Altijd honger….

Een aantal jaren geleden had ik altijd honger. Ik at als een bootwerker (terwijl ik een kantoorbaan had). Ik at 8 keer per dag, waarvan 3 keer per dag een flinke maaltijd. Ik at bijna altijd voor het slapen gaan nog 2 boterhammen, omdat ik om 22.00 uur ’s avonds gewoon weer honger had. Het enige moment op de dag dat ik geen honger had, was in de eerste 2 uur dat ik gegeten had. Ik ging dan ook nergens heen zonder dat ik iets van eten in mijn handtas had zitten: een banaan, een plak peperkoek, een pakje sultana’s. Maar om nou te zeggen dat ik me bij dit alles heel goed bij voelde….

Continu ‘grazen’

Gek genoeg zag (en zie) ik om me heen ook heel veel mensen de hele dag door van alles eten. Tussendoortjes waren (en zijn) soort van ‘de maat’ geworden. Een beetje fruit, een handje nootjes, een koek bij de koffie en om 16.00 uur ’s middags een kopje ‘nep-soep’. Herkenbaar….??

Omdat je het zoveel om je heen ziet, kun je denken dat het dus heel normaal is. Als je kijkt naar hoe je lichaam werkt, dan is het dat alleen niet en is continu eten onverstandig. Als je namelijk elke 2-3 uur honger hebt terwijl je wel voldoende eet en je niet zonder een tussendoortje kunt, dan is dat een teken dat je bloedsuikerspiegel ontregeld is. Je bloedsuikerspiegel is de hoeveel glucose in de bloedbaan. Die moet tussen een hele smalle bandbreedte blijven, omdat teveel of te weinig bloedsuiker gevaarlijk is. Een ontregelde bloedsuikerspiegel voelt niet alleen slecht, het is ook niet goed voor je lichaam. Het kan bijvoorbeeld leiden tot allerlei spijsverteringsklachten en uiteindelijk tot Diabetes Mellitus type 2. En daar hebben best veel mensen in onze maatschappij last van…..

Waarom minder vaak eten lastig kan zijn

Het is voor je lijf veel beter als je maar 3 keer per dag eet. Voor veel mensen is dat heel erg lastig. En dat snap ik wel als ik kijk naar wat ze eten. Er worden heel veel snelle en lege koolhydraten gegeten: pasta, brood en rijst zijn daar veel gebruikte voorbeelden van. Het probleem met deze voeding is dat ze wel heel snel energie geven, maar ook heel snel ‘op’ zijn. Je verteert ze snel en dan heb je weer honger. Bovendien zorgen ze voor een snelle stijging van je bloedsuikerspiegel. Je alvleesklier gaat in reactie hierop direct zorgen dat die grote hoeveelheid glucose in je bloed opgenomen wordt in je cellen, zodat de bloedsuikerspiegel binnen de bandbreedte blijft waarin die hoort. Daarvoor maakt de alvleesklier insuline aan. Het is een prachtig systeem.

Als je echter vaak lege koolhydraten eet en/of meer dan 3x per dag eet, dan wordt de kans dat je alvleesklier na het eten teveel insuline aanmaakt steeds groter. Als dat gebeurt, dan wordt er teveel glucose uit je bloed gehaald. Het gevolg is dat jij 2 uur na je maaltijd een hongersignaal krijgt, terwijl dat eigenlijk op basis van je daarvoor hebt gegeten niet klopt. Je hebt niet echt honger. Je bloedsuikerspiegel is gewoon gevaarlijk laag en het hongersignaal zorgt ervoor dat jij iets gaat eten waardoor die bloedsuiker weer gaat stijgen. Zo wordt de balans wel even herstelt, maar het nieuwe eten zet de alvleesklier weer aan tot de productie van insuline. Je voelt hem wel toch?? Het wordt een vicieuze cirkel.

Oplossen door anders te eten

Heb je hier last van en wil je dat oplossen, dan zul je dus je voeding moeten veranderen. Je zult minder vaak lege, snelle koolhydraten moeten eten en meer voedende voeding moeten eten. Dat betekent meer groenten, een passende hoeveelheid eiwitten (uit een goede bron, dus niet uit de intensieve veeteelt) en voldoende gezonde vetten. Je voeding zo aanpassen kan in het begin best lastig zijn. Zeker omdat de meeste van ons zo weinig weten over voeding. Op de basis- of middelbare school wordt er nauwelijks iets over verteld. Hoe zou je het ook moeten weten?

Je zou eigenlijk meer moeten weten over welke soort voeding we hebben en wat de functie daarvan is in je lijf. Als je dat namelijk weet, dan is het al veel makkelijker om een voor jou voedende maaltijd te maken en om je valse hongersignalen een halt toe te roepen. En dat, gaat heel veel goeds doen voor je gezondheid. Dat heb ik inmiddels zelf mogen ervaren. Ik eet nog maar 2-3 keer per dag en heb tussen de maaltijden door geen honger meer. Ik heb veel meer energie en allerlei klachten die ik had zijn verdwenen. En in mijn tas tref je geen eten meer aan ;-).

Meer weten hierover?

Herken jij je in wat ik hier met je deel en wil jij ook ontdekken hoe je door je voeding (iets) aan te passen meer energie hebt en minder klachten? Meld je dan aan voor de Inspiratiesessie ‘Meer energie en minder klachten door andere voeding’. Dan leer ik je meer over welke voeding je lichaam nodig heeft en hoe je op een meer voedende manier tegen eten aan kunt kijken. Je krijgt een basisplan voor het opbouwen van je maaltijden en een voedingsmiddelenlijst waarmee je helemaal ‘los’ kunt gaan en je lichaam ondertussen kunt geven wat het nodig heeft. Aanmelden kan hier:

https://www.vanappeltotzeekraal.nl/meer-energie-en-minder-klachten-door-andere-voeding/

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Plakpoep en andere ongemakken

Ik val deze keer maar gewoon met de deur in huis: hoe is het eigenlijk met jouw ontlasting?

Misschien denk je nu “Wat een rare vraag.” maar je ontlasting is het eindproduct van het verteren van je eten. Hoe het met je ontlasting is zegt dus veel over hoe het met het verteren van je eten gaat. En dat is belangrijk, want je kunt alleen maar voedingsstoffen uit je eten in je lichaam opnemen en gebruiken als je dat eten goed hebt verteerd. Voor de hoeveelheid energie die je hebt en daarmee voor je gezondheid is dus het super belangrijk dat je niet alleen gezond eet, maar ook dat je dat eten goed verwerkt en opneemt. Daarom wil ik het toch even met je over je ontlasting hebben ;-).

Mijn ontlasting is normaal…

Voor veel mensen is het praten over hun ontlasting iets ongemakkelijks; iets waar ze zich misschien wel een beetje bij schamen. Ik merk het in ieder geval in mijn praktijk als ik mensen vraag hoe hun ontlasting is. Ze beginnen een beetje te draaien op hun stoel, grinniken wat en zeggen dan heel vaak ‘normaal’. En daar begint het dan. Want wat is normaal? Uit de verschillende antwoorden die mensen mij geven op deze vraag is mij heel erg duidelijk geworden dat ‘normaal’ voor iedereen anders is.

Er zijn mensen voor wie het heel normaal is om maar eens in de 3 à 4 dagen te ontlasten en er zijn er die dat 3 à 4x per dag doen en normaal vinden. Er zijn mensen die een halve rol toiletpapier nodig hebben. Dat is hun normaal. Of ze moeten na elk toiletbezoek de wc borstel gebruiken om de sporen van hun activiteiten weg te poetsen. Ook weer normaal….. Geur en kleur zijn ook interessante onderwerpen en vinden we ook normaal. Of een drol meteen onder in de pot zakt (zinkt dus eigenlijk) of dat hij bovenop het water blijft drijven is ook interessant om te weten. Gek genoeg weten veel mensen dat meestal niet te vertellen….

Maar hoe zit het nu? Wat is nu eigenlijk ‘normaal’?

Ontlasting zou eruit moeten zien als een mooie, gladde, diepbruine sigaar die soepel het lichaam verlaat. Je hoeft er niet voor te werken en ook niet te hollen om te voorkomen dat hij voortijdig het lichaam verlaat. Als je een ‘plons-wc’ hebt, je weet wel, zo’n wc waar je ontlasting direct het water raakt (en als gevolg daarvan het water soms je billen – ahum), dan moet een goede, normale drol direct zinken in het water; dus diep onderin de wc pot verdwijnen. Bij zo’n drol heb je geen tot nauwelijks toiletpapier nodig en staat de toiletborstel nutteloos naast je wc.

Als je ontlasting hard is en je moet er moeite voor doen om hem je lichaam uit te krijgen of de ontlasting is juist heel zachter, brijerig en neigt misschien wel naar diarree, dan is dat dus in beginsel niet normaal. Dat kan heel veel oorzaken hebben. Misschien eet je niet genoeg vezels of eet je iets waar je niet tegen kunt. Het kan ook een verstoorde darmflora zijn of parasieten die niet in je darm thuishoren. Of je hebt diarree omdat je iets verkeerds gegeten hebt en je lichaam wil het graag zo snel mogelijk kwijt. Kijk, dat is dan weer wel normaal. En fijn bovendien.

Als je ontlasting blijft drijven op het water onderin je wc en je hebt vaak veel wc papier en de toiletborstel nodig na het poepen, dan is dat een teken dat je je eten niet goed verteert. Ook daar kunnen meerdere oorzaken voor zijn. Misschien maak je niet genoeg verteringsenzymen aan of ben je zo gestresst dat de kringspier die de spijsverteringsenzymen moet toestaan de darm in te gaan helemaal verkrampt is. Dan maak je misschien wel genoeg enzymen aan maar komen ze niet op de juiste plek.

Qua ontlastingsfrequentie is de ‘normaal’ wat meer gevarieerd. Alles tussen 3x per dag tot om de dag 1x is nog normaal.

Ontlasting moet verder een diepbruine kleur hebben. Als je bietjes hebt gegeten dan kan er een meer roodachtige gloed over liggen en als je spinazie gegeten hebt dan zie je soms een ietwat groenigere kleur in het bruin verschijnen. Allemaal prima. Maar in beginsel is een drol dus diepbruin. Hele licht gekleurde ontlasting (stopverf kleur) of bijvoorbeeld hele donkere ontlasting (bijna zwart) is niet normaal en reden om zo snel mogelijk een bezoek aan de huisarts te brengen. Een plotseling veranderend ontlastingspatroon of ineens heel erg afwijkende vorm of kleur van je ontlasting is ook reden voor een spoedig bezoek aan de huisarts.

Nu je dit zo allemaal weet, hoe is het dan met je ontlasting? Is hij normaal? Of geeft hij eigenlijk aan dat er iets niet helemaal optimaal is en aandacht vraagt?

Misschien kom je nu tot de conclusie dat jouw ontlasting toch niet zo normaal is als je altijd had gedacht en zou je daar wel iets meer over willen weten. Boek dan een gratis Skype of FaceTime sessie met mij in om er samen even over te brainstormen en zeker 2 tips te krijgen waar je meteen mee aan de slag kunt. 

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Je voeding aanpassen is net als Mikado

Deze week had ik een mega-interessant gesprek met een potentiële klant. Ze vertelde me dat ze eigenlijk heel graag haar voeding wil aanpassen. Ze merkt dat wat ze nu op regelmatige basis eet vaak helemaal niet zo goed bevalt. Ze wordt er duf van in haar hoofd, heeft last van een ‘after-lunch-dip’ en heeft onrust in haar buik. Daar wil ze graag vanaf. Nou, mooi denk ik dan, want dat kun je vaak allemaal vrij makkelijk aanpakken door anders te eten. Maar nu komt het…..

Ze gaat er niet mee aan de slag omdat ze denkt dat ze het toch niet kan volhouden en dat het allemaal heel ingewikkeld is. En dan denk ik dus niet ‘mooi’…..want het aanpassen van je voeding is bij lange na niet zo ingewikkeld als heel veel mensen om mij heen wel denken. En daar wil ik het toch eens met je over hebben.

Misschien is dit voor jou ook wel een dingetje en houdt het je tegen om in actie te komen en dat is eeuwig zonde! Wat ik hierna met je ga delen, geldt overigens ook voor het maken van voor jou gezondere leefstijl keuzes, of dat nu gaat over meer bewegen, meer naar buiten, op tijd naar bed of andere dingen. Dus lees vooral even door ;-).

Het veranderen van je voeding (of leefstijl) moet je vooral niet groots en meeslepend maken

De eerste stap is wat mij betreft dat je het anders gaan eten of leven in je hoofd niet tot een heel groot iets maakt. Doe je dat wel, dan leg je voor jezelf de lat enorm hoog en zie je overal op voorhand al kansen om te falen. Tja, geen wonder dat je er dan niet aan wilt beginnen! Niemand wil graag falen toch? En ik begrijp wel dat je het zou kunnen doen, heus, maar het is zo jammer.

Ook op voorhand denken ‘dat houd ik toch niet vol’ is niet echt helpend en ook onnodig. Want weet je, als je er aan gaat beginnen op een manier die wel bij jou past en die je goed kunt inpassen in je leven, dan ga je waarschijnlijk merken dat je beter gaat voelen. Dat is super toch? En als je je beter gaat voelen, is het vaak ook veel makkelijker om het ‘vol te houden’. Het gaat dan ook niet meer om ‘volhouden’, want je wilt het gewoon graag doen omdat je je er zoveel beter bij voelt. Het duurt misschien even maar dat nieuwe eet- of leefgedrag wordt je nieuwe normaal en over ‘volhouden’ gaat het dan al lang niet meer. Maar hoe begin je er nu aan?

Zie anders eten of leven als een potje Mikado

Het veranderen van je voeding (of leefstijl) kun je in de meeste gevallen gewoon hetzelfde aanpakken als een potje Mikado. Ken je dat nog van vroeger? Je hebt een bundeltje stokjes met allemaal leuke kleurtjes erop, je neemt ze bij elkaar in je hand, zet ze rechtop en laat ze vallen. Daarna begint het spel van het wegnemen van de stokjes zonder dat je andere stokjes raakt. Iedereen die dit spel eens gespeeld heeft weet: je begint niet met het wegnemen van het stokje dat onderop de stapel bedolven onder andere stokjes ligt. Nee, je begint met de stokjes die helemaal los van alle andere stokjes liggen. Deze stokjes liggen zo voor het grijpen. Je hoeft er niets ingewikkelds voor te doen en je hebt meteen winst. Zo is het ook met het veranderen van je voeding of leefstijl.

Stel je wilt gezonder gaan eten en bijvoorbeeld minder brood eten omdat je merkt dat je daar een ‘after-lunch-dip’ van krijgt of gedoe in je buik. Dan zeg je dus NIET tegen jezelf dat je nooit meer brood mag eten. Daarmee jaag je jezelf namelijk alleen maar schrik aan en komt er een enorme druk op je te liggen. Niet doen! Wat je wel doet, is dat je op een of twee dagen in de week – op de dagen dat het jouw het beste uitkomt – in plaats van brood een salade eet als lunch (hoe je van een salade een maaltijd maakt, kun je hier lezen). Op de dagen dat het minder goed uitkomt, eet je wel een broodmaaltijd maar neem je bijvoorbeeld een snee brood minder en beleg je de andere boterhammen met meer gezonde voeding. Bijvoorbeeld gerookte zalm, avocado, zachtgekookte eitjes, wat rauwkost en misschien wel wat hennepzaad en een lik gezonde mayonaise of pesto. Op die manier heb je wat meer gezonde vetten en eiwitten in je maaltijd en heb je minder brood nodig als bron van energie. En door die gezonde vetten en eiwitten kun je dat brood waarschijnlijk ook wat makkelijker verwerken, in ieder geval blijft je bloedsuikerspiegel zo wat stabieler en is de kans op een ‘after-lunch-dip’ kleiner. Op deze manier heb je al mooie eerste stappen gezet. En op de dagen dat het echt allemaal niet lukt, dan eet je gewoon je boterhammetje met een plak broodbeleg en doe je daar niet moeilijk over.

Neem de tijd om je eten of leven te veranderen

Wat je ook niet moet vergeten is dat je waarschijnlijk al heel lang op een bepaalde manier eet en leeft. Als je daarin andere keuzes wilt maken, dan hoeft dat dus niet ineens allemaal te lukken of perfect te gaan. Neem de tijd om aan de nieuwe dingen te wennen. Je kon toch ook niet ineens vlekkeloos fietsen of schrijven?? Daar heb je ook de tijd voor gekregen en dat is ook gelukt toch? En heb je het er ooit over dat je het niet kunt volhouden om te fietsen of te schrijven?? Ik denk het niet ;-). Zo is het ook met anders eten en gezondere leefstijl keuzes maken. Neem er de tijd voor. Vier je successen. Borstel jezelf af als je ‘van de wagen valt’ en begin weer fris opnieuw. Een hernieuwde poging gaat altijd makkelijker dan de eerste poging omdat je al ervaring hebt. En voel ondertussen wat het je oplevert op de momenten dat het lukt. Daar zit jouw winst! Daar doe je het voor. En dan zul je zien dat het je steeds vaker lukt om gezonde keuzes voor jezelf te maken en dat het kalm aan een goede gewoonte wordt.

Betekent dat dan dat je nooit meer de mist in gaat? Nee, natuurlijk niet. Als ik naar mezelf kijk dan vind ik het bijvoorbeeld heel lastig om regelmatig bewegen goed voor elkaar te krijgen. Ik neem het mezelf heel vaak voor en begin er enthousiast aan en dan komt er toch de klad weer in. Is dat erg? Nee! Pak ik het dan gewoon weer op? Ja! En dat, daar ben ik echt van overtuigd, kun jij ook. Het is gewoon een kwestie van doen, doen en blijven doen. Net zolang tot het een routine wordt en je er niet meer over nadenkt.

Hoe pak jij dat voor jezelf aan? Welke hulpmiddelen of stappen heb jij gezet in het veranderen van je voeding of leefstijl en hebben je heel erg geholpen? Wil je dat onder dit bericht met me delen?

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Water met een smaakje

Drinken…. vooral in de zomer met warm weer is voldoende drinken natuurlijk belangrijk. Maar wat dan? En hoeveel?

Drinken is iets anders dan eten

Nou denk je misschien na het lezen van deze headline dat dit wel een hele grote open deur is, maar lees nog even verder…. Want wat drink je nu eigenlijk zo al op een dag? Denk daar als je wilt eens heel even over na.

Als ik om me heen kijk dan is de top 5 van dranken die ik mensen zie drinken:

  1. koffie (met melk, suiker of een zoetje)
  2. thee
  3. frisdrank (of een energiedrankje)
  4. (vers) vruchtensap
  5. wijn/bier

En uit dit rijtje is er maar 1 (eventueel 2) dranken waarmee je echt drinkt. De andere dranken zijn voor je lichaam voeding. Koffie en thee, maar alleen als je daar niets aan toevoegt, is drinken. Het lest de dorst. Frisdrank, vruchtensap, wijn en bier bevatten suikers. Je lichaam zal die moeten verwerken en dat gaat via je spijsverteringskanaal. Daarom zijn deze dranken voor je lichaam voeding. Als je deze dranken drinkt, dan ben je dus aan het eten. Houd die gedachte even vast.

En is het dan niet een beetje raar dat je gaat eten als je dorst hebt?? Voor je lijf in ieder geval wel. Je lijf vraagt met een prikkel (dorst) om een bepaalde handeling van jou (vocht toedienen) en jij reageert daarop door voeding te nemen. Daar kan je lijf niet goed mee uit de voeten. Je dorst wordt er niet mee gelest. Dat weet je zelf ook wel, want kort daarna komt het lichaam opnieuw met het signaal ‘ik heb dorst; jij moet wat drinken’. Herkenbaar?

Wat is dan wel drinken?

Drinken is alle vloeistof waar je lichaam geen spijsvertering voor nodig heeft om te verwerken. Dus:

  • Water
  • (kruiden)thee
  • Koffie (zonder iets erin)

Nou dat is dan ook ongezellig. Ben je voor de rest van je leven veroordeeld tot deze drie! Nou, dat valt mee. Er is niets mis mee om af en toe een wijntje te drinken bijvoorbeeld, als je je maar bedenkt dat je dan je dorst niet lest. Dus heb je dorst en zin in een wijntje: neem dan eerst een flink glas water en daarna schenk je jezelf dat wijntje in.

Maar zelfs als je je zou beperken tot de drie dranken hiervoor opgesomd, dan is dat niet ongezellig. Want als je kruidenthee drinkt, dan is de smaakvariatie eindeloos. Veel mensen moeten even wennen aan het drinken van kruidenthee. Vooral als ze dat nog nooit hebben gedronken. Maar als je dat een tijdje doet, kom je tot de ontdekking dat kruidenthee veel meer smaak heeft dan gewone thee en heel erg lekker is. Je kunt het maken met een goede kwaliteit (losse) biologische kruiden(thee)mix die bijvoorbeeld in natuurwinkels en bij theespeciaalzaken te koop zijn. Maar kruidenthee kan je ook heel makkelijk van verse kruiden uit je tuin (of balkon) maken: verse muntthee kennen we allemaal wel. Maar er zijn meer kruiden waarmee het lekker is om verse thee te maken: bijvoorbeeld citroenmelisse, gember, venkel en lavendel.

Bij koffie kun je variëren in het soort bonen dat je gebruikt. Zo kun je ontdekken welke koffie jou het beste past en dat kan ook met de tijd veranderen.

En water….tja, dat blijft water zul je denken, maar niets is minder waar. Water leent zich heel goed om ‘op te leuken’ met een smaakje. En dan heb ik het niet over ranja, diksap of andere toevoegingen die uit een fabriek komen. Ik heb het dan over pure ingrediënten die je aan je water kunt toevoegen en die verrassend veel smaak afgeven aan je water. Wat denk je van de volgende combinaties?

  • komkommer en verse rozemarijn
  • aardbeien en verse basilicum
  • citroen en verse munt
  • verse gember en een schijfje limoen
  • peterselie en watermeloen

En zolang je deze kruiden, groenten en fruit niet opeet, blijft het drinken en geen eten.

Ik hoop dat je deze zomer eens op je gemak gaat experimenteren met kruidenthee en water met een smaakje. Misschien heb je daar al wat ervaring mee en wil je hieronder jouw top-combinaties delen? Dat zou ik leuk vinden.

En hoeveel moet je dan drinken?

Veel mensen denken dat ze minimaal 2 liter water per dag moeten drinken. Deze ‘aanbeveling’ hebben ze ergens opgepikt, maar is wetenschappelijk nergens op gebaseerd. Deze hoeveelheid drinken is voor de meeste mensen teveel. In je voeding krijg je ook een grote hoeveelheid vocht binnen, dus het is vaak voldoende om 1 – 1,4 liter per dag te drinken. Als het heel warm weer is of je hebt intensief gesport, dan neemt deze hoeveelheid toe.

In principe zou jouw lichaam zelf moeten (kunnen) reguleren hoeveel jij moet drinken. Dan is het wel belangrijk dat je dorst ervaart. Als je dat niet ervaart, dan gaat het daar dus mis. Dan is het goed om daar met een therapeut naar te kijken. Waarom ervaar jij geen dorst en hoe herstel je de prikkelgevoeligheid van je lichaam op dit punt? Ook als je nierproblemen hebt of de hele dag door dorst hebt, dan zou je daar met een deskundige naar moeten kijken voordat je zelf je drinkgedrag gaat aanpassen.

Als je wel op een normale manier dorst ervaart (dus niet de hele dag door) en geen nierproblemen hebt, dan zou dorst je signaal moeten zijn om te drinken. En dan ga je zoveel drinken tot je dorst echt over is. Daarna wacht je met drinken tot je weer dorst krijgt en drink je weer zoveel tot je verzadigd bent. Je zult zien dat je dan waarschijnlijk geen 2 liter water per dag drinkt.

Veel mensen drinken ook uit gewoonte in plaats van dorst. Dat zou je wat mij betreft dus ook niet moeten doen. Je ‘overruled’ daarmee het signaalsysteem van je lichaam en dat kan niet de bedoeling zijn, toch?

Laat in beginsel dorst dus leidend zijn bij de hoeveelheid die je drinkt.

 

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Hoe je van een salade een maaltijd maakt

Salades…. ik ben er helemaal wild van. Sinds ik geen brood meer eet – waarom ik dat doe kun je hier lezen – zijn salades mijn go-to maaltijd voor de lunch. Ik zie om me heen (gelukkig) steeds meer mensen regelmatig een salade eten tussen de middag en daar word ik heel blij van. Je geeft jezelf zoveel meer voedingsstoffen met een goed uitgebalanceerde salade dan met een boterham met broodbeleg. Maar het sleutelwoord is hier wel: uitgebalanceerd. Ik zie helaas ook nog veel mensen een salade eten waarvan ik weet dat ze er niet de hele middag op door kunnen. En dat is jammer, want dan moet je rond 16.00 uur grijpen naar het bekende kopje (instant) soep dat natuurlijk helemaal geen soep is en ook weinig tot niets positiefs brengt voor je lijf.

Daarom wil ik het eens met je hebben over hoe je een salade nu zo opbouwt dat het een volwaardige maaltijd is. Een maaltijd waar jij het de hele middag (tot aan de je avondeten) goed op doet.

Het begint allemaal met sla

Inkoppertje natuurlijk. De basis van een salade is (meestal) sla. Maar is dat nu echt zo….?

Ik vind van niet. De basis van je salade kan ook heel goed een mix van gemengde groenten zijn die je de dag ervoor (toen je toch aan het koken was en de oven niet nodig had) op een bakplaat in de oven hebt geroosterd.

Maar als je sla neemt als basis, denk dan vooral verder dan de traditionele kropsla of ijsbergsla. Zelf maak ik vaak op zondagmiddag een hele grote bak gemengde sla van verschillende soorten sla en andere (blad)groenten: eikenblad sla, kropsla, andijvie, rucola, radicchio, witlof, paksoi, Chinese kool, spinazie, raapstelen, het blad van verse bosbieten, little gem sla. De keuze is echt eindeloos. Als je dat ook nog eens afwisselt, dan krijg je steeds andere voedingsstoffen binnen en heb je heel makkelijk variatie in je salades.

Als je op zondag een grote bak gemengde ‘sla’ maakt, dan kun je daar de eerst komende dagen snel van pakken om een mooie salade te maken. Zo kost het maken van een salade maar een klein beetje meer tijd als het maken van een broodmaaltijd.

Voeg kleur toe aan je salade

Als je de basis op je bord hebt liggen (of in je lunchtrommel hebt gedaan), ga je je salade ‘opleuken’ met allerlei andere groenten die jij lekker vindt. Zorg daarbij voor zoveel mogelijk verschillende kleuren op je bord. De kleuren van groenten worden gevormd door de anti-oxidanten die er in zitten. Anti-oxidanten heb je in allerlei soorten en variaties nodig om de vrije radicalen die in je lichaam ontstaan. Vrije radicalen ontstaan al gewoon door adem te halen, daar hoef je niet eens al te gek voor te doen.

Voeg dus kleur toe op je bord: wortelen, paprika’s (liever geen groene, want die zijn niet rijp en bevatten veel meer anti-nutriënten waar je darm last van kan hebben), tomaten, bieten, groene asperges, komkommer.

En wat denk je van fruit in je salade? Over kleur gesproken. Mango (heerlijk met komkommer en garnalen in een salade), papaya, meloen, appel, peer, aardbeien, bosbessen, frambozen, mandarijnen (in het najaar kun je ook een salade eten, heus ;-)). Ook hier is je fantasie de grens. Fruit koop je ook het beste biologisch, dan krijg je in ieder geval (bijna) geen bestrijdingsmiddelen binnen en dat is wel zo fijn.

Bouwstoffen in de vorm van eiwitten

Een salade moet ook een passende hoeveelheid goed verteerbare eiwitten hebben. Dan heb ik het over vis, eieren, gevogelte en eventueel vlees. Met name vis is makkelijk verteerbaar en daar eten we snel te weinig van. Koop je vis zo vers en wild mogelijk, dus liever geen kweekvis. En je eieren, gevogelte en vlees zou je wat mij betreft biologisch moeten kopen. Bij voorkeur van een bron waar de dieren in hun natuurlijke habitat hebben kunnen leven en de voeding hebben gekregen die bij hen hoort. Dan is het beest zo gezond mogelijk en zijn de eiwitten ook voor jou het meest gezond.

Wat een passende hoeveelheid eiwitten is, is lastiger te bepalen. Dat hangt er vanaf of je gezond bent (of juist niet), of je heel actief bent (of meer een zittend bestaan hebt) en ook hoe oud je bent. Maar begin eens met (per persoon) 2 eitjes in je salade of 90 gram (rauw gewogen) aan vis of gevogelte en kijk hoe dat voor je voelt.

Goede vetten als brandstof

Om langdurig verzadigd te zijn van je salade moet je voldoende, goede vetten toevoegen. Vetten geven ruim 2x zoveel energie dan koolhydraten (groenten en fruit) en eiwitten. Het duurt ook langer voordat ze verteerd zijn en daardoor heb jij er minder snel honger op. Gemiddeld kun je wel 6 uur teren op goede vetten en zo kom je dus de hele middag door zonder honger.

Gezonde vetten om toe te voegen aan je salade zijn: avocado, olijven, (een handje) gemengde noten, zonnebloempitten, pompoenpitten en extra vierge olijfolie (ben daar vooral ruimhartig mee, want daar zitten echt hele mooie vetten en bio-actieve plantstoffen in). In vette vis zitten ook gezonde vetten, dus als je bijvoorbeeld makreel of haring in je salade doet dan sla je twee vliegen in een klap.

Kruiden als powerhouse voeding

Een salade is voor mij niet af zonder dat je er verse (of gedroogde) biologische kruiden in hebt gedaan. Kruiden voegen weliswaar in gewicht weinig toe aan je salade maar zijn echte krachtpatsers als het gaat om de omvang en variëteit aan bio-actieve plantstoffen. Dat zijn stoffen die onder andere je cellen ondersteunen en je afweersysteem helpen om jou te beschermen tegen virussen, bacteriën en schimmels. Het zijn echte super foods als het gaat om jouw gezondheid, dus gebruik ze vooral in je salade.

En zie daar: jouw salade staat en is klaar om op te eten!

Probeer het eens op deze manier en voel wat dat met je doet. Kun je dan de hele middag vol energie lekker ‘knallen’?

Heb je nu de smaak te pakken en wil je serieus met je voeding aan de slag? Dan is mijn e-book ‘3 tips om succesvol je voeding aan te pakken’ iets voor jou. Er zit ook een voedingsmiddelenlijst in waarop alle voedingsmiddelen staan die passen in de orthomoleculaire / kPNI visie op voeding. Je kunt hem hier downloaden. Doe er je voordeel mee!

 

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig therapeut, arts of diëtist om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Je voeding aanpassen, hoe doe je dat?

Steeds vaker hoor ik dat mensen graag iets zouden veranderen in hun voeding, maar niet goed weten hoe ze dat moeten doen. Misschien geldt dat voor jou ook wel. Als dat zo is, dan is deze blogpost helemaal voor jou.

De bezem door je voeding halen

Ruim zes jaar geleden heb ik de bezem door mijn voeding gehaald. Daar was reden voor, want ik had allerlei vage en minder vage klachten waar ik heel graag vanaf wilde. Ik wilde zien wat voeding daarin voor mij kon betekenen. En dat bleek echt ontzettend veel te zijn.

Sinds dat moment 6 jaar geleden, eet ik geen granen en zuivel meer (hoewel ik sinds kort heel af en toe eens smokkel met een goed stukje rauwmelkse kaas). Overal waar ik kom, sleep ik mijn metalen lunchtrommel mee. Als die opengaat, dan zie ik bij mijn tafelgenoten steevast geïnteresseerde en soms zelfs smachtende blikken. De inhoud van die trommel, is heel vaak aanleiding voor allerlei vragen over voeding en waarom ik eet wat ik eet. Nou kun je mij geen groter plezier doen dan mij te vragen over eten, dus dat treft ;-).

Anders eten? Ja graag, maar hoe?

Uit de gesprekken die ik de afgelopen jaren naar aanleiding van het openen van mijn lunchtrommel heb gehad, is mij een ding heel duidelijk geworden. Er zijn zoveel mensen die graag iets willen veranderen aan hun voeding. Ze willen ontdekken wat dat voor hun gezondheid doet. Bijvoorbeeld omdat ze merken dat ze na het eten van hun boterhammetje tussen de midden in een gigantische dip zakken of dat hun buik eigenlijk best duidelijk aangeeft dat het liever iets anders had gehad. Maar ja, ze weten gewoon niet hoe dit aan te pakken en dat snap ik.

Want toen ik destijds besefte dat ik mijn voeding moest gaan aanpassen als ik me beter wilde gaan voelen, stond ook ik voor de grote vraag: Maar hoe dan…?? Waar moet ik beginnen? Ik wilde heel graag een tijdje geen brood meer eten, omdat ik een donker bruin vermoeden had dat ik het daar eigenlijk helemaal niet zo goed op deed. Het probleem was alleen, dat ik zeker 8 boterhammen per dag at en geen idee had wat ik dan wel moest eten zonder honger te hebben. Bovendien werkte ik in die tijd bijna voltijds en was ik van ’s ochtends vroeg tot ongeveer vlak voor het avondeten van huis. Veel tijd om het allemaal anders te doen, was er gewoon niet. Toch wilde ik het perse een serieuze kans geven.

Vallen en opstaan

Met vallen en opstaan heb ik geleerd hoe dat voor mij werkte. In het begin was het echt niet tof (en dan druk ik me nog zacht uit). Maar mijn buik was er zo blij mee. Ik wist dat ik, ondanks dat ik nog veel moest leren, op het goede spoor zat. Ik heb het rigoureus aangepakt en meteen mijn granen en zuivel volledig geschrapt van mijn menu. En hoewel mijn darm het meteen leuk vond, had de rest van mijn lijf er serieus moeite mee. Achteraf gezien had ik deze omschakeling dus beter geleidelijk kunnen doen, maar goed….. Ik ging er vol voor en daar ben ik trots op.

Het veranderen van mijn voeding was ontzettend wennen en zoeken. Vooral ook omdat ik helemaal niets wist over voeding, anders dan “dit is lekker en dit vind ik niet lekker”. Tja, het is een beginnetje, maar voor je gezondheid doet het niet zoveel, deze ‘kennis’. Ik ben begonnen met op te letten. Hoe reageert mijn lichaam als ik iets eet? Wanneer heb ik snel honger na een maaltijd en wanneer heb ik juist de hele middag voldoende energie. Dat was leerzaam. Zo ben ik stapje voor stapje verder gekomen.

Wat ik gaandeweg heb ontdekt

In dit proces heb ik onder andere het volgende ontdekt.

  • Je voeding geleidelijk aanpassen is vaak beter dan rigoureus alles ineens doen.
  • Eén maaltijd veranderen en van daaruit verder kijken, is veel beter haalbaar en vol te houden dan alles ineens doen.
  • Als je loslaat dat ontbijt een bak yoghurt met fruit en cruesli is en lunch een boterham met kaas, dan zijn de mogelijkheden ineens eindeloos. Je kunt zelfs ‘avondeten’ als ontbijt eten. Echt waar, dat kan gewoon!
  • Een goede voorbereiding maakt anders eten voor iedereen haalbaar.
  • Elk seizoen een nieuw, gevarieerd weekmenu maken, zorgt er voor dat je voldoende verschillende voedingsstoffen binnenkrijgt en dat je je tegelijkertijd niet elke week weer opnieuw suf piekert over wat je nu weer moet eten.
  • Weten wat er in je voeding zit en waarom je lichaam dat nodig heeft, maakt het veel makkelijker om maaltijden te maken waar niet alleen je smaakpapillen blij van worden, maar je hele lijf.

Vooral dat laatste was een enorme eye-opener. Door alles dat ik heb gelezen en de opleidingen die ik heb gevolgd, weet ik nu zo ongelooflijk veel over wat voeding met je doet. Welke stoffen er in voeding zitten en welke functies die stoffen in je lijf hebben. Ik ben daardoor echt anders naar voeding gaan kijken. Ik kan nu ook heel snel inschatten of een maaltijd mij voldoende voeding gaat geven of dat het vooral lekker smakende vulling is. Daardoor is het verzinnen van wat ik nu toch weer zal eten echt ongelooflijk veel makkelijker geworden. Ik sta nu gewoon elke zaterdagochtend op de markt en koop producten die in het seizoen zijn, dagvers zijn en waar ik zin in heb. Wat ik er dan mee ga maken, dat zie ik dan later wel. De tijd van lijstjes maken en kookboeken napluizen om weer eens iets anders te eten is voorbij. En dat maakt het leven zoveel makkelijker.

Ook leren hoe je een voedend dagmenu maakt?

Wil jij ook je voeding aanpassen, maar weet je niet goed hoe? Wil jij ook anders leren kijken naar voeding en ontdekken of een maaltijd je gaat voeden of vullen? Regelmatig organiseer ik de inspiratiesessie ‘Ontdek wat jou voedt – de kracht van voeding’ waarin we het juist daarover gaan hebben. Via de website kun je je aanmelden voor de eerst volgende sessie.

6 keer per dag eten of toch niet?

6 keer per dag eten of toch niet?

– over maaltijdfrequentie en hoe je je spijsverteringsvuur brandend houdt

Een paar jaar geleden had ik bijna altijd honger, terwijl ik de hele dag door at. Ik begon de dag met vier bruine boterhammen en bij de lunch at ik er weer vier. Het avondeten bestond uit een flink bord pasta of aardappelen, met groenten en een stukje vlees. En omdat dit allemaal niet genoeg was, at ik ’s ochtends een flinke koek bij de koffie en ’s middags een dikke plak peperkoek bij de thee. Vaak at ik voor het slapen gaan ook nog 2 bruine boterhammen, want dan had ik alweer honger. En als je nu denkt dat ik toen wel tonnetje rond moet zijn geweest, dan moet ik je teleurstellen. Ik was mager en kwam geen gram aan.

In die tijd kreeg ik het advies om vooral elke 2-3 uur iets te eten om mijn spijsverteringsvuur aan te houden. Dat zou zorgen voor een stabiele bloedsuikerspiegel en daarmee zou mijn honger wel over gaan. Nou, helaas…..niet dus!

Op enig moment begon ik dan toch in gewicht aan te komen. Dat was leuk in het begin, maar ook toen de weegschaal het gewicht aangaf waar ikzelf blij van werd, hield het aankomen niet op. Dat was minder leuk. Vooral omdat ik zo in een jaar 12 kilo (!) aankwam en me ondertussen steeds slechter ging voelen. Ik was beland in de fase van pré-diabetes. En…. ik had nog steeds voortdurend honger. Ik voelde me altijd onrustig en werd gaandeweg ook meer en meer moe. Ik leek nooit voldoende energie te hebben om te doen wat ik graag wilde doen.

Het werd tijd voor een andere aanpak. Ik ben aan de slag gegaan met mijn voeding. Zowel met wat ik eet als met hoe vaak ik eet. Dat maakte een einde aan mijn honger en normaliseerde mijn gewicht. Ik ben niet langer pré-diabetes en heb weer volop energie. Honger heb ik alleen nog als ik echt iets moet eten en dat is veel minder vaak dan voorheen. In deze blogpost leg ik je uit waarom dat zo is. 

Eten verandert je bloedsuikerspiegel

Als je eet stijgt kort daarna de hoeveelheid glucose in je bloed: je bloedsuikerspiegel stijgt. Je cellen kunnen uit glucose energie maken. Om dat te kunnen doen moeten je cellen die glucose wel eerst opnemen. Het hormoon insuline helpt je cellen daarbij. Insuline wordt gemaakt door je alvleesklier.

Dat je bloedsuikerspiegel na de maaltijd stijgt is dus normaal. Het is wel belangrijk dat je bloedsuiker binnen een bepaalde bandbreedte blijft, omdat zowel een te lage als een te hoge bloedsuikerspiegel gevaarlijk voor je is. Je hersenen houden dit in de gaten en sturen de alvleesklier aan om dit via de productie en afgifte van de hormonen insuline en glucagon te regelen. 

Als je cellen de glucose uit je bloed opnemen daalt je bloedsuikerspiegel weer. Dat is voor de alvleesklier het signaal om te stoppen met het afgeven van insuline. Zo wordt voorkomen dat je bloedsuikerspiegel teveel daalt en onder het minimumniveau uitkomt. Het duurt gemiddeld zo’n 5-7 uur na de maaltijd voor de hoeveelheid insuline in je bloed weer terug is naar de normaal-stand. Precies op tijd voor je volgende maaltijd.

Waarom je beter niet elke 2-3 uur iets eet

Als je binnen 5-7 uur na je maaltijd opnieuw iets eet, dan begint dit proces gewoon weer opnieuw. Voor een keer is dat niet erg, maar als je dat vaak doet dan verandert dat iets in je lichaam. De hoeveelheid insuline in het bloed komt dan niet meer terug in de normaal-stand maar blijft iets hoger. Als je dan iets eet en je alvleesklier gaat insuline aanmaken, dan wordt de totale hoeveelheid insuline in je bloed iets hoger dan normaal. Daardoor kun je nog meer glucose uit het bloed opnemen in je cellen. Je cellen doen dit ook. Hierdoor daalt je bloedsuikerspiegel tot onder het minimumniveau dat nog goed voor je is. Jij merkt dit omdat je ineens honger krijgt en je die honger niet kunt negeren. Je kunt er ook trillerig van worden of geïrriteerd of boos. Je kunt er hoofdpijn van krijgen, duizelig en geeuwerig van worden of je slap voelen. Je voelt in ieder geval aan alles dat je nú iets moet eten en bij voorkeur iets zoets! Iets zoets eten zorgt er namelijk snel voor dat je bloedsuikerspiegel weer stijgt en binnen de normale bandbreedte komt. Maar je snapt het inmiddels al wel, dat eten is weer een nieuwe maaltijd voor je lichaam en het verhaal start weer van voren af aan. Zo ontstaat een instabiele bloedsuikerspiegel en daar kun je behoorlijk last van hebben.

Wat is nu voor je lichaam precies een maaltijd?

Wat ik hierboven heb uitgelegd, werkt helaas ook zo als je iets drinkt waar je spijsvertering voor nodig is. Bijvoorbeeld frisdrank, sportdrank, koffie met melk, thee met suiker, een glaasje rode wijn, dat ene koekje bij de koffie/thee of dat miniscule kleine handje nootjes of olijven bij je wijntje of glaasje bier. Tja, gezellig is het allemaal niet, maar ook dat is voor je lichaam een maaltijd. Het verhoogt je bloedsuikerspiegel en zet je alvleesklier aan om insuline te maken.

Je alvleesklier overbelasten door te vaak te eten

Als je dus 3 hoofdmaaltijden eet (ontbijt, lunch en avondeten), daarnaast (peper)koek bij de koffie of thee eet en misschien nog ergens een stukje fruit tussendoor, om vier uur het bekende soepje drinkt en ‘s avonds voor het slapen gaan een klein glaasje wijn neemt, dan is je alvleesklier de hele dag ontzettend druk om jouw bloedsuikerspiegel te reguleren. De kans is dan groot dat je alvleesklier op enig moment uit balans raakt omdat hij het niet meer bij kan houden. Dat is het moment waarop je altijd honger hebt en de hele dag door moet eten om “je spijsverteringsvuur” aan te houden en je bloedsuikerspiegel te proberen in evenwicht te houden. Een maaltijd overslaan is dan ondenkbaar. Het idee alleen al maakt dat je onrustig wordt.

Dat op deze manier je bloedsuikerspiegel helemaal uit balans kan raken is één ding, maar je alvleesklier komt zo waarschijnlijk ook niet toe aan zijn andere functie: het maken van enzymen die je nodig hebt om je eten te verteren. En dat is eigenlijk de belangrijkste functie van je alvleesklier. Het is dus zaak om de alvleesklier voldoende rust te gunnen. Niet alleen kan hij zo herstellen, maar zo blijft er ook voldoende energie en tijd over om spijsverteringsenzymen te maken.

Ik heb inmiddels niet alleen bij mezelf maar ook bij bijna al mijn klanten gemerkt dat het verminderen van de hoeveelheid “maaltijden” op een dag een groot positief effect heeft, zowel op de spijsvertering als op het energieniveau. Om de hoeveelheid maaltijden te verminderen moeten we wel kijken naar wat iemand in een maaltijd eet. Als je de hele dag door koolhydraten eet, dan is het namelijk veel moeilijker om minder vaak te eten dan wanneer je vooral voldoende gezonde vetten en eiwitten eet. Dat komt omdat je meer en langer energie kunt halen uit vetten en eiwitten dan uit koolhydraten. Je voelt je dan langer verzadigd en als je geen honger hebt, ga je waarschijnlijk ook niet eten. Zo ontstaat een ritme van “eten – niet eten” waarbij je alvleesklier kan herstellen. Ik leg dat mijn klanten eigenlijk altijd als volgt uit.

Hoe kun je je spijsverteringsvuur het beste aanhouden?

Vergelijk je spijsverteringsvuur met een haardvuur. Je kunt een haardvuur aanmaken met twijgjes, kleine takken en grote houtblokken. Het is heel makkelijk om een haardvuur aan te krijgen met alleen maar twijgjes. Probleem is wel dat die twijgjes snel opbranden en dan moet je weer nieuwe twijgjes op het vuur gooien. Je krijgt er een instabiel en kort brandend vuur van. Je bent de hele dag druk met het aanhouden van je vuur en hebt geen rust of ruimte om iets anders of niks te doen. Een vuur van alleen maar (of voornamelijk) twijgjes is dus geen fijn vuur.

Als je het vuur probeert aan te maken met alleen maar kleine takken en grote houtblokken dan gaat je dat waarschijnlijk niet lukken. Je hebt de twijgjes nodig om het vuur aan te krijgen. Is het vuur eenmaal aan, dan zal het wel langer aanblijven omdat het langer duurt voor de takken en houtblokken opgebrand zijn. Zo ontstaat een mooi en rustig vuur. Een vuur van een combinatie van twijgjes, kleine takken en grote houtblokken geeft dus het beste resultaat.

Precies zo is het ook met voeding en je spijsverteringsvuur. De twijgjes zijn de koolhydraten (groenten, fruit, aardappelen, granen en suiker), de kleine takken zijn de eiwitten (vlees, vis, gevogelte, eieren, noten, zaden, pitten en groenten) en de grote houtblokken zijn de vetten (vette vis, eieren, extra vierge olijf- of kokosolie, kokosproducten, olijven, noten, zaden, pitten).

Je spijsverteringsvuur aanhouden met vooral snelle koolhydraten, zoals allerlei varianten van graan (brood, muesli, crackers, koek, pasta, rijst), is een lastig en tijdrovende bezigheid. Je moet de hele dag door eten en je alvleesklier gaat dat waarschijnlijk op de lange duur niet fijn vinden. Het gaat erom dat je een voor jouw lichaam geschikte mix vindt van koolhydraten (bij voorkeur in de vorm van groenten en fruit en – als je niet ziek bent – af en toe granen en aardappelen), eiwitten en (gezonde) vetten. Alleen die combinatie maakt het mogelijk dat je minder vaak op een dag kunt eten en je je alvleesklier rust kunt geven. Zo kun je zorgen voor een gezonde eetstijl en problemen in je bloedsuikerspiegel voorkomen. Het resultaat is een stabiele energie voor je lichaam zodat jij lekker kunt doen waar je blij van wordt. Hoe mooi is dat?

Zelf ervaren wat minder vaak eten met je doet?

Ik kan me zomaar voorstellen dat je na het lezen van deze blogpost zelf wilt ervaren wat het verminderen van je maaltijdfrequentie met je doet. Wil je dat doen, let dan vooral op het volgende:

  • verander eerst de samenstelling van je maaltijden: voeg meer gezonde vetten en eiwitten toe en verminder het gebruik van granen, aardappelen en suiker. Meer lezen over de orthomoleculaire / kPNI visie op gezonde voeding lees dan deze blogpost eens;
  • kijk dan stapje voor stapje of het je lukt om steeds één maaltijd per dag minder te eten tot je uitkomt op 3 maaltijden per dag. Begin met het weglaten van een tussendoortje of eet dat aansluitend aan je maaltijd;
  • lukt dit niet of voelt het helemaal niet goed? Schakel dan vooral een deskundige orthomoleculaire therapeut of arts in. Als je wilt, kan ik je helpen. Neem dan even contact met me op.

Als je ziek bent, zwanger bent, borstvoeding geeft, diabetes of longproblemen hebt of een ondergewicht, dan raad ik je met klem aan om alleen veranderingen aan te brengen in je eetgewoonten onder begeleiding van een deskundige orthomoleculaire therapeut of arts. In die gevallen kan het namelijk onverstandig zijn of extra ondersteuning vragen om je eetpatroon te veranderen.

Heb je vragen of wil je meer weten over wat orthomoleculaire / kPNI therapie voor jou kan betekenen? Laat het me weten! Je bent van harte welkom in mijn praktijk. Ik ga graag met jou ontdekken…. ontdekken wat jou voedt!

Hartegroet,

Chantal

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig arts, diëtist of therapeut om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Gezonde voeding: wat is dat nu precies (of ongeveer)? – deel 3

Deze blogpost maakt deel uit van een drieluik. In de eerste twee delen heb ik gesproken over gezonde voeding in het algemeen en wat je beter niet zou eten (deel 1) en meer concreet over wat er dan wel op het menu staat (deel 2). En in deze blogpost volgt de conclusie van dit drieluik, maar niet nadat ik eerst nog – zoals beloofd – mijn visie op chocolade en rode wijn geef.

 

Gezonde voeding mag worden opgeleukt met biologische chocolade (minimaal 75% cacao) en rode wijn

Je dacht natuurlijk dat ik er nooit over zou beginnen, maar heus, af en toe een lekker en verantwoord stukje pure chocolade of een goed glas biologische rode wijn zijn wat mij betreft bevorderlijk voor je gezondheid. Al was het maar omdat je er intens van zit te genieten en je dus ontspant. En dat is in ieder geval goed voor je. Bovendien bevatten biologische cacao en rode druiven resveratrol (een bio-actieve plantstof) waarvan gezegd wordt dat deze goed is voor je hart en bloedvaten. In ieder geval bevat cacao ook magnesium en daarvan hebben veel mensen tekorten. Dus geniet, maar met mate, van je stukje chocolade of je glaasje rode wijn.

 

Samengevat: wat is gezonde voeding nu?

Kort samengevat kun je zeggen dat gezonde voeding in ieder geval:

  • afhankelijk is van het huidige moment en hoe het nu met jou gaat (dat is toch echt wel belangrijk)
  • gevarieerd is (dus niet elke dag granen eten, je eet toch ook niet elke dag broccoli…?!)
  • rijk aan voedingsstoffen is (dus zo min mogelijk kant-en-klaar maaltijden, afhaalmaaltijden of friettent bezoeken bevat)
  • zo min mogelijk geraffineerd of anderszins bewerkt is (en dus ook zo min mogelijk kunstmatige toevoegingen bevat)
  • zo min mogelijk (toegevoegde) suikers bevat
  • in de basis bestaat uit (biologische) groenten en fruit
  • ruimschoots voldoende goede vetten bevat
  • deels ook bestaat uit (vette) vis en biologische kipproducten
  • in de meeste gevallen af en toe biologisch en grasgevoerd rundvlees mag bevatten
  • op smaak wordt gebracht door verse kruiden en specerijen
  • mag worden opgeleukt met biologische chocolade (minimaal 75% cacao) en rode wijn

 

En nu aan de slag

Als je na het lezen van deze blogpost serie enthousiast bent geworden en aan de slag wilt gaan met het veranderen van je voedingspatroon, dan is het goed om rekening te houden met het volgende.

Het veranderen van je voedingspatroon kan ingewikkeld zijn. Ineens blijkt dat wat je altijd at, niet allemaal meer zo goed past bij wat je wilt gaan eten. Hoe ga je die oude producten dan vervangen? Misschien ga je ze wel niet vervangen en zoek je gewoon een volstrekt nieuwe kijk op voeding. Hoe pak je dat dan aan? De bedoeling is dat je eetpatroon gezonder wordt en natuurlijk niet dat je tekorten gaat oplopen. Ook is niet de bedoeling dat je omvalt van de honger of kilo’s aankomt (omdat je bijvoorbeeld ineens wel extra noten, zaden en andere goede vetten gaat eten maar niets van je oude vertrouwde voedingsmiddelen laat staan). Fijn is ook als het veranderen van je voeding niet een hele berg stress oplevert, want dat is in ieder geval niet gezond. Want tja, hoe past die nieuwe voedingswijze eigenlijk in in je drukke leven? Dat blijkt soms ook nog wat hoofdbrekers te geven. Veel mensen zijn alsmaar druk en gezonde voeding kost in de praktijk, zeker in het begin, toch echt wat meer tijd om te bedenken en te maken. Dat is ook logisch natuurlijk, want je at al jaren op de automatische piloot en nu moet je er over gaan nadenken. Je at al jaren die boterham met kaas en nu wil je minder geraffineerde producten eten en wil je een salade tussen de middag omdat je dan meer voedingsstoffen binnenkrijgt. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar het veranderen van je voeding is toch echt een leefstijl verandering en dat kan heel wat van je aanpassingsvermogen vragen.

En wat nu als je je voedingspatroon wilt aanpassen omdat je op dit moment kampt met gezondheidsklachten en je hoopt dat het veranderen van je voeding die klachten kan verminderen? Dat kan misschien best wel, maar dan moet je wel weten waar je aan begint en wat je aan het doen bent. Voor je het weet, vererger je goedbedoeld de boel en dat willen we natuurlijk niet.

Moraal van het verhaal: het veranderen van je voedingspatroon vraagt om deskundige begeleiding. Een orthomoleculair therapeut kan die begeleiding bieden. Maak daar vooral gebruik van; daar zijn ze voor. Zoek er een bij jou in de buurt en ga lekker samen aan de slag. Want hoe je het ook wendt of keert, het gaat er altijd om om te ontdekken wat jou voedt!

 

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op gezonde voeding weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of zoek een deskundig arts, diëtist of therapeut om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Gezonde voeding: wat is dat nu precies (of ongeveer)? – deel 2

Deze blogpost maakt onderdeel uit van een drieluik. In het eerste deel heb ik in algemene zin gesproken over gezonde voeding en wat daaronder niet valt. Je vindt dit deel hier. In dit deel ga ik concreter in op wat er wel op het menu staat als je gezonde voeding eet. In het derde deel komt dan alles samen.

 

Gezonde voeding bestaat in de basis uit groenten en fruit

Gelukkig weten de meeste mensen wel dat (biologische) groenten en fruit belangrijk zijn omdat ze barstens vol vitamines en bio-actieve plantstoffen zitten. Vitamines werken als co-factoren bij enzymatische processen. Dat klinkt ingewikkeld, maar wil niets anders zeggen dan dat vitamines enzymen helpen om een chemische reactie in of buiten je cellen tot stand te brengen of te beïnvloeden. Een enzym is een soort katalysator voor dit soort reacties. Hierdoor kunnen processen in je lichaam dus goed blijven werken of – bij een tekort aan bepaalde vitamines – juist niet meer zo goed werken. Vitamines spelen in ieder geval een belangrijke rol voor je hart, je immuunsysteem, de ontgifting (door je lever), het behoud van voldoende energie, de reparatie van je DNA en het reguleren van stress. Heel belangrijk dus, die vitamines. Daarnaast bevatten groenten en fruit, zoals gezegd, bio-actieve plantstoffen. Dat zijn stoffen die bijvoorbeeld ontstekingen remmen, anti-bacterieel of antiviraal zijn (ze beschermen je dus tegen bacteriën en virussen); best handig…! Om al deze redenen staan groenten en fruit aan de basis van gezonde voeding.

Gezonde voeding bevat ruimschoots voldoende goede vetten

Vetten… weet je het zeker?! Ja, ik weet het zeker. De anti-vetlobby van de afgelopen 50 jaar is nu toch wel echt op zijn einde aan het komen en er is een overdonderende hoeveelheid wetenschappelijk bewijs dat goede vetten heel belangrijk zijn voor het goed functioneren van ons lichaam. En dan heb ik het niet over margarine, koolzaadolie, zonnebloemolie, arachideolie of andere, vaak enorm geraffineerde plantaardige oliën die vooral de al zo rijkelijk in ons menu vertegenwoordigde omega-6-vetzuren bevatten. Nee, ik heb het over roomboter (echt, dat mag weer!), ghee (dat is roomboter ontdaan van de melkeiwitten waardoor mensen die daarvoor gevoelig zijn dit wel kunnen gebruiken), extra vierge olijfolie en extra vierge kokosolie. Maar ook over avocado’s en avocado-olie, noten en zaden (in beperkte hoeveelheden), vette zeevis en de huid van die (biologische) kippendij of -poot. Allemaal mooie bronnen van goede vetten die niet alleen helpen met je energiehuishouding, maar ook de bouwstenen leveren voor je hormonen, je celmembranen (dat zijn de wanden van je cellen), je hersenen en je immuunsysteem. Bovendien zorgen (goede) vetzuren ervoor dat je vetoplosbare vitamines (vitamine A, D, E en K) kunnen worden verplaatst en opgenomen in je lichaam. Dus weg met die light-producten en gewoon weer goede vetten eten.

Gezonde voeding bestaat deels ook uit (vette) vis en biologische kipproducten

Tja, en dan ontkom je er niet aan om na te denken over eiwitten. Eiwitten zijn enorm belangrijk voor het menselijk lichaam. Het zijn de bouw- en reparatiestoffen van ons lijf. Onze spieren zijn gemaakt uit eiwitten maar ook de celmembranen (de wanden van de cel) en de receptoren op de cellen (die gebruikt worden om te communiceren met de cellen) zijn daarvan gemaakt. Net als onze enzymen, hormonen, neurotransmitters (dat zijn communicatiestoffen in je hersenen) en immunoglobulinen (super belangrijke hulpstoffen van je immuunsysteem, die nodig zijn om je te beschermen tegen indringers). Zonder eiwitten kun je je lichaam dus niet goed onderhouden. Daarnaast leveren eiwitten ons energie op. Eiwitten zitten zowel in plantaardige voeding (bijvoorbeeld groenten, noten en zaden) als in dierlijke voeding. Met name vis, kip en eieren kunnen goede bronnen zijn van eiwitten en zouden niet mogen ontbreken in gezonde voeding. Natuurlijk moet je je dan afvragen waar die producten vandaan komen. Gelukkig zijn er steeds meer goede, biologische kippenboerderijen waar je prima en verantwoord terecht kunt en waar ook aandacht is voor het dierenwelzijn. En ja er is van alles te zeggen over de kwaliteit van onze zeeën, maar toch denk ik dat kleine, vette vis thuis hoort in een gezond voedingspatroon. Vis bevat namelijk niet alleen eiwitten maar is ook een goede bron van vetzuren (de omega-3-vetzuren waar je vast wel van gehoord hebt) die zo belangrijk zijn voor onder andere je hersenen en je immuunsysteem.

Gezonde voeding mag ook af en toe biologisch en grasgevoerd rundvlees bevatten

Rundvlees…. was dat niet kankerverwekkend? Nou, dat is de vraag. Zwaar bewerkte rundvleesproducten uit de intensieve veeteelt, zou ik je inderdaad zeker niet aanraden. En als je bepaalde auto-immuunziekten hebt (zoals de ziekte van Hashimoto bijvoorbeeld) dan past rundvlees waarschijnlijk ook niet in jouw versie van gezonde voeding. Maar als je gezond en actief bent, dan kan af en toe een stukje grasgevoerd rundvlees waarschijnlijk weinig kwaad. Ik spreek bewust over grasgevoerd rundvlees omdat een beest dat zijn natuurlijke voeding heeft gegeten (en daarbij ook nog lekker heeft mogen bewegen) over het algemeen gezond(er) zal zijn dan een beest dat granen of mais te eten krijgt en hutje-mutje-op-een-klutje in de megastal staat. Maar dat spreekt hoop ik toch voor zich??

Gezonde voeding wordt op smaak gebracht met verse kruiden en specerijen

Kruiden en specerijen geven veel smaak aan je gerechten, maar belangrijker nog is dat ze – net als groenten en fruit – barstensvol prachtige bio-actieve plantstoffen zitten. Ze helpen bij het reguleren van allerlei processen in je lichaam. Basilicum bijvoorbeeld is niet alleen gewoon super lekker in de pesto maar helpt ook je energiehuishouding. Tijm verhoogt de weerstand en stimuleert de spijsvertering. Oregano, ook al zo’n Italiaanse krachtpatser, helpt het parasympathische zenuwstelsel (dat is het deel van je zenuwstelsel dat zorgt voor ontspanning) waardoor je spijsvertering beter gaat werken. En zo kun je alle kruiden en specerijen van de wereld in het zonnetje zetten, want ze hebben allemaal zo hun specifieke, lichaamsondersteunende functies. Kruiden en specerijen horen dus zeker thuis in gezonde voeding.

 

Tot zover deel 2. Vergeet vooral niet verder te lezen in deel 3, want niet alleen komt daar alles samen maar deel 3 begint met mijn visie op chocolade en rode wijn (en ja, ik denk echt dat je daar blij van wordt).

 

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op gezonde voeding weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of zoek een deskundig arts, diëtist of therapeut om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Gezonde voeding: wat is dat nu precies (of ongeveer)? – deel 1

Gezonde voeding, daar gaat het regelmatig over: in het nieuws, bij de sportschool, op feestjes en tijdens de koffiepauze op het werk. Heel veel mensen doen hun best om gezond te eten, maar als je de eetgewoonten van die mensen op een rijtje zet, dan zie je dat ze allemaal verschillend zijn. En elk van die mensen kan je precies vertellen waarom wat zij eten gezonde voeding is.

Er lijken net zoveel visies op gezonde voeding te zijn als er mensen zijn. Je kunt je afvragen of er wel een antwoord te vinden is op de vraag: wat is nu eigenlijk gezonde voeding? In deze (en de hierna komende twee) blogpost(en) ga ik met je delen hoe ik daar als orthomoleculair therapeut volgens de kPNI tegenaan kijk.

Als je meer wilt lezen over wat orthomoleculaire therapie eigenlijk is, dan kun je deze blogpost lezen.

 

Gezonde voeding is moment-afhankelijk

Gezonde voeding is die voeding die past bij wie jij op dit moment bent. Het is voeding die past bij hoe jouw lijf op dit moment functioneert. Daarbij speelt je spijsvertering een doorslaggevende rol, want wat je niet kunt verteren is voor jou op dit moment geen gezonde voeding.

Gezond is ook de voeding die past bij hoe jouw leven en activiteitenpatroon er nu uitziet. Dat kan bij wijze van spreken iedere dag anders zijn. Dat klinkt misschien wel erg vermoeiend: elke dag moeten uitvinden wat voor jou gezonde voeding is. Gelukkig hoeft dat niet en zijn er grote gemene delers te vinden in al die visies over gezonde voeding.

Gezonde voeding is gevarieerd en rijk aan voedingsstoffen

Iedereen snapt dat een eenzijdig voedingspatroon met veel kant-en-klaar maaltijden, afhaalmaaltijden of friettent bezoeken niet zo denderend is voor een goede gezondheid. Ook elke dag een boterham met kaas of een aardappeltje met wat vlees is niet aan te raden.

Je lichaam is een heel complex levend organisme dat om een zo breed mogelijk scala aan voedingsstoffen vraagt. Dat betekent dat je dus gevarieerd moet eten. Dat betekent ook dat je je moet afvragen of wat je in je mond stopt wel veel goede voedingsstoffen bevat. Want hoewel kant-en-klaar maaltijden zeker ook voedingsstoffen bevatten, zijn ze vaak ook rijk aan natrium (zout) en bevatten ze regelmatig ook minder gezonde voedingsstoffen. En die boterham met kaas geeft ook niet alles wat je nodig hebt.

Gezonde voeding is zo min mogelijk geraffineerd of anderszins bewerkt

Ook zijn veel mensen zich steeds meer bewust van de risico’s van geraffineerde of anderszins bewerkte producten. Geraffineerde producten zijn vaak ontdaan van hun voedingswaarde en worden dan ook gezien als ‘lege calorieën’; ze vullen wel, maar voeden niet. Voorbeelden van geraffineerde producten zijn brood, pasta, koek (snap je hem al: alles waar meel als basis wordt gebruikt), keukenzout, geharde plantaardige oliën, ‘milde’ olijfolie om mee te bakken, ontgeurde kokosolie.

(Zwaar) bewerkte producten bevatten ook vaak weinig voedingsstoffen, maar wel kunstmatige toevoegingen. Ze zijn in veel gevallen door de bewerkingen die ze hebben ondergaan ook veranderd van structuur. Die kunstmatige toevoegingen zorgen er misschien wel voor dat het product makkelijk constant van smaak, structuur, geur en kleur geproduceerd kan worden en dat het product ook zo fijn lang houdbaar is in jouw voorraadkast, maar je lichaam is er niet zo blij mee.

Kunstmatige toevoegingen hebben verder meestal geen voedingswaarde (anders gezegd: je hebt er dus niets aan), maar je lever is wel druk bezig om deze (nutteloze) bestanddelen uit je voeding onschadelijk te maken en klaar te maken voor vertrek uit je lichaam (en dat kost je dus energie). Als de lever dat niet (goed) kan, dan worden deze bestanddelen ‘veilig’  opgeslagen in je vetcellen. Ik hoef je vast niet uit te leggen, dat je vetcellen daarvoor in principe niet bedacht zijn…

En als de bewerkte producten door hun bewerking van structuur veranderd zijn, dan herkent je lichaam ze mogelijk zelfs niet meer als voeding. Het product wordt dan gezien als een lichaamsvreemde stof en het immuunsysteem gaat aan de slag om jou er tegen te beschermen. Deze onnodige immuunreactie kan voor veel problemen zorgen in je lichaam, zeker als deze reactie veelvuldig en langdurig aan de orde is.

Gezonde voeding bevat zo min mogelijk (toegevoegde) suikers

Gelukkig weten veel mensen inmiddels ook wel dat suiker niet echt past bij een gezond voedingspatroon, in ieder geval niet de witte (geraffineerde) suiker en zeker niet in de hoeveelheden die we in onze huidige voeding (en op de meest onverwachte plaatsen!) aantreffen. Suiker wordt in de voedingsmiddelenindustrie gebruikt als goedkoop conserveringsmiddel, maar dat maakt de effecten daarvan op je lichaam natuurlijk niet anders.

 

In deze blogpost heb ik slechts gesproken over welke voeding niet echt bijdraagt aan het bereiken en behouden van een goede gezondheid. In deel 2 van dit drieluik ga ik laten zien welke voedingsmiddelen wat mij betreft wel op het menu thuis horen als je gezond wilt eten. In deel 3 komt alles dan samen.

 

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op gezonde voeding weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of zoek een deskundig arts, diëtist of therapeut om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.