Je voeding aanpassen, hoe doe je dat?

Steeds vaker hoor ik dat mensen graag iets zouden veranderen in hun voeding, maar niet goed weten hoe ze dat moeten doen. Misschien geldt dat voor jou ook wel. Als dat zo is, dan is deze blogpost helemaal voor jou.

De bezem door je voeding halen

Ruim zes jaar geleden heb ik de bezem door mijn voeding gehaald. Daar was reden voor, want ik had allerlei vage en minder vage klachten waar ik heel graag vanaf wilde. Ik wilde zien wat voeding daarin voor mij kon betekenen. En dat bleek echt ontzettend veel te zijn.

Sinds dat moment 6 jaar geleden, eet ik geen granen en zuivel meer (hoewel ik sinds kort heel af en toe eens smokkel met een goed stukje rauwmelkse kaas). Overal waar ik kom, sleep ik mijn metalen lunchtrommel mee. Als die opengaat, dan zie ik bij mijn tafelgenoten steevast geïnteresseerde en soms zelfs smachtende blikken. De inhoud van die trommel, is heel vaak aanleiding voor allerlei vragen over voeding en waarom ik eet wat ik eet. Nou kun je mij geen groter plezier doen dan mij te vragen over eten, dus dat treft ;-).

Anders eten? Ja graag, maar hoe?

Uit de gesprekken die ik de afgelopen jaren naar aanleiding van het openen van mijn lunchtrommel heb gehad, is mij een ding heel duidelijk geworden. Er zijn zoveel mensen die graag iets willen veranderen aan hun voeding. Ze willen ontdekken wat dat voor hun gezondheid doet. Bijvoorbeeld omdat ze merken dat ze na het eten van hun boterhammetje tussen de midden in een gigantische dip zakken of dat hun buik eigenlijk best duidelijk aangeeft dat het liever iets anders had gehad. Maar ja, ze weten gewoon niet hoe dit aan te pakken en dat snap ik.

Want toen ik destijds besefte dat ik mijn voeding moest gaan aanpassen als ik me beter wilde gaan voelen, stond ook ik voor de grote vraag: Maar hoe dan…?? Waar moet ik beginnen? Ik wilde heel graag een tijdje geen brood meer eten, omdat ik een donker bruin vermoeden had dat ik het daar eigenlijk helemaal niet zo goed op deed. Het probleem was alleen, dat ik zeker 8 boterhammen per dag at en geen idee had wat ik dan wel moest eten zonder honger te hebben. Bovendien werkte ik in die tijd bijna voltijds en was ik van ’s ochtends vroeg tot ongeveer vlak voor het avondeten van huis. Veel tijd om het allemaal anders te doen, was er gewoon niet. Toch wilde ik het perse een serieuze kans geven.

Vallen en opstaan

Met vallen en opstaan heb ik geleerd hoe dat voor mij werkte. In het begin was het echt niet tof (en dan druk ik me nog zacht uit). Maar mijn buik was er zo blij mee. Ik wist dat ik, ondanks dat ik nog veel moest leren, op het goede spoor zat. Ik heb het rigoureus aangepakt en meteen mijn granen en zuivel volledig geschrapt van mijn menu. En hoewel mijn darm het meteen leuk vond, had de rest van mijn lijf er serieus moeite mee. Achteraf gezien had ik deze omschakeling dus beter geleidelijk kunnen doen, maar goed….. Ik ging er vol voor en daar ben ik trots op.

Het veranderen van mijn voeding was ontzettend wennen en zoeken. Vooral ook omdat ik helemaal niets wist over voeding, anders dan “dit is lekker en dit vind ik niet lekker”. Tja, het is een beginnetje, maar voor je gezondheid doet het niet zoveel, deze ‘kennis’. Ik ben begonnen met op te letten. Hoe reageert mijn lichaam als ik iets eet? Wanneer heb ik snel honger na een maaltijd en wanneer heb ik juist de hele middag voldoende energie. Dat was leerzaam. Zo ben ik stapje voor stapje verder gekomen.

Wat ik gaandeweg heb ontdekt

In dit proces heb ik onder andere het volgende ontdekt.

  • Je voeding geleidelijk aanpassen is vaak beter dan rigoureus alles ineens doen.
  • Eén maaltijd veranderen en van daaruit verder kijken, is veel beter haalbaar en vol te houden dan alles ineens doen.
  • Als je loslaat dat ontbijt een bak yoghurt met fruit en cruesli is en lunch een boterham met kaas, dan zijn de mogelijkheden ineens eindeloos. Je kunt zelfs ‘avondeten’ als ontbijt eten. Echt waar, dat kan gewoon!
  • Een goede voorbereiding maakt anders eten voor iedereen haalbaar.
  • Elk seizoen een nieuw, gevarieerd weekmenu maken, zorgt er voor dat je voldoende verschillende voedingsstoffen binnenkrijgt en dat je je tegelijkertijd niet elke week weer opnieuw suf piekert over wat je nu weer moet eten.
  • Weten wat er in je voeding zit en waarom je lichaam dat nodig heeft, maakt het veel makkelijker om maaltijden te maken waar niet alleen je smaakpapillen blij van worden, maar je hele lijf.

Vooral dat laatste was een enorme eye-opener. Door alles dat ik heb gelezen en de opleidingen die ik heb gevolgd, weet ik nu zo ongelooflijk veel over wat voeding met je doet. Welke stoffen er in voeding zitten en welke functies die stoffen in je lijf hebben. Ik ben daardoor echt anders naar voeding gaan kijken. Ik kan nu ook heel snel inschatten of een maaltijd mij voldoende voeding gaat geven of dat het vooral lekker smakende vulling is. Daardoor is het verzinnen van wat ik nu toch weer zal eten echt ongelooflijk veel makkelijker geworden. Ik sta nu gewoon elke zaterdagochtend op de markt en koop producten die in het seizoen zijn, dagvers zijn en waar ik zin in heb. Wat ik er dan mee ga maken, dat zie ik dan later wel. De tijd van lijstjes maken en kookboeken napluizen om weer eens iets anders te eten is voorbij. En dat maakt het leven zoveel makkelijker.

Ook leren hoe je een voedend dagmenu maakt?

Wil jij ook je voeding aanpassen, maar weet je niet goed hoe? Wil jij ook anders leren kijken naar voeding en ontdekken of een maaltijd je gaat voeden of vullen? Regelmatig organiseer ik de inspiratiesessie ‘Ontdek wat jou voedt – de kracht van voeding’ waarin we het juist daarover gaan hebben. Via de website kun je je aanmelden voor de eerst volgende sessie.

klinische Psycho-Neuro-Immunologie

Als ik mensen vertel dat ik kPNI therapeut ben, dan weten ze meestal niet wat dat is. Dat snap ik. kPNI is helaas nog niet zo ingeburgerd als veel andere therapievormen dat wel zijn. In deze blogpost leg ik daarom uit wat kPNI is en wat een kPNI therapeut doet. Ik kan je alvast verklappen dat het een prachtige therapie is bij chronische (niet-levensbedreigende) aandoeningen. Ik zie er zoveel mooie dingen door gebeuren bij de mensen die ik behandel.

PNI is een wetenschap

PNI is een wetenschap die de wetenschappelijke kennis uit een vijftal specialismen met elkaar verbindt. Dat zijn:

  1. Psychologie (je psyche)
  2. Neurologie (je zenuwstelsel)
  3. Immunologie (je immuunsysteem)
  4. Endocrinologie (je hormoonstelsel)
  5. Sociologie (je verbinding met je omgeving)

De PNI doet dit vanuit de grondgedachte dat al deze factoren elkaar en je gezondheid beïnvloeden. Binnen de PNI wordt dus niet uitsluitend naar het orgaan gekeken dat klachten geeft, maar altijd ook naar de omgeving waarin dat orgaan functioneert. Dat is het hele lichaam en de omgeving waarin dat lichaam leeft. Gezondheid is daarmee niet alleen iets lichamelijks, maar wordt ook mede bepaald door hoe je in je vel zit en of het leven dat je nu leeft wel goed bij jou past.

Wat doet een kPNI therapeut?

Als kPNI therapeut vertaal ik de wetenschappelijke kennis uit de PNI over onder andere voedingsstoffen en leefstijl naar het leven van alle dag. Zo probeer ik samen met de klant door voeding en leefstijl het zelfherstellend vermogen van het lichaam positief te beïnvloeden. Maar voor je dat kunt doen, moet je zicht hebben op wat er allemaal speelt. Daar besteed ik dus ruim aandacht aan.

Een kPNI behandeling begint daarom altijd met wat we binnen de kPNI noemen “de FOTO en de FILM“. Ik breng in kaart wat de huidige klachten zijn (dat is de FOTO van het huidige moment) en ga samen met de klant op zoek naar hoe deze klachten zijn ontstaan (dat is de FILM van de ziekte of klacht). Ik ben altijd op zoek naar de OORZAAK van de OORZAAK. Ik zoek daarvoor naar verstoorde WERKINGSMECHANISMEN. Een werkingsmechanisme is niets meer of minder dan ‘hoe iets hoort te werken’ in het lichaam. Als dat ergens niet goed gaat, dan kun je daar ziek van worden. Daarom ga ik daarnaar op zoek. Dat geeft ook meteen aanknopingspunten voor herstel.

Op deze manier ontstaat een behandelplan waarin ik samen met de klant stapje voor stapje op weg ga richting een betere gezondheid.

Iets veranderen is vaak de sleutel (oeps)

Om het lichaam vervolgens te helpen richting herstel en meer gezondheid te gaan, zet ik als kPNI therapeut allereerst voeding in. Vaak gebruik ik dan ook tijdelijk de inzet van supplementen, zodat het herstel wat sneller kan gaan. En ja, ik kijk ook met de klant naar wat er nodig is in zijn of haar leefstijl. Dat is heel breed. Dat kan gaan om beweging, maar ook om te kijken wat je op psychologisch of sociaal vlak nodig hebt. Past je leven nog? Heb je behoefte aan meer verbinding met anderen? Dat soort vragen zijn heel belangrijk in het grote geheel van gezondheid, dus die nemen we zeker mee.

“Maar moet ik dan anders gaan eten? Ik moet zeker ook meer gaan bewegen van jou? Nou, laat maar…. ik weet niet hoe ik dat moet doen in mijn drukke leven van alle dag.” Ik hoor dit nog al eens van de mensen als we het hebben over wat kPNI voor hen zou kunnen doen. En ik snap dat! Veranderen is eng, zeker als het gaat om voeding en leefstijl. Het is de basis van je bestaan en daaraan rammelen voelt spannend. Toch zal je op enigerlei manier in ‘beweging’ moeten komen en iets moeten gaan veranderen als je nu chronische klachten hebt waar je vanaf wilt. Want als je niets anders gaat doen dan dat je tot op heden hebt gedaan….tja, dan zal er waarschijnlijk ook niet zoveel kunnen verbeteren.

Gelukkig is er nog een ander adagium in de kPNI en dat is: IN DE KLEINSTE VERANDERING ZIT VAAK HET GROOTSTE VERSCHIL (dr. Leo Pruimboom). En dat is ook zo. Ik zie dat in mijn praktijk heel duidelijk. Natuurlijk krijgen mensen bij mij een lijst mee van voedingsmiddelen die allemaal passen binnen de kPNI behandeling en het advies om vooral daarvan te eten. Dat is niet voor niets. Toch betekent dat bijna nooit dat ze iets anders niet meer mogen eten. Ook krijgen mijn klanten adviezen om in hun leefstijl dingen anders te gaan doen, maar dat betekent zelden dat ze hun leefstijl helemaal om moeten gooien. De meeste mensen weten best wat goed voor hen zou zijn en voelen vaak snel dat de veranderingen heel helpend zijn en dat ze er blij van worden.

Wat er ook moet gaan veranderen, het is altijd een proces waarin ik samen met de klant niet alleen kijk naar wat helpend zou zijn maar ook naar wat haalbaar is in zijn of haar leven. Want alleen dan is het helpend.

Heb ik je geprikkeld?

Ben je misschien toch een beetje nieuwsgierig geworden na het lezen van deze blogpost? Heb je vragen of wil je eens sparren over de mogelijkheden die kPNI jou kan bieden? Mail me gerust of vul het contactformulier op de website in. Het is ook altijd mogelijk om een vrijblijvende bel afspraak te maken om eens samen van gedachten te wisselen. Ik denk graag met je mee.

In 3 stappen terug naar je eigen bioritme

Bioritme

In 3 stappen terug naar je eigen ritme

Ken je dat? Je hebt de hele week hard gewerkt en als je op vrijdagmiddag de pannen erop legt, ben je blij dat het weekend is. Je hebt een hele berg leuke plannen voor de komende dagen en voelt je helemaal top. Je komt thuis, schenkt jezelf een goed glas wijn in en gaat koken. Na het eten kijk je nog een mooie film en besluit geen wekker te zetten voor de volgende morgen. Het is tenslotte weekend nietwaar? Zalig! Je kijkt nu al uit naar je vrije dagen.

De volgende ochtend word je (veel) later wakker dan normaal, maar dat geeft niets, het is weekend. Je staat op en zodra je goed en wel gewassen en aangekleed bent, merk je pas hoe moe je eigenlijk bent. Je voelt je zelfs een beetje brak, terwijl je nu ook weer niet zoveel wijn gedronken had gisterenavond. Je zakt in je stoel en baalt als een stekker. Al die leuke plannen en het enige dat jouw lijf nu aangeeft is “Kunnen we ook niks doen?”. Herkenbaar?? Ben jij ook elk weekend een tikje uit je doen en knap je maandag weer op als je je in je werkritme hijst? Dan is deze blogpost voor jou!

Wat ik hierboven heb omschreven is wat ze in de chronobiologie een ‘social jetlag’ noemen. Het is een circadiaanse ontregeling.

Interne klokken bepalen ons circadiaans (bio)ritme

Circadian is latijn voor ‘ongeveer een dag’. Het circadiaanse ritme is ons dagelijkse ritme. In bijna elk levend wezen zit een ongeveer 24-uurs ritme. Dit ritme zit niet alleen in je organen, maar ook in al je cellen. Je weet waarschijnlijk wel dat je een ongeveer 24-uurs ritme hebt in je slaap-waak cyclus, maar wist je dat je ook 24-uurs ritmes hebt in je stemming, gedrag, hersenfunctie en leren, de afgifte van je hormonen aan de bloedbaan, je bloeddruk, hartslag, en de hoeveelheid glucose en vet in je bloed? Al deze ritmes worden geregeld door een grote hoeveelheid interne klokken. Bijna elke cel blijkt namelijk zo’n klok te hebben. Moet je je voorstellen….

Het probleem met al die interne klokken is wel dat ze elk een beetje hun eigen ritme aanhouden. Daarom heb je een meesterklok nodig om ervoor te zorgen dat al die interne klokken mooi synchroon lopen, zodat je cellen, weefsels en organen fijn met elkaar kunnen samenwerken. Deze meesterklok zit in je hersenen. Hij heet de nucleus suprachiasmaticus (SCN).

Deze meesterklok heeft ook een eigen ritme. Dit ritme komt, net als het ritme van de andere interne klokken, van binnenuit je lichaam. Het ingenieuze aan deze klok is echter dat hij bij het bepalen van zijn ritme ook omgevingssignalen meeneemt. Zo wordt het lichaam voorbereid op wat er komen gaat: dag of nacht. De SCN zorgt er zo voor dat alle overige interne klokken met hem en met elkaar in de pas gaan lopen. Daardoor reguleert de SCN ook het instandhouden van een goede energieverdeling in je lichaam. En dat is super belangrijk voor je gezondheid.

Als de interne klokken uit balans raken

Een probleem ontstaat als de externe (omgevings)signalen in conflict komen met de interne (lichaams)signalen. Dan raken je interne klokken in de war. Dat heet carcadiaanse ontregeling en gebeurt bijvoorbeeld als je werkt in ploegendiensten of als je verre vliegreizen maakt en een jetlag oploopt. Voor elk uur dat dat je uit je ritme komt door bijvoorbeeld zo’n vliegreis, heb je een hele dag nodig om weer in je eigen ritme (en dus in balans) te komen. Verre reizen met een tijdsverschil van enkele uren vragen dus nog al wat van je lichaam. Dat merk je ook, want circadiaanse ontregeling geeft nogal wat symptomen: spierzwakte, misselijkheid, humeurigheid, moeite met nadenken en uitputting op wat willekeurige momenten op de dag lijken.

Als dit conflict tussen de interne en de externe signalen te lang duurt, dan kan dat uiteindelijk veel verschillende ziekten veroorzaken. Circadiaanse ontregeling is in de wetenschap gekoppeld aan wel meer dan 100 verschillende (moderne) ziektebeelden. Tja… best belangrijk dus dat ritme.

Ontregeling van je bioritme is zo gebeurd

Circadian ontregeling komt in onze maatschappij veelvuldig voor en lang niet alleen bij mensen die in ploegendienst werken of verre vliegreizen maken. De situatie die ik aan het begin van deze blog beschreef is daar een mooi voorbeeld van. Het ritmeverschil tussen je werkweek en je weekend is een veelvoorkomende circadiaanse ontregeling. Je hebt als het ware elke zaterdagochtend een jetlag en veel mensen zijn daar op maandagochtend eigenlijk nog maar net van hersteld als ze weer in het werkritme moeten. Ze moeten ineens weer een paar uur eerder opstaan en kampen dan opnieuw met een social jetlag.

Het circadiaanse ritme kun je makkelijk beïnvloeden

Omdat chronische ontregeling van de circadian ritme gelinkt is aan een groot aantal verschillende ziekten, is het dus zaak om daar iets aan te doen. En dat kan ook. We kunnen dit carcadiaanse ritme vrij eenvoudig herstellen. De twee belangrijkste signalen waarmee we invloed hebben op ons ritme zijn licht en voeding.

Licht blijkt rechtstreeks te communiceren met de SCN. Voeding communiceert met de overige interne klokken.

In de goede oude tijd (toen we nog in een berenvel op de prairie liepen) waren deze signalen heel betrouwbaar. We leefden naar het ritme van de natuur. De zon en de maan bepaalde of het dag of nacht was en we hadden niet 24 uur per dag voeding tot onze beschikking. In onze ‘moderne’ tijd is dat helaas anders. We bepalen met elektrisch licht zelf of we het dag of nacht vinden en voedsel is min of meer 24 uur per dag beschikbaar. Daar snapt ons lijf helemaal niets van!

In 3 stappen naar herstel van je bioritme

Wil je je circadiaanse ontregeling (en dus je bioritme) herstellen, dan moet je je lichaam zoveel mogelijk op een vast ritme brengen en houden. Dit ritme moet overeenkomen met de signalen uit je omgeving. Dat is namelijk wat je meesterklok verwacht: dat je interne en externe signalen matchen met elkaar. Hoe fijn voor je lijf!

Ik heb het hier dus over een leefstijlverandering. En die is eigenlijk heel eenvoudig.

Stap 1. Zorg voor een vast slaap / waak ritme

Ga zoveel mogelijk van de week dagen op hetzelfde tijdstip slapen. Ook het moment waarop je wakker wordt, moet alle dagen zo goed als gelijk zijn. Dat is een hele sterke prikkel voor het onderscheid dag en nacht. Dit slaap / waak ritme staat aan de basis van je bioritme. Ik hoef je niet te zeggen dat je ergens tussen de 7 – 8 uur slaap per nacht nodig hebt, toch?

Stap 2. Zorg voor licht overdag en donker in de nacht

Zorg er voor dat je aan het begin van de dag, zo snel mogelijk na het wakker worden, zoveel mogelijk daglicht op je netvlies krijgt. Toegegeven in de winterperiode is dat even wat lastiger, maar dan kun je eventueel een daglichtlamp inzetten. Zodra het in de ochtend voldoende licht is, dan volstaat het al om 10 minuten (zonder zonnebril op) buiten te lopen.

In de avond doe je zo min mogelijk licht in huis aan. Het licht dat je nodig hebt, dim je zoveel als je kunt. Wil je televisie kijken of nog wat doen op je laptop, tablet of smartphone? Zet dan in ieder geval een blue light filter aan of een blue light filter bril op. Deze laatste zijn heel betaalbaar en maken een groot verschil kan ik je zeggen.

Je brengt dus de externe prikkel ‘licht’ in overeenstemming met die van de zon en de maan.

Stap 3. Eet als het dag is en stop met eten als het nacht is

Je lichaam verwacht eten als het dag is, dus als het licht is. Zodra het donker wordt, en dus nacht is, is het tijd voor rust en herstel. Je lichaam heeft minstens 13 aaneengesloten uren van ‘niet-eten’ per dag nodig om goed te kunnen werken. Dat zijn de nacht-uren; de uren voor rust en herstel. Bovendien kunnen in die uren de energievoorraden die in de loop van de dag zijn opgeslagen in je lichaam (in de vorm van glycogeen en vetweefsel) worden opgebruikt.

De meeste mensen in onze maatschappij halen deze 13 aaneengesloten uren van ‘niet-eten’ echter niet. Daarom is wat ze noemen ‘time restricted eating’ een hele mooie manier om de balans te herstellen.

Time restricted eating

Time restricted eating betekent dat je tussen je avondmaaltijd en je eerste maaltijd de dag erop 14 uur niets eet. Gedurende de andere 10 uren op een dag mag je wel eten. Let er ook op dat voeding voor je hersenen het signaal is om actief te worden. Actief zijn hoort bij de dag. Eet je te kort voor het slapen gaan, dan verstoor je dus je slaapkwaliteit. Dat heeft grote gevolgen voor je energieniveau en je gezondheid. Daarom moet je minimaal 3 uur voordat je gaat slapen niets meer eten.

Omdat je lichaam het beste functioneert bij een stabiel ritme, moet je deze 10 uur waarbinnen je eet ook constant houden. Dus als je besluit dat jouw tijd om te eten loopt van ’s ochtends 8.00 uur tot s’ avonds 18.00 uur, dan moet je dat alle dagen zo doen.

Nou zie ik je bijna denken “Ja, het is goed Chantal. Ik heb ook nog een leven en dat speelt zich toch echt af in onze huidige maatschappij!”. Dat snap ik. En als je goed in je ritme zit, dan geeft het niets om daarvan eens af te wijken. Daar krijg je helemaal niets van. Dus ga lekker uit eten, naar de film of spreek af met vrienden. Maak het te laat, eet en drink er gezellig iets bij en slaap uit. Geniet van het leven! Maar…. Je eet ook niet elke dag patat…. dus vind je balans. Je lichaam kan heus omgaan met een keer uit het ritme vallen, maar zorg dat het de meeste tijd in het ritme zit. Dan voel je je het beste en kan je lijf zo goed mogelijk doen wat het moet doen.

Helder? Kun je hiermee aan de slag?

Als je vragen hebt of het fijn vindt om deze veranderingen onder begeleiding te doen, laat het me weten. Je bent van harte welkom in mijn praktijk.

Hartegroet,

Chantal

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

6 keer per dag eten of toch niet?

6 keer per dag eten of toch niet?

– over maaltijdfrequentie en hoe je je spijsverteringsvuur brandend houdt

Een paar jaar geleden had ik bijna altijd honger, terwijl ik de hele dag door at. Ik begon de dag met vier bruine boterhammen en bij de lunch at ik er weer vier. Het avondeten bestond uit een flink bord pasta of aardappelen, met groenten en een stukje vlees. En omdat dit allemaal niet genoeg was, at ik ’s ochtends een flinke koek bij de koffie en ’s middags een dikke plak peperkoek bij de thee. Vaak at ik voor het slapen gaan ook nog 2 bruine boterhammen, want dan had ik alweer honger. En als je nu denkt dat ik toen wel tonnetje rond moet zijn geweest, dan moet ik je teleurstellen. Ik was mager en kwam geen gram aan.

In die tijd kreeg ik het advies om vooral elke 2-3 uur iets te eten om mijn spijsverteringsvuur aan te houden. Dat zou zorgen voor een stabiele bloedsuikerspiegel en daarmee zou mijn honger wel over gaan. Nou, helaas…..niet dus!

Op enig moment begon ik dan toch in gewicht aan te komen. Dat was leuk in het begin, maar ook toen de weegschaal het gewicht aangaf waar ikzelf blij van werd, hield het aankomen niet op. Dat was minder leuk. Vooral omdat ik zo in een jaar 12 kilo (!) aankwam en me ondertussen steeds slechter ging voelen. Ik was beland in de fase van pré-diabetes. En…. ik had nog steeds voortdurend honger. Ik voelde me altijd onrustig en werd gaandeweg ook meer en meer moe. Ik leek nooit voldoende energie te hebben om te doen wat ik graag wilde doen.

Het werd tijd voor een andere aanpak. Ik ben aan de slag gegaan met mijn voeding. Zowel met wat ik eet als met hoe vaak ik eet. Dat maakte een einde aan mijn honger en normaliseerde mijn gewicht. Ik ben niet langer pré-diabetes en heb weer volop energie. Honger heb ik alleen nog als ik echt iets moet eten en dat is veel minder vaak dan voorheen. In deze blogpost leg ik je uit waarom dat zo is. 

Eten verandert je bloedsuikerspiegel

Als je eet stijgt kort daarna de hoeveelheid glucose in je bloed: je bloedsuikerspiegel stijgt. Je cellen kunnen uit glucose energie maken. Om dat te kunnen doen moeten je cellen die glucose wel eerst opnemen. Het hormoon insuline helpt je cellen daarbij. Insuline wordt gemaakt door je alvleesklier.

Dat je bloedsuikerspiegel na de maaltijd stijgt is dus normaal. Het is wel belangrijk dat je bloedsuiker binnen een bepaalde bandbreedte blijft, omdat zowel een te lage als een te hoge bloedsuikerspiegel gevaarlijk voor je is. Je hersenen houden dit in de gaten en sturen de alvleesklier aan om dit via de productie en afgifte van de hormonen insuline en glucagon te regelen. 

Als je cellen de glucose uit je bloed opnemen daalt je bloedsuikerspiegel weer. Dat is voor de alvleesklier het signaal om te stoppen met het afgeven van insuline. Zo wordt voorkomen dat je bloedsuikerspiegel teveel daalt en onder het minimumniveau uitkomt. Het duurt gemiddeld zo’n 5-7 uur na de maaltijd voor de hoeveelheid insuline in je bloed weer terug is naar de normaal-stand. Precies op tijd voor je volgende maaltijd.

Waarom je beter niet elke 2-3 uur iets eet

Als je binnen 5-7 uur na je maaltijd opnieuw iets eet, dan begint dit proces gewoon weer opnieuw. Voor een keer is dat niet erg, maar als je dat vaak doet dan verandert dat iets in je lichaam. De hoeveelheid insuline in het bloed komt dan niet meer terug in de normaal-stand maar blijft iets hoger. Als je dan iets eet en je alvleesklier gaat insuline aanmaken, dan wordt de totale hoeveelheid insuline in je bloed iets hoger dan normaal. Daardoor kun je nog meer glucose uit het bloed opnemen in je cellen. Je cellen doen dit ook. Hierdoor daalt je bloedsuikerspiegel tot onder het minimumniveau dat nog goed voor je is. Jij merkt dit omdat je ineens honger krijgt en je die honger niet kunt negeren. Je kunt er ook trillerig van worden of geïrriteerd of boos. Je kunt er hoofdpijn van krijgen, duizelig en geeuwerig van worden of je slap voelen. Je voelt in ieder geval aan alles dat je nú iets moet eten en bij voorkeur iets zoets! Iets zoets eten zorgt er namelijk snel voor dat je bloedsuikerspiegel weer stijgt en binnen de normale bandbreedte komt. Maar je snapt het inmiddels al wel, dat eten is weer een nieuwe maaltijd voor je lichaam en het verhaal start weer van voren af aan. Zo ontstaat een instabiele bloedsuikerspiegel en daar kun je behoorlijk last van hebben.

Wat is nu voor je lichaam precies een maaltijd?

Wat ik hierboven heb uitgelegd, werkt helaas ook zo als je iets drinkt waar je spijsvertering voor nodig is. Bijvoorbeeld frisdrank, sportdrank, koffie met melk, thee met suiker, een glaasje rode wijn, dat ene koekje bij de koffie/thee of dat miniscule kleine handje nootjes of olijven bij je wijntje of glaasje bier. Tja, gezellig is het allemaal niet, maar ook dat is voor je lichaam een maaltijd. Het verhoogt je bloedsuikerspiegel en zet je alvleesklier aan om insuline te maken.

Je alvleesklier overbelasten door te vaak te eten

Als je dus 3 hoofdmaaltijden eet (ontbijt, lunch en avondeten), daarnaast (peper)koek bij de koffie of thee eet en misschien nog ergens een stukje fruit tussendoor, om vier uur het bekende soepje drinkt en ‘s avonds voor het slapen gaan een klein glaasje wijn neemt, dan is je alvleesklier de hele dag ontzettend druk om jouw bloedsuikerspiegel te reguleren. De kans is dan groot dat je alvleesklier op enig moment uit balans raakt omdat hij het niet meer bij kan houden. Dat is het moment waarop je altijd honger hebt en de hele dag door moet eten om “je spijsverteringsvuur” aan te houden en je bloedsuikerspiegel te proberen in evenwicht te houden. Een maaltijd overslaan is dan ondenkbaar. Het idee alleen al maakt dat je onrustig wordt.

Dat op deze manier je bloedsuikerspiegel helemaal uit balans kan raken is één ding, maar je alvleesklier komt zo waarschijnlijk ook niet toe aan zijn andere functie: het maken van enzymen die je nodig hebt om je eten te verteren. En dat is eigenlijk de belangrijkste functie van je alvleesklier. Het is dus zaak om de alvleesklier voldoende rust te gunnen. Niet alleen kan hij zo herstellen, maar zo blijft er ook voldoende energie en tijd over om spijsverteringsenzymen te maken.

Ik heb inmiddels niet alleen bij mezelf maar ook bij bijna al mijn klanten gemerkt dat het verminderen van de hoeveelheid “maaltijden” op een dag een groot positief effect heeft, zowel op de spijsvertering als op het energieniveau. Om de hoeveelheid maaltijden te verminderen moeten we wel kijken naar wat iemand in een maaltijd eet. Als je de hele dag door koolhydraten eet, dan is het namelijk veel moeilijker om minder vaak te eten dan wanneer je vooral voldoende gezonde vetten en eiwitten eet. Dat komt omdat je meer en langer energie kunt halen uit vetten en eiwitten dan uit koolhydraten. Je voelt je dan langer verzadigd en als je geen honger hebt, ga je waarschijnlijk ook niet eten. Zo ontstaat een ritme van “eten – niet eten” waarbij je alvleesklier kan herstellen. Ik leg dat mijn klanten eigenlijk altijd als volgt uit.

Hoe kun je je spijsverteringsvuur het beste aanhouden?

Vergelijk je spijsverteringsvuur met een haardvuur. Je kunt een haardvuur aanmaken met twijgjes, kleine takken en grote houtblokken. Het is heel makkelijk om een haardvuur aan te krijgen met alleen maar twijgjes. Probleem is wel dat die twijgjes snel opbranden en dan moet je weer nieuwe twijgjes op het vuur gooien. Je krijgt er een instabiel en kort brandend vuur van. Je bent de hele dag druk met het aanhouden van je vuur en hebt geen rust of ruimte om iets anders of niks te doen. Een vuur van alleen maar (of voornamelijk) twijgjes is dus geen fijn vuur.

Als je het vuur probeert aan te maken met alleen maar kleine takken en grote houtblokken dan gaat je dat waarschijnlijk niet lukken. Je hebt de twijgjes nodig om het vuur aan te krijgen. Is het vuur eenmaal aan, dan zal het wel langer aanblijven omdat het langer duurt voor de takken en houtblokken opgebrand zijn. Zo ontstaat een mooi en rustig vuur. Een vuur van een combinatie van twijgjes, kleine takken en grote houtblokken geeft dus het beste resultaat.

Precies zo is het ook met voeding en je spijsverteringsvuur. De twijgjes zijn de koolhydraten (groenten, fruit, aardappelen, granen en suiker), de kleine takken zijn de eiwitten (vlees, vis, gevogelte, eieren, noten, zaden, pitten en groenten) en de grote houtblokken zijn de vetten (vette vis, eieren, extra vierge olijf- of kokosolie, kokosproducten, olijven, noten, zaden, pitten).

Je spijsverteringsvuur aanhouden met vooral snelle koolhydraten, zoals allerlei varianten van graan (brood, muesli, crackers, koek, pasta, rijst), is een lastig en tijdrovende bezigheid. Je moet de hele dag door eten en je alvleesklier gaat dat waarschijnlijk op de lange duur niet fijn vinden. Het gaat erom dat je een voor jouw lichaam geschikte mix vindt van koolhydraten (bij voorkeur in de vorm van groenten en fruit en – als je niet ziek bent – af en toe granen en aardappelen), eiwitten en (gezonde) vetten. Alleen die combinatie maakt het mogelijk dat je minder vaak op een dag kunt eten en je je alvleesklier rust kunt geven. Zo kun je zorgen voor een gezonde eetstijl en problemen in je bloedsuikerspiegel voorkomen. Het resultaat is een stabiele energie voor je lichaam zodat jij lekker kunt doen waar je blij van wordt. Hoe mooi is dat?

Zelf ervaren wat minder vaak eten met je doet?

Ik kan me zomaar voorstellen dat je na het lezen van deze blogpost zelf wilt ervaren wat het verminderen van je maaltijdfrequentie met je doet. Wil je dat doen, let dan vooral op het volgende:

  • verander eerst de samenstelling van je maaltijden: voeg meer gezonde vetten en eiwitten toe en verminder het gebruik van granen, aardappelen en suiker. Meer lezen over de orthomoleculaire / kPNI visie op gezonde voeding lees dan deze blogpost eens;
  • kijk dan stapje voor stapje of het je lukt om steeds één maaltijd per dag minder te eten tot je uitkomt op 3 maaltijden per dag. Begin met het weglaten van een tussendoortje of eet dat aansluitend aan je maaltijd;
  • lukt dit niet of voelt het helemaal niet goed? Schakel dan vooral een deskundige orthomoleculaire therapeut of arts in. Als je wilt, kan ik je helpen. Neem dan even contact met me op.

Als je ziek bent, zwanger bent, borstvoeding geeft, diabetes of longproblemen hebt of een ondergewicht, dan raad ik je met klem aan om alleen veranderingen aan te brengen in je eetgewoonten onder begeleiding van een deskundige orthomoleculaire therapeut of arts. In die gevallen kan het namelijk onverstandig zijn of extra ondersteuning vragen om je eetpatroon te veranderen.

Heb je vragen of wil je meer weten over wat orthomoleculaire / kPNI therapie voor jou kan betekenen? Laat het me weten! Je bent van harte welkom in mijn praktijk. Ik ga graag met jou ontdekken…. ontdekken wat jou voedt!

Hartegroet,

Chantal

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig arts, diëtist of therapeut om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Vasten

In onze huidige maatschappij is voeding ruimschoots en continu aanwezig. Je kunt eten wat je wilt, wanneer je wilt en hoe vaak je wilt. Deze overvloed is evolutionair gezien nieuw en ons lichaam is dat niet gewend. Van oudsher wisselden periodes van overvloed en schaarste elkaar namelijk af. Er waren tijden waarin de natuur rijkelijk en er waar tijden waarin de natuur nauwelijks voorzag in onze voedingsbehoefte. Daarop is ons lichaam evolutionair gezien heel goed aangepast. Tijden van niet eten is een oude “stressor” waar ons lichaam wel raad mee weet. Sterker nog, af en toe niet eten is daardoor heel erg gezond.

Vasten voor je gezondheid

Ik wil het in deze blogpost graag met je hebben over vasten. Af en toe niet eten maakt wat mij betreft deel uit van een goed voedingspatroon. Er zijn verschillende redenen waarom regelmatig vasten heel verstandig kan zijn. In deze blogpost ga ik je een van die redenen uitleggen. Die reden heeft te maken met de hoeveelheid glucose in je bloed. Vasten helpt namelijk te zorgen dat je lichaam de hoeveelheid glucose in je bloed (je bloedsuikerspiegel) makkelijker op het juiste niveau kan houden. Dat is heel belangrijk omdat zowel te weinig als teveel glucose in je bloed erg schadelijk kan zijn.

Glucose

Glucose is een eenvoudige vorm van suiker. De cellen in je lichaam gebruiken (onder andere) glucose om energie van te maken. Als je iets eet of drinkt waar koolhydraten in zitten (zoals brood, pasta, rijst, aardappelen, suiker, limonade, sportdrankjes, alcohol, maar ook fruit en groenten) dan breekt je lichaam die koolhydraten in je spijsverteringskanaal af tot onder andere glucose. Via je darm wordt deze glucose opgenomen in je bloed. Daardoor neemt de hoeveelheid glucose in je bloed toe. Dat is goed, want zo kan deze glucose door het lichaam worden vervoerd naar je cellen.

Een te grote hoeveelheid glucose in je bloed is echter gevaarlijk. Je lichaam zal er dus zo snel mogelijk voor zorgen dat de glucose uit je bloed in je cellen wordt opgenomen.

Insuline

Zodra de verteerde koolhydraten (in de vorm van glucose) in je darm aankomen, merkt je darm dit op. Je darm laat deze glucose door naar je bloed en geeft een signaal aan je alvleesklier. Je alvleesklier gaat het hormoon insuline produceren en aan je bloed afgeven. Insuline zorgt ervoor dat je cellen de glucose uit je bloed kunnen opnemen. Cellen gebruiken glucose, dat zei ik hiervoor al, om energie van te maken.

Insulinereceptoren en glucosetransporters

Zodra insuline in je bloed komt, wordt het door je lichaam vervoerd naar je cellen. Op deze cellen zitten receptoren (insulinereceptoren) die speciaal gemaakt zijn om insuline aan zich te binden. Zodra insuline langs zo’n receptor komt, ontstaat een verbinding tussen die receptor en insuline. Je kunt dat zien als twee legoblokjes die precies op elkaar passen. Door die verbinding weet je cel: er is glucose in het bloed om op te nemen. Insuline zorgt er eerst voor dat de aanwezige energie in de cel wordt opgebruikt. Daardoor raakt je cel leeg. Dit ‘honger’ gevoel in de cel zorgt ervoor dat de cel een soort boodschappenjongen (een glucosetransporter met de naam GLUT4) naar de buitenkant van de cel stuurt om de glucose uit het bloed te halen en in de cel te brengen om nieuwe energie van te maken.

Sommige cellen, zoals spiercellen, kunnen ook glucose opnemen zonder insuline. Deze cellen merken op dat zij weinig glucose in hun voorraad hebben en sturen als reactie daarop hun GLUT4 naar de buitenkant van de cel om glucose op te halen. Deze cellen kunnen dus zonder insuline zorgen voor een goede bloedsuikerspiegel. Een groot voordeel daarvan is dat je alvleesklier dan geen insuline hoeft aan te maken en rust krijgt. Je alvleesklier kan dan energie steken in het maken van  spijsverteringsenzymen zodat jij je eten goed kunt verteren en dat is eigenlijk zijn belangrijkste taak. Je alvleesklier niet continue vragen om insuline te maken, is dus een heel goed idee.

Glucosetransporters worden afgebroken als je te vaak eet

Hoe vaker je eet, hoe minder actief GLUT4 wordt. Je cellen hebben dan namelijk voldoende glucose op voorraad en er is geen reden om boodschappen te gaan doen. Dat is logisch, bij een volle voorraadkast ga jij ook niet naar de (super)markt.

Je lichaam merkt vervolgens op dat jouw GLUT4 minder vaak erop uitgaat om glucose te halen. Omdat je lichaam continue moet zorgen voor een goede verdeling van de beschikbare energie, gaat het geen energie meer steken in het op peil houden van jouw GLUT4. Je lichaam steekt namelijk geen energie in iets wat jij kennelijk niet (langer) nodig hebt. Het aantal glucose-boodschappenjongens (GLUT4) die jij aan het werk kunt zetten zal hierdoor dalen. Je lichaam breekt ze af om energie vrij te maken voor andere dingen. If you don’t use it, you lose it.

Met minder GLUT4 kun je echter je bloedsuikerspiegel en de voorraad glucose in je cellen veel minder goed reguleren en dat heeft grote gevolgen voor je gezondheid. Het is dus zaak om voldoende GLUT4 te hebben, te houden en te gebruiken.

Vasten zorgt voor meer glucosetransporters

Meer glucosetransporters aanmaken doe je door regelmatig niet te eten. Want als je niet eet, ontstaat er uiteindelijk een tekort aan glucose in je cellen. Je lichaam zal in reactie hierop de aanwezige GLUT4 naar de buitenkant van je cellen sturen. Als je langer dan 8 uur aaneengesloten niets eet maakt je lichaam meer GLUT4 aan. Als je 18 uur aaneengesloten niet eet, dan heeft je lichaam zoveel GLUT4 aangemaakt dat je celwanden er helemaal vol mee zitten. Je lichaam wordt dan supergevoelig voor glucose. Zodra glucose dan weer in de bloed komt, wordt het direct opgenomen in je cellen. Overigens mag je dan gedurende deze periode van vasten ook niets drinken waar je spijsvertering voor nodig hebt. Dus geen suiker of honing in de thee, geen glaasje rode wijn, geen kokosmelk in de koffie. Water, (kruiden)thee en pure koffie zijn wel prima om te drinken tijdens het vasten.

Vasten zorgt voor beter werkende insulinereceptoren

Ook de cellen die wel insuline nodig hebben om glucose op te nemen hebben baat bij vasten. Dat heeft alles te maken met hoe vaak je eet. Elke keer als je eet krijgt je alvleesklier een signaal om insuline aan te maken. Als je meer dan 2 à 3 keer per dag eet, is je alvleesklier daar dus heel erg druk mee. Dat is niet alleen belastend voor je alvleesklier maar zorgt ook voor veel insuline in je bloed. Die insuline wordt natuurlijk gebruikt om de glucose die je hebt gegeten in de cellen op te nemen, maar op enig moment zijn je cellen vol. Je cellen zullen dan hun insulinereceptoren uitzetten, zodat insuline de cel geen opdracht meer kan geven om de glucose op te nemen.

Als jij vervolgens blijft eten (omdat je nu eenmaal hebt geleerd dat je minimaal 3 maaltijden per dag en toch zeker 2 tussendoortjes moet eten) terwijl je insulinereceptoren uitstaan (omdat je cellen genoeg glucose hebben), dan stijgt niet alleen de hoeveelheid glucose in je bloed maar stijgt ook de hoeveelheid insuline in je bloed. Je insulinereceptoren worden dan minder gevoelig voor insuline omdat het er toch altijd is. Dat is net zoiets als dat jij de radio die op de achtergrond aanstaat niet meer hoort omdat je aan het geluid gewend raakt. Pas als de radio uitgaat, merk je dat weer op. Zo is het ook met je insulinereceptoren. Als je een tijdje niet eet, dan raakt de voorraad glucose in je cellen op. Je lichaam zal dan je insulinereceptoren weer gaan activeren en deze worden weer gevoelig voor insuline. Met vasten herstel je dus ook het mechanisme om met insuline glucose op te nemen in je cellen.

Vasten is eenvoudig

Er zijn verschillende vormen van (intermitterend) vasten. Zelf vind ik overnacht vasten het prettigst en ook het makkelijkst te doen. Dat werkt als volgt.

Na je avondmaaltijd eet je minimaal 13 uur tot maximaal 16 uur niets meer. Je mag wel water, (kruiden)thee of koffie drinken maar zonder iets erin. Daarna neem je je eerste maaltijd van de volgende dag. Omdat je een groot deel van deze tijd slaapt, is deze vorm van vasten voor de meeste mensen goed te doen. Je kunt beginnen met 13 uur vasten en dat langzaam uitbouwen naar maximaal 16 uur. Blijf wel goed voelen hoe het met je gaat. Voelt het niet goed? Stop er dan mee en raadpleeg een arts of therapeut. Ben je zwanger? Doe het dan liever niet of in ieder geval niet zonder deskundige begeleiding.

Als altijd gaat het erom te ontdekken….. ontdekken wat jou voedt!

Vragen over je gezondheid?

Heb je na het lezen van deze blogpost vragen over je gezondheid? Of merk je dat het vasten lastig is voor je en wil je weten hoe dat komt en wat je daaraan kunt doen? Mail me voor een afspraak op info@vanappeltotzeekraal.nl en we gaan samen kijken wat jouw lichaam nodig heeft voor een zo optimaal mogelijke gezondheid.

 

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig arts, diëtist of therapeut om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

De 7 stappen naar succes

Een nieuw jaar, ik vind het altijd veelbelovend. Tegen de tijd dat de start van het nieuwe jaar in beeld komt, maak ik al nieuwe plannen voor dat jaar. Herken je dat? Je stelt jezelf prachtige doelen, je hebt er helemaal zin in en bruist van de energie als je denkt aan alles wat je gaat doen. Je bent er zeker van dat je je doelen gaat halen. Je noemt die nieuwe plannen heel chique ‘goede voornemens’ en klaar ben je. In de startblokken om er een groot succes van te maken….

In de eerste week van het nieuwe jaar ga je enthousiast van start maar gaandeweg de maand januari komt er al vrij snel de klad in. Eind januari, zo’n beetje rond de tijd dat jij deze nieuwsbrief ontvangt, is het dan meestal wel gedaan met die goede voornemens. De klad is er niet alleen ingekomen, maar je bent ze gewoonweg vergeten! Toch jammer, want het waren best hele mooie doelen, die goede voornemens van je.

Kan dat nu niet anders? Zeker wel!

Als orthomoleculair / kPNI therapeut begeleid ik mensen om veranderingen aan te brengen in hun eet- en leefstijl. Ik help ze om de doelen die ze zich daarbij stellen te halen. Ik heb ontdekt dat er slechts 7 stappen nodig zijn om je doelen te bereiken. Ik noem ze de 7 stappen naar succes!

Stel je hebt je voorgenomen om dit jaar gezonder te gaan eten en te gaan ontdekken wat jouw lichaam nodig heeft om het goed te doen. Hoe zorg je er dan voor dat je dit doel ook daadwerkelijk zult bereiken?

Stap 1. Formuleer je doel alsof je het al behaald hebt

Stel je daarbij voor dat je een aantal maanden verder bent. Je hebt je doel behaald en doet wat je jezelf tot doel hebt gesteld. Hoe zou je dat een ander dan vertellen? Dat is de ingang naar hoe je je doel moet formuleren. Dus in dit voorbeeld formuleer je je doel dan als volgt:

Ik eet gezond en ontdek wat mij voedt!

Stap 2. Schrijf dit doel ergens op waar je het meerdere keren per dag ziet

Schrijf het bijvoorbeeld op een mooi vel papier, maak er een waar kunstwerk van (zodat je er elke keer weer blij van wordt als je er naar kijkt) en hang dit kunstwerk op in huis op een plek waar je het dagelijks vaak ziet. Een andere goede manier is om er een screensaver van te maken voor op je PC, tablet of telefoon. Het gaat er om dat je meerdere keren per dag herinnerd wordt aan je doel op een manier waar je vlinders van in je buik krijgt.

Stap 3. Gebruik je fantasie

Stel je elke keer dat je je doel ziet staan (op je vel of je scherm) zo levendig mogelijk voor dat je je doel hebt behaald. Hoe ziet je leven er dan uit? Hoe voel je je dan? Maak het zo echt mogelijk. Doorleef het helemaal!

Bijvoorbeeld: Als ik gezond eet en ontdek wat mij voedt dan heb ik meer energie, zit ik beter in mijn vel en maak ik betere keuzes voor mezelf. Ik voel me dan fantastisch! Zie dat leven voor je. Voel hoe dat voelt ook echt.

Stap 4. Maak jouw ‘routekaart naar succes’

Nu je weet wat je gaat bereiken, kun je ook bedenken hoe je daar moet komen. Begin met je behaalde doel voor ogen en loop in gedachten vanaf dat punt steeds een stapje terug naar waar je nu staat. Welke tussenstappen kom je dan onderweg tegen? Zet die op papier en je ‘routekaart naar succes’ ontstaat vanzelf.

 

Stap 5. Kom in actie

Nu je weet hoe jouw ‘routekaart naar succes’ eruit ziet en wat de eerste stap is die je daarop moet zetten: Kom je in actie. Je hebt er niets aan om het allemaal uit te denken, te visualiseren en vervolgens op de bank te blijven zitten. Zet die eerste stap. Koop een kookboek en lees erin!

Stap 6. Vraag hulp

Veranderingen aanbrengen in je leven is lang niet altijd zo eenvoudig. Het dagelijks leven zit nu eenmaal nog al eens in de weg van jouw pad naar het behalen van je doelen. Vraag daarom hulp! Dat kan je natuurlijk doen aan je partner, een vriend(in) of een collega, maar je kunt het ook aan je hersenen vragen. Dat klinkt misschien een beetje vreemd, maar je hersenen vervelen zich nog al snel en zijn reuze blij als je hen een opdracht geeft. Dus vraag je hersenen om mee te helpen om je doel te bereiken.

Uiteraard kun je ook professionele ondersteuning vragen in de vorm van een therapeut of coach.

Stap 7. Geniet van het proces

Dit hele proces op weg naar het bereiken van je doel is precies dat: een proces. Dat gaat dus vanzelf gepaard met vallen en weer opstaan. Ben lief voor jezelf terwijl je op dit pad bent. Vier je successen, hoe klein ze misschien ook zijn! Moedig jezelf aan als het even iets minder goed gaat. Ben je grootste supporter en zorg voor jezelf in dit proces zoals je voor een geliefde zou doen. Geniet van het onderweg zijn naar je doel. Je gaat er heus komen!

 

Wil je je gezondheid gaan verbeteren maar weet je niet goed waar te starten? Kamp je met gezondheidsklachten waar je nu eindelijk toch eens vanaf wilt? Ben je bereid om zelf actief aan de slag te gaan en kritisch te kijken naar hoe je eet, beweegt en leeft? Mail me voor een afspraak en ik help je om een gezondere versie van jezelf te worden.

Hartegroet,

Chantal van den Brandt

 

PS:

Heb je na het lezen van deze blogpost behoefte aan meer inspiratie? Kijk dan onderstaande TED talk eens.

 

Ortho…hoe??

Als ik mensen vertel dat ik orthomoleculair therapeut ben, is het meestal even stil. Je ziet ze denken: “ortho…hoe?? wat is dat nu weer? nooit van gehoord”. En dat snap ik.

Dus laat ik het gewoon eens uitleggen. Stel je even voor dat jij mijn klant bent. En dan…?

Cellen, weefsels en organen werken samen

Als orthomoleculair therapeut probeer ik dan samen met jou de manier waarop jouw lichaam werkt te beïnvloeden. Zo proberen we om jouw gezondheid te verbeteren. Simpel toch? Nou, helemaal niet. Het lichaam is een ongelooflijk prachtig en ingenieus machientje. Het is opgebouwd uit cellen, die met elkaar samenwerken. De cellen vormen weefsels en de weefsels vormen organen en orgaanstelsels. En al die cellen, weefsels, organen en orgaanstelsels werken, als het goed is, met elkaar samen om ervoor te zorgen dat jij gewoon lekker je ding kunt doen. Die samenwerking wordt geregeld door werkingsmechanismen. Ik zei het al; het lichaam is een ingenieus machientje.

 

Je lichaam heeft de juiste input van jou nodig

Om er nu voor te zorgen dat alle onderdelen van je lichaam fijn met elkaar samenwerken en het machientje lekker loopt, is er wel het een en ander nodig. De onderlinge communicatie moet goed zijn tussen alle cellen, weefsels, organen en orgaanstelsels maar ook moeten alle voorwaarden die nodig zijn voor een optimaal functioneren zijn vervuld. Kijk, en daar gaat het nog wel eens mis.

 

Je lijf verwacht namelijk van jou dat je de juiste bouwstoffen aanlevert (lees: de juiste voeding eet), dat je voldoende beweegt (zodat bijvoorbeeld spieren en botten sterk kunnen blijven en afvalstoffen kunnen worden afgevoerd), dat je voldoende rust neemt (ja, dat is echt heel belangrijk voor je en dat weet je eigenlijk zelf ook wel) en plezier hebt in je leven. Oh ja, en je lijf wil ook graag dat je niet teveel stress ervaart (stress ontregelt de boel namelijk zo gigantisch en daar houdt het lijf niet zo van) en je een beetje aan het dag/nachtritme houdt (dat is er namelijk niet voor niets). Het voldoen aan deze eisen van ons lijf is in onze ‘moderne’ maatschappij voor veel mensen nog al een opgave. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel mensen rondlopen met allerlei kwaaltjes, klachten en vaak zelfs ‘gewoon’ (chronisch) ziek zijn.

 

Klachten, symptomen en ziekten zijn nuttige signalen

Nou is dat natuurlijk buitengewoon onhandig en vervelend, al die kwaaltjes, klachten en dat ziek zijn. Toch moet je blij zijn dat je lichaam deze signalen aan je laat zien. Het zijn eigenlijk berichtjes van je lijf waarmee het aangeeft dat er iets niet goed gaat en waar de samenwerking tussen je cellen, weefsels, organen en orgaanstelsels problemen heeft. Het lichaam probeert je dus met deze signalen te laten weten dat je iets moet aanpassen en in welke hoek je dat eens zou kunnen zoeken. En daar kom ik dan in beeld. Als orthomoleculair therapeut kijk ik samen met jou naar de signalen die je lichaam laat zien. Ik probeer daaruit te vertalen welke werkingsmechanismen verstoord zijn geraakt en bedenk samen met jou hoe we die weer gaan proberen te herstellen. Dat doen we door veranderingen aan te brengen in je voeding, je beweging en je leefstijl. Precies op maat voor jou. Passend bij jouw leven en lijf. Soms zet ik daarbij ook voedingssupplementen en kruiden in. Alles om ervoor te zorgen dat we jouw lichaam geven wat het nodig heeft om weer soepel te kunnen doen wat het moet doen, zodat jij dat ook weer kunt doen.

 

Orthomoleculaire geneeskunde is complementaire geneeskunde

Orthomoleculaire geneeskunde is dus een vorm van alternatieve (natuur)geneeskunde. Het wordt ook wel complementaire geneeskunde genoemd en dat is eigenlijk een betere term. Het is complementair (en dus aanvullend) op de reguliere geneeskunde waar we allemaal wel mee bekend zijn. Het is inzetbaar bij een groot aantal hedendaagse aandoeningen. Denk bijvoorbeeld aan vermoeidheid, allergieën, spijsverterings- en darmklachten, diabetes mellitus type 2, overgewicht, stressklachten, hormonale klachten en auto-immuunziekten. Maar het kan ook heel goed preventief worden ingezet; gewoon omdat je zo gezond mogelijk oud wilt worden.

 

Orthomoleculaire geneeskunde dus…. eigenlijk best logisch toch?