Als je kijkt naar hoe je lichaam werkt, dan is het dat alleen niet en is continu eten onverstandig. Als je namelijk elke 2-3 uur honger hebt terwijl je wel voldoende eet en je niet zonder een tussendoortje kunt, dan is dat een teken dat je bloedsuikerspiegel ontregeld is. Je bloedsuikerspiegel is de hoeveel glucose in de bloedbaan. Die moet tussen een hele smalle bandbreedte blijven, omdat teveel of te weinig bloedsuiker gevaarlijk is. Een ontregelde bloedsuikerspiegel voelt niet alleen slecht, het is ook niet goed voor je lichaam. Het kan bijvoorbeeld leiden tot allerlei spijsverteringsklachten en uiteindelijk tot Diabetes Mellitus type 2. En daar hebben best veel mensen in onze maatschappij last van…..

Waarom minder vaak eten lastig kan zijn

Het is voor je lijf veel beter als je maar 3 keer per dag eet. Voor veel mensen is dat heel erg lastig. En dat snap ik wel als ik kijk naar wat ze eten. Er worden heel veel snelle en lege koolhydraten gegeten: pasta, brood en rijst zijn daar veel gebruikte voorbeelden van. Het probleem met deze voeding is dat ze wel heel snel energie geven, maar ook heel snel ‘op’ zijn. Je verteert ze snel en dan heb je weer honger. Bovendien zorgen ze voor een snelle stijging van je bloedsuikerspiegel. Je alvleesklier gaat in reactie hierop direct zorgen dat die grote hoeveelheid glucose in je bloed opgenomen wordt in je cellen, zodat de bloedsuikerspiegel binnen de bandbreedte blijft waarin die hoort. Daarvoor maakt de alvleesklier insuline aan. Het is een prachtig systeem.

Als je echter vaak lege koolhydraten eet en/of meer dan 3x per dag eet, dan wordt de kans dat je alvleesklier na het eten teveel insuline aanmaakt steeds groter. Als dat gebeurt, dan wordt er teveel glucose uit je bloed gehaald. Het gevolg is dat jij 2 uur na je maaltijd een hongersignaal krijgt, terwijl dat eigenlijk op basis van je daarvoor hebt gegeten niet klopt. Je hebt niet echt honger. Je bloedsuikerspiegel is gewoon gevaarlijk laag en het hongersignaal zorgt ervoor dat jij iets gaat eten waardoor die bloedsuiker weer gaat stijgen. Zo wordt de balans wel even herstelt, maar het nieuwe eten zet de alvleesklier weer aan tot de productie van insuline. Je voelt hem wel toch?? Het wordt een vicieuze cirkel.

Oplossen door anders te eten

Heb je hier last van en wil je dat oplossen, dan zul je dus je voeding moeten veranderen. Je zult minder vaak lege, snelle koolhydraten moeten eten en meer voedende voeding moeten eten. Dat betekent meer groenten, een passende hoeveelheid eiwitten (uit een goede bron, dus niet uit de intensieve veeteelt) en voldoende gezonde vetten. Je voeding zo aanpassen kan in het begin best lastig zijn. Zeker omdat de meeste van ons zo weinig weten over voeding. Op de basis- of middelbare school wordt er nauwelijks iets over verteld. Hoe zou je het ook moeten weten?

Je zou eigenlijk meer moeten weten over welke soort voeding we hebben en wat de functie daarvan is in je lijf. Als je dat namelijk weet, dan is het al veel makkelijker om een voor jou voedende maaltijd te maken en om je valse hongersignalen een halt toe te roepen. En dat, gaat heel veel goeds doen voor je gezondheid. Dat heb ik inmiddels zelf mogen ervaren. Ik eet nog maar 2-3 keer per dag en heb tussen de maaltijden door geen honger meer. Ik heb veel meer energie en allerlei klachten die ik had zijn verdwenen. En in mijn tas tref je geen eten meer aan ;-).

Meer weten hierover?

Herken jij je in wat ik hier met je deel en wil jij ook ontdekken hoe je door je voeding (iets) aan te passen meer energie hebt en minder klachten? Meld je dan aan voor de Inspiratiesessie ‘Meer energie en minder klachten door andere voeding’. Dan leer ik je meer over welke voeding je lichaam nodig heeft en hoe je op een meer voedende manier tegen eten aan kunt kijken. Je krijgt een basisplan voor het opbouwen van je maaltijden en een voedingsmiddelenlijst waarmee je helemaal ‘los’ kunt gaan en je lichaam ondertussen kunt geven wat het nodig heeft. Aanmelden kan hier:

https://www.vanappeltotzeekraal.nl/meer-energie-en-minder-klachten-door-andere-voeding/

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Plakpoep en andere ongemakken

Ik val deze keer maar gewoon met de deur in huis: hoe is het eigenlijk met jouw ontlasting?

Misschien denk je nu “Wat een rare vraag.” maar je ontlasting is het eindproduct van het verteren van je eten. Hoe het met je ontlasting is zegt dus veel over hoe het met het verteren van je eten gaat. En dat is belangrijk, want je kunt alleen maar voedingsstoffen uit je eten in je lichaam opnemen en gebruiken als je dat eten goed hebt verteerd. Voor de hoeveelheid energie die je hebt en daarmee voor je gezondheid is dus het super belangrijk dat je niet alleen gezond eet, maar ook dat je dat eten goed verwerkt en opneemt. Daarom wil ik het toch even met je over je ontlasting hebben ;-).

Mijn ontlasting is normaal…

Voor veel mensen is het praten over hun ontlasting iets ongemakkelijks; iets waar ze zich misschien wel een beetje bij schamen. Ik merk het in ieder geval in mijn praktijk als ik mensen vraag hoe hun ontlasting is. Ze beginnen een beetje te draaien op hun stoel, grinniken wat en zeggen dan heel vaak ‘normaal’. En daar begint het dan. Want wat is normaal? Uit de verschillende antwoorden die mensen mij geven op deze vraag is mij heel erg duidelijk geworden dat ‘normaal’ voor iedereen anders is.

Er zijn mensen voor wie het heel normaal is om maar eens in de 3 à 4 dagen te ontlasten en er zijn er die dat 3 à 4x per dag doen en normaal vinden. Er zijn mensen die een halve rol toiletpapier nodig hebben. Dat is hun normaal. Of ze moeten na elk toiletbezoek de wc borstel gebruiken om de sporen van hun activiteiten weg te poetsen. Ook weer normaal….. Geur en kleur zijn ook interessante onderwerpen en vinden we ook normaal. Of een drol meteen onder in de pot zakt (zinkt dus eigenlijk) of dat hij bovenop het water blijft drijven is ook interessant om te weten. Gek genoeg weten veel mensen dat meestal niet te vertellen….

Maar hoe zit het nu? Wat is nu eigenlijk ‘normaal’?

Ontlasting zou eruit moeten zien als een mooie, gladde, diepbruine sigaar die soepel het lichaam verlaat. Je hoeft er niet voor te werken en ook niet te hollen om te voorkomen dat hij voortijdig het lichaam verlaat. Als je een ‘plons-wc’ hebt, je weet wel, zo’n wc waar je ontlasting direct het water raakt (en als gevolg daarvan het water soms je billen – ahum), dan moet een goede, normale drol direct zinken in het water; dus diep onderin de wc pot verdwijnen. Bij zo’n drol heb je geen tot nauwelijks toiletpapier nodig en staat de toiletborstel nutteloos naast je wc.

Als je ontlasting hard is en je moet er moeite voor doen om hem je lichaam uit te krijgen of de ontlasting is juist heel zachter, brijerig en neigt misschien wel naar diarree, dan is dat dus in beginsel niet normaal. Dat kan heel veel oorzaken hebben. Misschien eet je niet genoeg vezels of eet je iets waar je niet tegen kunt. Het kan ook een verstoorde darmflora zijn of parasieten die niet in je darm thuishoren. Of je hebt diarree omdat je iets verkeerds gegeten hebt en je lichaam wil het graag zo snel mogelijk kwijt. Kijk, dat is dan weer wel normaal. En fijn bovendien.

Als je ontlasting blijft drijven op het water onderin je wc en je hebt vaak veel wc papier en de toiletborstel nodig na het poepen, dan is dat een teken dat je je eten niet goed verteert. Ook daar kunnen meerdere oorzaken voor zijn. Misschien maak je niet genoeg verteringsenzymen aan of ben je zo gestresst dat de kringspier die de spijsverteringsenzymen moet toestaan de darm in te gaan helemaal verkrampt is. Dan maak je misschien wel genoeg enzymen aan maar komen ze niet op de juiste plek.

Qua ontlastingsfrequentie is de ‘normaal’ wat meer gevarieerd. Alles tussen 3x per dag tot om de dag 1x is nog normaal.

Ontlasting moet verder een diepbruine kleur hebben. Als je bietjes hebt gegeten dan kan er een meer roodachtige gloed over liggen en als je spinazie gegeten hebt dan zie je soms een ietwat groenigere kleur in het bruin verschijnen. Allemaal prima. Maar in beginsel is een drol dus diepbruin. Hele licht gekleurde ontlasting (stopverf kleur) of bijvoorbeeld hele donkere ontlasting (bijna zwart) is niet normaal en reden om zo snel mogelijk een bezoek aan de huisarts te brengen. Een plotseling veranderend ontlastingspatroon of ineens heel erg afwijkende vorm of kleur van je ontlasting is ook reden voor een spoedig bezoek aan de huisarts.

Nu je dit zo allemaal weet, hoe is het dan met je ontlasting? Is hij normaal? Of geeft hij eigenlijk aan dat er iets niet helemaal optimaal is en aandacht vraagt?

Misschien kom je nu tot de conclusie dat jouw ontlasting toch niet zo normaal is als je altijd had gedacht en zou je daar wel iets meer over willen weten. Boek dan een gratis Skype of FaceTime sessie met mij in om er samen even over te brainstormen en zeker 2 tips te krijgen waar je meteen mee aan de slag kunt. 

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Je voeding aanpassen is net als Mikado

Deze week had ik een mega-interessant gesprek met een potentiële klant. Ze vertelde me dat ze eigenlijk heel graag haar voeding wil aanpassen. Ze merkt dat wat ze nu op regelmatige basis eet vaak helemaal niet zo goed bevalt. Ze wordt er duf van in haar hoofd, heeft last van een ‘after-lunch-dip’ en heeft onrust in haar buik. Daar wil ze graag vanaf. Nou, mooi denk ik dan, want dat kun je vaak allemaal vrij makkelijk aanpakken door anders te eten. Maar nu komt het…..

Ze gaat er niet mee aan de slag omdat ze denkt dat ze het toch niet kan volhouden en dat het allemaal heel ingewikkeld is. En dan denk ik dus niet ‘mooi’…..want het aanpassen van je voeding is bij lange na niet zo ingewikkeld als heel veel mensen om mij heen wel denken. En daar wil ik het toch eens met je over hebben.

Misschien is dit voor jou ook wel een dingetje en houdt het je tegen om in actie te komen en dat is eeuwig zonde! Wat ik hierna met je ga delen, geldt overigens ook voor het maken van voor jou gezondere leefstijl keuzes, of dat nu gaat over meer bewegen, meer naar buiten, op tijd naar bed of andere dingen. Dus lees vooral even door ;-).

Het veranderen van je voeding (of leefstijl) moet je vooral niet groots en meeslepend maken

De eerste stap is wat mij betreft dat je het anders gaan eten of leven in je hoofd niet tot een heel groot iets maakt. Doe je dat wel, dan leg je voor jezelf de lat enorm hoog en zie je overal op voorhand al kansen om te falen. Tja, geen wonder dat je er dan niet aan wilt beginnen! Niemand wil graag falen toch? En ik begrijp wel dat je het zou kunnen doen, heus, maar het is zo jammer.

Ook op voorhand denken ‘dat houd ik toch niet vol’ is niet echt helpend en ook onnodig. Want weet je, als je er aan gaat beginnen op een manier die wel bij jou past en die je goed kunt inpassen in je leven, dan ga je waarschijnlijk merken dat je beter gaat voelen. Dat is super toch? En als je je beter gaat voelen, is het vaak ook veel makkelijker om het ‘vol te houden’. Het gaat dan ook niet meer om ‘volhouden’, want je wilt het gewoon graag doen omdat je je er zoveel beter bij voelt. Het duurt misschien even maar dat nieuwe eet- of leefgedrag wordt je nieuwe normaal en over ‘volhouden’ gaat het dan al lang niet meer. Maar hoe begin je er nu aan?

Zie anders eten of leven als een potje Mikado

Het veranderen van je voeding (of leefstijl) kun je in de meeste gevallen gewoon hetzelfde aanpakken als een potje Mikado. Ken je dat nog van vroeger? Je hebt een bundeltje stokjes met allemaal leuke kleurtjes erop, je neemt ze bij elkaar in je hand, zet ze rechtop en laat ze vallen. Daarna begint het spel van het wegnemen van de stokjes zonder dat je andere stokjes raakt. Iedereen die dit spel eens gespeeld heeft weet: je begint niet met het wegnemen van het stokje dat onderop de stapel bedolven onder andere stokjes ligt. Nee, je begint met de stokjes die helemaal los van alle andere stokjes liggen. Deze stokjes liggen zo voor het grijpen. Je hoeft er niets ingewikkelds voor te doen en je hebt meteen winst. Zo is het ook met het veranderen van je voeding of leefstijl.

Stel je wilt gezonder gaan eten en bijvoorbeeld minder brood eten omdat je merkt dat je daar een ‘after-lunch-dip’ van krijgt of gedoe in je buik. Dan zeg je dus NIET tegen jezelf dat je nooit meer brood mag eten. Daarmee jaag je jezelf namelijk alleen maar schrik aan en komt er een enorme druk op je te liggen. Niet doen! Wat je wel doet, is dat je op een of twee dagen in de week – op de dagen dat het jouw het beste uitkomt – in plaats van brood een salade eet als lunch (hoe je van een salade een maaltijd maakt, kun je hier lezen). Op de dagen dat het minder goed uitkomt, eet je wel een broodmaaltijd maar neem je bijvoorbeeld een snee brood minder en beleg je de andere boterhammen met meer gezonde voeding. Bijvoorbeeld gerookte zalm, avocado, zachtgekookte eitjes, wat rauwkost en misschien wel wat hennepzaad en een lik gezonde mayonaise of pesto. Op die manier heb je wat meer gezonde vetten en eiwitten in je maaltijd en heb je minder brood nodig als bron van energie. En door die gezonde vetten en eiwitten kun je dat brood waarschijnlijk ook wat makkelijker verwerken, in ieder geval blijft je bloedsuikerspiegel zo wat stabieler en is de kans op een ‘after-lunch-dip’ kleiner. Op deze manier heb je al mooie eerste stappen gezet. En op de dagen dat het echt allemaal niet lukt, dan eet je gewoon je boterhammetje met een plak broodbeleg en doe je daar niet moeilijk over.

Neem de tijd om je eten of leven te veranderen

Wat je ook niet moet vergeten is dat je waarschijnlijk al heel lang op een bepaalde manier eet en leeft. Als je daarin andere keuzes wilt maken, dan hoeft dat dus niet ineens allemaal te lukken of perfect te gaan. Neem de tijd om aan de nieuwe dingen te wennen. Je kon toch ook niet ineens vlekkeloos fietsen of schrijven?? Daar heb je ook de tijd voor gekregen en dat is ook gelukt toch? En heb je het er ooit over dat je het niet kunt volhouden om te fietsen of te schrijven?? Ik denk het niet ;-). Zo is het ook met anders eten en gezondere leefstijl keuzes maken. Neem er de tijd voor. Vier je successen. Borstel jezelf af als je ‘van de wagen valt’ en begin weer fris opnieuw. Een hernieuwde poging gaat altijd makkelijker dan de eerste poging omdat je al ervaring hebt. En voel ondertussen wat het je oplevert op de momenten dat het lukt. Daar zit jouw winst! Daar doe je het voor. En dan zul je zien dat het je steeds vaker lukt om gezonde keuzes voor jezelf te maken en dat het kalm aan een goede gewoonte wordt.

Betekent dat dan dat je nooit meer de mist in gaat? Nee, natuurlijk niet. Als ik naar mezelf kijk dan vind ik het bijvoorbeeld heel lastig om regelmatig bewegen goed voor elkaar te krijgen. Ik neem het mezelf heel vaak voor en begin er enthousiast aan en dan komt er toch de klad weer in. Is dat erg? Nee! Pak ik het dan gewoon weer op? Ja! En dat, daar ben ik echt van overtuigd, kun jij ook. Het is gewoon een kwestie van doen, doen en blijven doen. Net zolang tot het een routine wordt en je er niet meer over nadenkt.

Hoe pak jij dat voor jezelf aan? Welke hulpmiddelen of stappen heb jij gezet in het veranderen van je voeding of leefstijl en hebben je heel erg geholpen? Wil je dat onder dit bericht met me delen?

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Je voeding aanpassen, hoe doe je dat?

Steeds vaker hoor ik dat mensen graag iets zouden veranderen in hun voeding, maar niet goed weten hoe ze dat moeten doen. Misschien geldt dat voor jou ook wel. Als dat zo is, dan is deze blogpost helemaal voor jou.

De bezem door je voeding halen

Ruim zes jaar geleden heb ik de bezem door mijn voeding gehaald. Daar was reden voor, want ik had allerlei vage en minder vage klachten waar ik heel graag vanaf wilde. Ik wilde zien wat voeding daarin voor mij kon betekenen. En dat bleek echt ontzettend veel te zijn.

Sinds dat moment 6 jaar geleden, eet ik geen granen en zuivel meer (hoewel ik sinds kort heel af en toe eens smokkel met een goed stukje rauwmelkse kaas). Overal waar ik kom, sleep ik mijn metalen lunchtrommel mee. Als die opengaat, dan zie ik bij mijn tafelgenoten steevast geïnteresseerde en soms zelfs smachtende blikken. De inhoud van die trommel, is heel vaak aanleiding voor allerlei vragen over voeding en waarom ik eet wat ik eet. Nou kun je mij geen groter plezier doen dan mij te vragen over eten, dus dat treft ;-).

Anders eten? Ja graag, maar hoe?

Uit de gesprekken die ik de afgelopen jaren naar aanleiding van het openen van mijn lunchtrommel heb gehad, is mij een ding heel duidelijk geworden. Er zijn zoveel mensen die graag iets willen veranderen aan hun voeding. Ze willen ontdekken wat dat voor hun gezondheid doet. Bijvoorbeeld omdat ze merken dat ze na het eten van hun boterhammetje tussen de midden in een gigantische dip zakken of dat hun buik eigenlijk best duidelijk aangeeft dat het liever iets anders had gehad. Maar ja, ze weten gewoon niet hoe dit aan te pakken en dat snap ik.

Want toen ik destijds besefte dat ik mijn voeding moest gaan aanpassen als ik me beter wilde gaan voelen, stond ook ik voor de grote vraag: Maar hoe dan…?? Waar moet ik beginnen? Ik wilde heel graag een tijdje geen brood meer eten, omdat ik een donker bruin vermoeden had dat ik het daar eigenlijk helemaal niet zo goed op deed. Het probleem was alleen, dat ik zeker 8 boterhammen per dag at en geen idee had wat ik dan wel moest eten zonder honger te hebben. Bovendien werkte ik in die tijd bijna voltijds en was ik van ’s ochtends vroeg tot ongeveer vlak voor het avondeten van huis. Veel tijd om het allemaal anders te doen, was er gewoon niet. Toch wilde ik het perse een serieuze kans geven.

Vallen en opstaan

Met vallen en opstaan heb ik geleerd hoe dat voor mij werkte. In het begin was het echt niet tof (en dan druk ik me nog zacht uit). Maar mijn buik was er zo blij mee. Ik wist dat ik, ondanks dat ik nog veel moest leren, op het goede spoor zat. Ik heb het rigoureus aangepakt en meteen mijn granen en zuivel volledig geschrapt van mijn menu. En hoewel mijn darm het meteen leuk vond, had de rest van mijn lijf er serieus moeite mee. Achteraf gezien had ik deze omschakeling dus beter geleidelijk kunnen doen, maar goed….. Ik ging er vol voor en daar ben ik trots op.

Het veranderen van mijn voeding was ontzettend wennen en zoeken. Vooral ook omdat ik helemaal niets wist over voeding, anders dan “dit is lekker en dit vind ik niet lekker”. Tja, het is een beginnetje, maar voor je gezondheid doet het niet zoveel, deze ‘kennis’. Ik ben begonnen met op te letten. Hoe reageert mijn lichaam als ik iets eet? Wanneer heb ik snel honger na een maaltijd en wanneer heb ik juist de hele middag voldoende energie. Dat was leerzaam. Zo ben ik stapje voor stapje verder gekomen.

Wat ik gaandeweg heb ontdekt

In dit proces heb ik onder andere het volgende ontdekt.

  • Je voeding geleidelijk aanpassen is vaak beter dan rigoureus alles ineens doen.
  • Eén maaltijd veranderen en van daaruit verder kijken, is veel beter haalbaar en vol te houden dan alles ineens doen.
  • Als je loslaat dat ontbijt een bak yoghurt met fruit en cruesli is en lunch een boterham met kaas, dan zijn de mogelijkheden ineens eindeloos. Je kunt zelfs ‘avondeten’ als ontbijt eten. Echt waar, dat kan gewoon!
  • Een goede voorbereiding maakt anders eten voor iedereen haalbaar.
  • Elk seizoen een nieuw, gevarieerd weekmenu maken, zorgt er voor dat je voldoende verschillende voedingsstoffen binnenkrijgt en dat je je tegelijkertijd niet elke week weer opnieuw suf piekert over wat je nu weer moet eten.
  • Weten wat er in je voeding zit en waarom je lichaam dat nodig heeft, maakt het veel makkelijker om maaltijden te maken waar niet alleen je smaakpapillen blij van worden, maar je hele lijf.

Vooral dat laatste was een enorme eye-opener. Door alles dat ik heb gelezen en de opleidingen die ik heb gevolgd, weet ik nu zo ongelooflijk veel over wat voeding met je doet. Welke stoffen er in voeding zitten en welke functies die stoffen in je lijf hebben. Ik ben daardoor echt anders naar voeding gaan kijken. Ik kan nu ook heel snel inschatten of een maaltijd mij voldoende voeding gaat geven of dat het vooral lekker smakende vulling is. Daardoor is het verzinnen van wat ik nu toch weer zal eten echt ongelooflijk veel makkelijker geworden. Ik sta nu gewoon elke zaterdagochtend op de markt en koop producten die in het seizoen zijn, dagvers zijn en waar ik zin in heb. Wat ik er dan mee ga maken, dat zie ik dan later wel. De tijd van lijstjes maken en kookboeken napluizen om weer eens iets anders te eten is voorbij. En dat maakt het leven zoveel makkelijker.

Ook leren hoe je een voedend dagmenu maakt?

Wil jij ook je voeding aanpassen, maar weet je niet goed hoe? Wil jij ook anders leren kijken naar voeding en ontdekken of een maaltijd je gaat voeden of vullen? Regelmatig organiseer ik de inspiratiesessie ‘Ontdek wat jou voedt – de kracht van voeding’ waarin we het juist daarover gaan hebben. Via de website kun je je aanmelden voor de eerst volgende sessie.

klinische Psycho-Neuro-Immunologie

Als ik mensen vertel dat ik kPNI therapeut ben, dan weten ze meestal niet wat dat is. Dat snap ik. kPNI is helaas nog niet zo ingeburgerd als veel andere therapievormen dat wel zijn. In deze blogpost leg ik daarom uit wat kPNI is en wat een kPNI therapeut doet. Ik kan je alvast verklappen dat het een prachtige therapie is bij chronische (niet-levensbedreigende) aandoeningen. Ik zie er zoveel mooie dingen door gebeuren bij de mensen die ik behandel.

PNI is een wetenschap

PNI is een wetenschap die de wetenschappelijke kennis uit een vijftal specialismen met elkaar verbindt. Dat zijn:

  1. Psychologie (je psyche)
  2. Neurologie (je zenuwstelsel)
  3. Immunologie (je immuunsysteem)
  4. Endocrinologie (je hormoonstelsel)
  5. Sociologie (je verbinding met je omgeving)

De PNI doet dit vanuit de grondgedachte dat al deze factoren elkaar en je gezondheid beïnvloeden. Binnen de PNI wordt dus niet uitsluitend naar het orgaan gekeken dat klachten geeft, maar altijd ook naar de omgeving waarin dat orgaan functioneert. Dat is het hele lichaam en de omgeving waarin dat lichaam leeft. Gezondheid is daarmee niet alleen iets lichamelijks, maar wordt ook mede bepaald door hoe je in je vel zit en of het leven dat je nu leeft wel goed bij jou past.

Wat doet een kPNI therapeut?

Als kPNI therapeut vertaal ik de wetenschappelijke kennis uit de PNI over onder andere voedingsstoffen en leefstijl naar het leven van alle dag. Zo probeer ik samen met de klant door voeding en leefstijl het zelfherstellend vermogen van het lichaam positief te beïnvloeden. Maar voor je dat kunt doen, moet je zicht hebben op wat er allemaal speelt. Daar besteed ik dus ruim aandacht aan.

Een kPNI behandeling begint daarom altijd met wat we binnen de kPNI noemen “de FOTO en de FILM“. Ik breng in kaart wat de huidige klachten zijn (dat is de FOTO van het huidige moment) en ga samen met de klant op zoek naar hoe deze klachten zijn ontstaan (dat is de FILM van de ziekte of klacht). Ik ben altijd op zoek naar de OORZAAK van de OORZAAK. Ik zoek daarvoor naar verstoorde WERKINGSMECHANISMEN. Een werkingsmechanisme is niets meer of minder dan ‘hoe iets hoort te werken’ in het lichaam. Als dat ergens niet goed gaat, dan kun je daar ziek van worden. Daarom ga ik daarnaar op zoek. Dat geeft ook meteen aanknopingspunten voor herstel.

Op deze manier ontstaat een behandelplan waarin ik samen met de klant stapje voor stapje op weg ga richting een betere gezondheid.

Iets veranderen is vaak de sleutel (oeps)

Om het lichaam vervolgens te helpen richting herstel en meer gezondheid te gaan, zet ik als kPNI therapeut allereerst voeding in. Vaak gebruik ik dan ook tijdelijk de inzet van supplementen, zodat het herstel wat sneller kan gaan. En ja, ik kijk ook met de klant naar wat er nodig is in zijn of haar leefstijl. Dat is heel breed. Dat kan gaan om beweging, maar ook om te kijken wat je op psychologisch of sociaal vlak nodig hebt. Past je leven nog? Heb je behoefte aan meer verbinding met anderen? Dat soort vragen zijn heel belangrijk in het grote geheel van gezondheid, dus die nemen we zeker mee.

“Maar moet ik dan anders gaan eten? Ik moet zeker ook meer gaan bewegen van jou? Nou, laat maar…. ik weet niet hoe ik dat moet doen in mijn drukke leven van alle dag.” Ik hoor dit nog al eens van de mensen als we het hebben over wat kPNI voor hen zou kunnen doen. En ik snap dat! Veranderen is eng, zeker als het gaat om voeding en leefstijl. Het is de basis van je bestaan en daaraan rammelen voelt spannend. Toch zal je op enigerlei manier in ‘beweging’ moeten komen en iets moeten gaan veranderen als je nu chronische klachten hebt waar je vanaf wilt. Want als je niets anders gaat doen dan dat je tot op heden hebt gedaan….tja, dan zal er waarschijnlijk ook niet zoveel kunnen verbeteren.

Gelukkig is er nog een ander adagium in de kPNI en dat is: IN DE KLEINSTE VERANDERING ZIT VAAK HET GROOTSTE VERSCHIL (dr. Leo Pruimboom). En dat is ook zo. Ik zie dat in mijn praktijk heel duidelijk. Natuurlijk krijgen mensen bij mij een lijst mee van voedingsmiddelen die allemaal passen binnen de kPNI behandeling en het advies om vooral daarvan te eten. Dat is niet voor niets. Toch betekent dat bijna nooit dat ze iets anders niet meer mogen eten. Ook krijgen mijn klanten adviezen om in hun leefstijl dingen anders te gaan doen, maar dat betekent zelden dat ze hun leefstijl helemaal om moeten gooien. De meeste mensen weten best wat goed voor hen zou zijn en voelen vaak snel dat de veranderingen heel helpend zijn en dat ze er blij van worden.

Wat er ook moet gaan veranderen, het is altijd een proces waarin ik samen met de klant niet alleen kijk naar wat helpend zou zijn maar ook naar wat haalbaar is in zijn of haar leven. Want alleen dan is het helpend.

Heb ik je geprikkeld?

Ben je misschien toch een beetje nieuwsgierig geworden na het lezen van deze blogpost? Heb je vragen of wil je eens sparren over de mogelijkheden die kPNI jou kan bieden? Mail me gerust of vul het contactformulier op de website in. Het is ook altijd mogelijk om een vrijblijvende bel afspraak te maken om eens samen van gedachten te wisselen. Ik denk graag met je mee.

In 3 stappen terug naar je eigen bioritme

Bioritme

In 3 stappen terug naar je eigen ritme

Ken je dat? Je hebt de hele week hard gewerkt en als je op vrijdagmiddag de pannen erop legt, ben je blij dat het weekend is. Je hebt een hele berg leuke plannen voor de komende dagen en voelt je helemaal top. Je komt thuis, schenkt jezelf een goed glas wijn in en gaat koken. Na het eten kijk je nog een mooie film en besluit geen wekker te zetten voor de volgende morgen. Het is tenslotte weekend nietwaar? Zalig! Je kijkt nu al uit naar je vrije dagen.

De volgende ochtend word je (veel) later wakker dan normaal, maar dat geeft niets, het is weekend. Je staat op en zodra je goed en wel gewassen en aangekleed bent, merk je pas hoe moe je eigenlijk bent. Je voelt je zelfs een beetje brak, terwijl je nu ook weer niet zoveel wijn gedronken had gisterenavond. Je zakt in je stoel en baalt als een stekker. Al die leuke plannen en het enige dat jouw lijf nu aangeeft is “Kunnen we ook niks doen?”. Herkenbaar?? Ben jij ook elk weekend een tikje uit je doen en knap je maandag weer op als je je in je werkritme hijst? Dan is deze blogpost voor jou!

Wat ik hierboven heb omschreven is wat ze in de chronobiologie een ‘social jetlag’ noemen. Het is een circadiaanse ontregeling.

Interne klokken bepalen ons circadiaans (bio)ritme

Circadian is latijn voor ‘ongeveer een dag’. Het circadiaanse ritme is ons dagelijkse ritme. In bijna elk levend wezen zit een ongeveer 24-uurs ritme. Dit ritme zit niet alleen in je organen, maar ook in al je cellen. Je weet waarschijnlijk wel dat je een ongeveer 24-uurs ritme hebt in je slaap-waak cyclus, maar wist je dat je ook 24-uurs ritmes hebt in je stemming, gedrag, hersenfunctie en leren, de afgifte van je hormonen aan de bloedbaan, je bloeddruk, hartslag, en de hoeveelheid glucose en vet in je bloed? Al deze ritmes worden geregeld door een grote hoeveelheid interne klokken. Bijna elke cel blijkt namelijk zo’n klok te hebben. Moet je je voorstellen….

Het probleem met al die interne klokken is wel dat ze elk een beetje hun eigen ritme aanhouden. Daarom heb je een meesterklok nodig om ervoor te zorgen dat al die interne klokken mooi synchroon lopen, zodat je cellen, weefsels en organen fijn met elkaar kunnen samenwerken. Deze meesterklok zit in je hersenen. Hij heet de nucleus suprachiasmaticus (SCN).

Deze meesterklok heeft ook een eigen ritme. Dit ritme komt, net als het ritme van de andere interne klokken, van binnenuit je lichaam. Het ingenieuze aan deze klok is echter dat hij bij het bepalen van zijn ritme ook omgevingssignalen meeneemt. Zo wordt het lichaam voorbereid op wat er komen gaat: dag of nacht. De SCN zorgt er zo voor dat alle overige interne klokken met hem en met elkaar in de pas gaan lopen. Daardoor reguleert de SCN ook het instandhouden van een goede energieverdeling in je lichaam. En dat is super belangrijk voor je gezondheid.

Als de interne klokken uit balans raken

Een probleem ontstaat als de externe (omgevings)signalen in conflict komen met de interne (lichaams)signalen. Dan raken je interne klokken in de war. Dat heet carcadiaanse ontregeling en gebeurt bijvoorbeeld als je werkt in ploegendiensten of als je verre vliegreizen maakt en een jetlag oploopt. Voor elk uur dat dat je uit je ritme komt door bijvoorbeeld zo’n vliegreis, heb je een hele dag nodig om weer in je eigen ritme (en dus in balans) te komen. Verre reizen met een tijdsverschil van enkele uren vragen dus nog al wat van je lichaam. Dat merk je ook, want circadiaanse ontregeling geeft nogal wat symptomen: spierzwakte, misselijkheid, humeurigheid, moeite met nadenken en uitputting op wat willekeurige momenten op de dag lijken.

Als dit conflict tussen de interne en de externe signalen te lang duurt, dan kan dat uiteindelijk veel verschillende ziekten veroorzaken. Circadiaanse ontregeling is in de wetenschap gekoppeld aan wel meer dan 100 verschillende (moderne) ziektebeelden. Tja… best belangrijk dus dat ritme.

Ontregeling van je bioritme is zo gebeurd

Circadian ontregeling komt in onze maatschappij veelvuldig voor en lang niet alleen bij mensen die in ploegendienst werken of verre vliegreizen maken. De situatie die ik aan het begin van deze blog beschreef is daar een mooi voorbeeld van. Het ritmeverschil tussen je werkweek en je weekend is een veelvoorkomende circadiaanse ontregeling. Je hebt als het ware elke zaterdagochtend een jetlag en veel mensen zijn daar op maandagochtend eigenlijk nog maar net van hersteld als ze weer in het werkritme moeten. Ze moeten ineens weer een paar uur eerder opstaan en kampen dan opnieuw met een social jetlag.

Het circadiaanse ritme kun je makkelijk beïnvloeden

Omdat chronische ontregeling van de circadian ritme gelinkt is aan een groot aantal verschillende ziekten, is het dus zaak om daar iets aan te doen. En dat kan ook. We kunnen dit carcadiaanse ritme vrij eenvoudig herstellen. De twee belangrijkste signalen waarmee we invloed hebben op ons ritme zijn licht en voeding.

Licht blijkt rechtstreeks te communiceren met de SCN. Voeding communiceert met de overige interne klokken.

In de goede oude tijd (toen we nog in een berenvel op de prairie liepen) waren deze signalen heel betrouwbaar. We leefden naar het ritme van de natuur. De zon en de maan bepaalde of het dag of nacht was en we hadden niet 24 uur per dag voeding tot onze beschikking. In onze ‘moderne’ tijd is dat helaas anders. We bepalen met elektrisch licht zelf of we het dag of nacht vinden en voedsel is min of meer 24 uur per dag beschikbaar. Daar snapt ons lijf helemaal niets van!

In 3 stappen naar herstel van je bioritme

Wil je je circadiaanse ontregeling (en dus je bioritme) herstellen, dan moet je je lichaam zoveel mogelijk op een vast ritme brengen en houden. Dit ritme moet overeenkomen met de signalen uit je omgeving. Dat is namelijk wat je meesterklok verwacht: dat je interne en externe signalen matchen met elkaar. Hoe fijn voor je lijf!

Ik heb het hier dus over een leefstijlverandering. En die is eigenlijk heel eenvoudig.

Stap 1. Zorg voor een vast slaap / waak ritme

Ga zoveel mogelijk van de week dagen op hetzelfde tijdstip slapen. Ook het moment waarop je wakker wordt, moet alle dagen zo goed als gelijk zijn. Dat is een hele sterke prikkel voor het onderscheid dag en nacht. Dit slaap / waak ritme staat aan de basis van je bioritme. Ik hoef je niet te zeggen dat je ergens tussen de 7 – 8 uur slaap per nacht nodig hebt, toch?

Stap 2. Zorg voor licht overdag en donker in de nacht

Zorg er voor dat je aan het begin van de dag, zo snel mogelijk na het wakker worden, zoveel mogelijk daglicht op je netvlies krijgt. Toegegeven in de winterperiode is dat even wat lastiger, maar dan kun je eventueel een daglichtlamp inzetten. Zodra het in de ochtend voldoende licht is, dan volstaat het al om 10 minuten (zonder zonnebril op) buiten te lopen.

In de avond doe je zo min mogelijk licht in huis aan. Het licht dat je nodig hebt, dim je zoveel als je kunt. Wil je televisie kijken of nog wat doen op je laptop, tablet of smartphone? Zet dan in ieder geval een blue light filter aan of een blue light filter bril op. Deze laatste zijn heel betaalbaar en maken een groot verschil kan ik je zeggen.

Je brengt dus de externe prikkel ‘licht’ in overeenstemming met die van de zon en de maan.

Stap 3. Eet als het dag is en stop met eten als het nacht is

Je lichaam verwacht eten als het dag is, dus als het licht is. Zodra het donker wordt, en dus nacht is, is het tijd voor rust en herstel. Je lichaam heeft minstens 13 aaneengesloten uren van ‘niet-eten’ per dag nodig om goed te kunnen werken. Dat zijn de nacht-uren; de uren voor rust en herstel. Bovendien kunnen in die uren de energievoorraden die in de loop van de dag zijn opgeslagen in je lichaam (in de vorm van glycogeen en vetweefsel) worden opgebruikt.

De meeste mensen in onze maatschappij halen deze 13 aaneengesloten uren van ‘niet-eten’ echter niet. Daarom is wat ze noemen ‘time restricted eating’ een hele mooie manier om de balans te herstellen.

Time restricted eating

Time restricted eating betekent dat je tussen je avondmaaltijd en je eerste maaltijd de dag erop 14 uur niets eet. Gedurende de andere 10 uren op een dag mag je wel eten. Let er ook op dat voeding voor je hersenen het signaal is om actief te worden. Actief zijn hoort bij de dag. Eet je te kort voor het slapen gaan, dan verstoor je dus je slaapkwaliteit. Dat heeft grote gevolgen voor je energieniveau en je gezondheid. Daarom moet je minimaal 3 uur voordat je gaat slapen niets meer eten.

Omdat je lichaam het beste functioneert bij een stabiel ritme, moet je deze 10 uur waarbinnen je eet ook constant houden. Dus als je besluit dat jouw tijd om te eten loopt van ’s ochtends 8.00 uur tot s’ avonds 18.00 uur, dan moet je dat alle dagen zo doen.

Nou zie ik je bijna denken “Ja, het is goed Chantal. Ik heb ook nog een leven en dat speelt zich toch echt af in onze huidige maatschappij!”. Dat snap ik. En als je goed in je ritme zit, dan geeft het niets om daarvan eens af te wijken. Daar krijg je helemaal niets van. Dus ga lekker uit eten, naar de film of spreek af met vrienden. Maak het te laat, eet en drink er gezellig iets bij en slaap uit. Geniet van het leven! Maar…. Je eet ook niet elke dag patat…. dus vind je balans. Je lichaam kan heus omgaan met een keer uit het ritme vallen, maar zorg dat het de meeste tijd in het ritme zit. Dan voel je je het beste en kan je lijf zo goed mogelijk doen wat het moet doen.

Helder? Kun je hiermee aan de slag?

Als je vragen hebt of het fijn vindt om deze veranderingen onder begeleiding te doen, laat het me weten. Je bent van harte welkom in mijn praktijk.

Hartegroet,

Chantal

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

6 keer per dag eten of toch niet?

6 keer per dag eten of toch niet?

– over maaltijdfrequentie en hoe je je spijsverteringsvuur brandend houdt

Een paar jaar geleden had ik bijna altijd honger, terwijl ik de hele dag door at. Ik begon de dag met vier bruine boterhammen en bij de lunch at ik er weer vier. Het avondeten bestond uit een flink bord pasta of aardappelen, met groenten en een stukje vlees. En omdat dit allemaal niet genoeg was, at ik ’s ochtends een flinke koek bij de koffie en ’s middags een dikke plak peperkoek bij de thee. Vaak at ik voor het slapen gaan ook nog 2 bruine boterhammen, want dan had ik alweer honger. En als je nu denkt dat ik toen wel tonnetje rond moet zijn geweest, dan moet ik je teleurstellen. Ik was mager en kwam geen gram aan.

In die tijd kreeg ik het advies om vooral elke 2-3 uur iets te eten om mijn spijsverteringsvuur aan te houden. Dat zou zorgen voor een stabiele bloedsuikerspiegel en daarmee zou mijn honger wel over gaan. Nou, helaas…..niet dus!

Op enig moment begon ik dan toch in gewicht aan te komen. Dat was leuk in het begin, maar ook toen de weegschaal het gewicht aangaf waar ikzelf blij van werd, hield het aankomen niet op. Dat was minder leuk. Vooral omdat ik zo in een jaar 12 kilo (!) aankwam en me ondertussen steeds slechter ging voelen. Ik was beland in de fase van pré-diabetes. En…. ik had nog steeds voortdurend honger. Ik voelde me altijd onrustig en werd gaandeweg ook meer en meer moe. Ik leek nooit voldoende energie te hebben om te doen wat ik graag wilde doen.

Het werd tijd voor een andere aanpak. Ik ben aan de slag gegaan met mijn voeding. Zowel met wat ik eet als met hoe vaak ik eet. Dat maakte een einde aan mijn honger en normaliseerde mijn gewicht. Ik ben niet langer pré-diabetes en heb weer volop energie. Honger heb ik alleen nog als ik echt iets moet eten en dat is veel minder vaak dan voorheen. In deze blogpost leg ik je uit waarom dat zo is. 

Eten verandert je bloedsuikerspiegel

Als je eet stijgt kort daarna de hoeveelheid glucose in je bloed: je bloedsuikerspiegel stijgt. Je cellen kunnen uit glucose energie maken. Om dat te kunnen doen moeten je cellen die glucose wel eerst opnemen. Het hormoon insuline helpt je cellen daarbij. Insuline wordt gemaakt door je alvleesklier.

Dat je bloedsuikerspiegel na de maaltijd stijgt is dus normaal. Het is wel belangrijk dat je bloedsuiker binnen een bepaalde bandbreedte blijft, omdat zowel een te lage als een te hoge bloedsuikerspiegel gevaarlijk voor je is. Je hersenen houden dit in de gaten en sturen de alvleesklier aan om dit via de productie en afgifte van de hormonen insuline en glucagon te regelen. 

Als je cellen de glucose uit je bloed opnemen daalt je bloedsuikerspiegel weer. Dat is voor de alvleesklier het signaal om te stoppen met het afgeven van insuline. Zo wordt voorkomen dat je bloedsuikerspiegel teveel daalt en onder het minimumniveau uitkomt. Het duurt gemiddeld zo’n 5-7 uur na de maaltijd voor de hoeveelheid insuline in je bloed weer terug is naar de normaal-stand. Precies op tijd voor je volgende maaltijd.

Waarom je beter niet elke 2-3 uur iets eet

Als je binnen 5-7 uur na je maaltijd opnieuw iets eet, dan begint dit proces gewoon weer opnieuw. Voor een keer is dat niet erg, maar als je dat vaak doet dan verandert dat iets in je lichaam. De hoeveelheid insuline in het bloed komt dan niet meer terug in de normaal-stand maar blijft iets hoger. Als je dan iets eet en je alvleesklier gaat insuline aanmaken, dan wordt de totale hoeveelheid insuline in je bloed iets hoger dan normaal. Daardoor kun je nog meer glucose uit het bloed opnemen in je cellen. Je cellen doen dit ook. Hierdoor daalt je bloedsuikerspiegel tot onder het minimumniveau dat nog goed voor je is. Jij merkt dit omdat je ineens honger krijgt en je die honger niet kunt negeren. Je kunt er ook trillerig van worden of geïrriteerd of boos. Je kunt er hoofdpijn van krijgen, duizelig en geeuwerig van worden of je slap voelen. Je voelt in ieder geval aan alles dat je nú iets moet eten en bij voorkeur iets zoets! Iets zoets eten zorgt er namelijk snel voor dat je bloedsuikerspiegel weer stijgt en binnen de normale bandbreedte komt. Maar je snapt het inmiddels al wel, dat eten is weer een nieuwe maaltijd voor je lichaam en het verhaal start weer van voren af aan. Zo ontstaat een instabiele bloedsuikerspiegel en daar kun je behoorlijk last van hebben.

Wat is nu voor je lichaam precies een maaltijd?

Wat ik hierboven heb uitgelegd, werkt helaas ook zo als je iets drinkt waar je spijsvertering voor nodig is. Bijvoorbeeld frisdrank, sportdrank, koffie met melk, thee met suiker, een glaasje rode wijn, dat ene koekje bij de koffie/thee of dat miniscule kleine handje nootjes of olijven bij je wijntje of glaasje bier. Tja, gezellig is het allemaal niet, maar ook dat is voor je lichaam een maaltijd. Het verhoogt je bloedsuikerspiegel en zet je alvleesklier aan om insuline te maken.

Je alvleesklier overbelasten door te vaak te eten

Als je dus 3 hoofdmaaltijden eet (ontbijt, lunch en avondeten), daarnaast (peper)koek bij de koffie of thee eet en misschien nog ergens een stukje fruit tussendoor, om vier uur het bekende soepje drinkt en ‘s avonds voor het slapen gaan een klein glaasje wijn neemt, dan is je alvleesklier de hele dag ontzettend druk om jouw bloedsuikerspiegel te reguleren. De kans is dan groot dat je alvleesklier op enig moment uit balans raakt omdat hij het niet meer bij kan houden. Dat is het moment waarop je altijd honger hebt en de hele dag door moet eten om “je spijsverteringsvuur” aan te houden en je bloedsuikerspiegel te proberen in evenwicht te houden. Een maaltijd overslaan is dan ondenkbaar. Het idee alleen al maakt dat je onrustig wordt.

Dat op deze manier je bloedsuikerspiegel helemaal uit balans kan raken is één ding, maar je alvleesklier komt zo waarschijnlijk ook niet toe aan zijn andere functie: het maken van enzymen die je nodig hebt om je eten te verteren. En dat is eigenlijk de belangrijkste functie van je alvleesklier. Het is dus zaak om de alvleesklier voldoende rust te gunnen. Niet alleen kan hij zo herstellen, maar zo blijft er ook voldoende energie en tijd over om spijsverteringsenzymen te maken.

Ik heb inmiddels niet alleen bij mezelf maar ook bij bijna al mijn klanten gemerkt dat het verminderen van de hoeveelheid “maaltijden” op een dag een groot positief effect heeft, zowel op de spijsvertering als op het energieniveau. Om de hoeveelheid maaltijden te verminderen moeten we wel kijken naar wat iemand in een maaltijd eet. Als je de hele dag door koolhydraten eet, dan is het namelijk veel moeilijker om minder vaak te eten dan wanneer je vooral voldoende gezonde vetten en eiwitten eet. Dat komt omdat je meer en langer energie kunt halen uit vetten en eiwitten dan uit koolhydraten. Je voelt je dan langer verzadigd en als je geen honger hebt, ga je waarschijnlijk ook niet eten. Zo ontstaat een ritme van “eten – niet eten” waarbij je alvleesklier kan herstellen. Ik leg dat mijn klanten eigenlijk altijd als volgt uit.

Hoe kun je je spijsverteringsvuur het beste aanhouden?

Vergelijk je spijsverteringsvuur met een haardvuur. Je kunt een haardvuur aanmaken met twijgjes, kleine takken en grote houtblokken. Het is heel makkelijk om een haardvuur aan te krijgen met alleen maar twijgjes. Probleem is wel dat die twijgjes snel opbranden en dan moet je weer nieuwe twijgjes op het vuur gooien. Je krijgt er een instabiel en kort brandend vuur van. Je bent de hele dag druk met het aanhouden van je vuur en hebt geen rust of ruimte om iets anders of niks te doen. Een vuur van alleen maar (of voornamelijk) twijgjes is dus geen fijn vuur.

Als je het vuur probeert aan te maken met alleen maar kleine takken en grote houtblokken dan gaat je dat waarschijnlijk niet lukken. Je hebt de twijgjes nodig om het vuur aan te krijgen. Is het vuur eenmaal aan, dan zal het wel langer aanblijven omdat het langer duurt voor de takken en houtblokken opgebrand zijn. Zo ontstaat een mooi en rustig vuur. Een vuur van een combinatie van twijgjes, kleine takken en grote houtblokken geeft dus het beste resultaat.

Precies zo is het ook met voeding en je spijsverteringsvuur. De twijgjes zijn de koolhydraten (groenten, fruit, aardappelen, granen en suiker), de kleine takken zijn de eiwitten (vlees, vis, gevogelte, eieren, noten, zaden, pitten en groenten) en de grote houtblokken zijn de vetten (vette vis, eieren, extra vierge olijf- of kokosolie, kokosproducten, olijven, noten, zaden, pitten).

Je spijsverteringsvuur aanhouden met vooral snelle koolhydraten, zoals allerlei varianten van graan (brood, muesli, crackers, koek, pasta, rijst), is een lastig en tijdrovende bezigheid. Je moet de hele dag door eten en je alvleesklier gaat dat waarschijnlijk op de lange duur niet fijn vinden. Het gaat erom dat je een voor jouw lichaam geschikte mix vindt van koolhydraten (bij voorkeur in de vorm van groenten en fruit en – als je niet ziek bent – af en toe granen en aardappelen), eiwitten en (gezonde) vetten. Alleen die combinatie maakt het mogelijk dat je minder vaak op een dag kunt eten en je je alvleesklier rust kunt geven. Zo kun je zorgen voor een gezonde eetstijl en problemen in je bloedsuikerspiegel voorkomen. Het resultaat is een stabiele energie voor je lichaam zodat jij lekker kunt doen waar je blij van wordt. Hoe mooi is dat?

Zelf ervaren wat minder vaak eten met je doet?

Ik kan me zomaar voorstellen dat je na het lezen van deze blogpost zelf wilt ervaren wat het verminderen van je maaltijdfrequentie met je doet. Wil je dat doen, let dan vooral op het volgende:

  • verander eerst de samenstelling van je maaltijden: voeg meer gezonde vetten en eiwitten toe en verminder het gebruik van granen, aardappelen en suiker. Meer lezen over de orthomoleculaire / kPNI visie op gezonde voeding lees dan deze blogpost eens;
  • kijk dan stapje voor stapje of het je lukt om steeds één maaltijd per dag minder te eten tot je uitkomt op 3 maaltijden per dag. Begin met het weglaten van een tussendoortje of eet dat aansluitend aan je maaltijd;
  • lukt dit niet of voelt het helemaal niet goed? Schakel dan vooral een deskundige orthomoleculaire therapeut of arts in. Als je wilt, kan ik je helpen. Neem dan even contact met me op.

Als je ziek bent, zwanger bent, borstvoeding geeft, diabetes of longproblemen hebt of een ondergewicht, dan raad ik je met klem aan om alleen veranderingen aan te brengen in je eetgewoonten onder begeleiding van een deskundige orthomoleculaire therapeut of arts. In die gevallen kan het namelijk onverstandig zijn of extra ondersteuning vragen om je eetpatroon te veranderen.

Heb je vragen of wil je meer weten over wat orthomoleculaire / kPNI therapie voor jou kan betekenen? Laat het me weten! Je bent van harte welkom in mijn praktijk. Ik ga graag met jou ontdekken…. ontdekken wat jou voedt!

Hartegroet,

Chantal

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig arts, diëtist of therapeut om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.