Je voeding aanpassen, hoe doe je dat?

Steeds vaker hoor ik dat mensen graag iets zouden veranderen in hun voeding, maar niet goed weten hoe ze dat moeten doen. Misschien geldt dat voor jou ook wel. Als dat zo is, dan is deze blogpost helemaal voor jou.

De bezem door je voeding halen

Ruim zes jaar geleden heb ik de bezem door mijn voeding gehaald. Daar was reden voor, want ik had allerlei vage en minder vage klachten waar ik heel graag vanaf wilde. Ik wilde zien wat voeding daarin voor mij kon betekenen. En dat bleek echt ontzettend veel te zijn.

Sinds dat moment 6 jaar geleden, eet ik geen granen en zuivel meer (hoewel ik sinds kort heel af en toe eens smokkel met een goed stukje rauwmelkse kaas). Overal waar ik kom, sleep ik mijn metalen lunchtrommel mee. Als die opengaat, dan zie ik bij mijn tafelgenoten steevast geïnteresseerde en soms zelfs smachtende blikken. De inhoud van die trommel, is heel vaak aanleiding voor allerlei vragen over voeding en waarom ik eet wat ik eet. Nou kun je mij geen groter plezier doen dan mij te vragen over eten, dus dat treft ;-).

Anders eten? Ja graag, maar hoe?

Uit de gesprekken die ik de afgelopen jaren naar aanleiding van het openen van mijn lunchtrommel heb gehad, is mij een ding heel duidelijk geworden. Er zijn zoveel mensen die graag iets willen veranderen aan hun voeding. Ze willen ontdekken wat dat voor hun gezondheid doet. Bijvoorbeeld omdat ze merken dat ze na het eten van hun boterhammetje tussen de midden in een gigantische dip zakken of dat hun buik eigenlijk best duidelijk aangeeft dat het liever iets anders had gehad. Maar ja, ze weten gewoon niet hoe dit aan te pakken en dat snap ik.

Want toen ik destijds besefte dat ik mijn voeding moest gaan aanpassen als ik me beter wilde gaan voelen, stond ook ik voor de grote vraag: Maar hoe dan…?? Waar moet ik beginnen? Ik wilde heel graag een tijdje geen brood meer eten, omdat ik een donker bruin vermoeden had dat ik het daar eigenlijk helemaal niet zo goed op deed. Het probleem was alleen, dat ik zeker 8 boterhammen per dag at en geen idee had wat ik dan wel moest eten zonder honger te hebben. Bovendien werkte ik in die tijd bijna voltijds en was ik van ’s ochtends vroeg tot ongeveer vlak voor het avondeten van huis. Veel tijd om het allemaal anders te doen, was er gewoon niet. Toch wilde ik het perse een serieuze kans geven.

Vallen en opstaan

Met vallen en opstaan heb ik geleerd hoe dat voor mij werkte. In het begin was het echt niet tof (en dan druk ik me nog zacht uit). Maar mijn buik was er zo blij mee. Ik wist dat ik, ondanks dat ik nog veel moest leren, op het goede spoor zat. Ik heb het rigoureus aangepakt en meteen mijn granen en zuivel volledig geschrapt van mijn menu. En hoewel mijn darm het meteen leuk vond, had de rest van mijn lijf er serieus moeite mee. Achteraf gezien had ik deze omschakeling dus beter geleidelijk kunnen doen, maar goed….. Ik ging er vol voor en daar ben ik trots op.

Het veranderen van mijn voeding was ontzettend wennen en zoeken. Vooral ook omdat ik helemaal niets wist over voeding, anders dan “dit is lekker en dit vind ik niet lekker”. Tja, het is een beginnetje, maar voor je gezondheid doet het niet zoveel, deze ‘kennis’. Ik ben begonnen met op te letten. Hoe reageert mijn lichaam als ik iets eet? Wanneer heb ik snel honger na een maaltijd en wanneer heb ik juist de hele middag voldoende energie. Dat was leerzaam. Zo ben ik stapje voor stapje verder gekomen.

Wat ik gaandeweg heb ontdekt

In dit proces heb ik onder andere het volgende ontdekt.

  • Je voeding geleidelijk aanpassen is vaak beter dan rigoureus alles ineens doen.
  • Eén maaltijd veranderen en van daaruit verder kijken, is veel beter haalbaar en vol te houden dan alles ineens doen.
  • Als je loslaat dat ontbijt een bak yoghurt met fruit en cruesli is en lunch een boterham met kaas, dan zijn de mogelijkheden ineens eindeloos. Je kunt zelfs ‘avondeten’ als ontbijt eten. Echt waar, dat kan gewoon!
  • Een goede voorbereiding maakt anders eten voor iedereen haalbaar.
  • Elk seizoen een nieuw, gevarieerd weekmenu maken, zorgt er voor dat je voldoende verschillende voedingsstoffen binnenkrijgt en dat je je tegelijkertijd niet elke week weer opnieuw suf piekert over wat je nu weer moet eten.
  • Weten wat er in je voeding zit en waarom je lichaam dat nodig heeft, maakt het veel makkelijker om maaltijden te maken waar niet alleen je smaakpapillen blij van worden, maar je hele lijf.

Vooral dat laatste was een enorme eye-opener. Door alles dat ik heb gelezen en de opleidingen die ik heb gevolgd, weet ik nu zo ongelooflijk veel over wat voeding met je doet. Welke stoffen er in voeding zitten en welke functies die stoffen in je lijf hebben. Ik ben daardoor echt anders naar voeding gaan kijken. Ik kan nu ook heel snel inschatten of een maaltijd mij voldoende voeding gaat geven of dat het vooral lekker smakende vulling is. Daardoor is het verzinnen van wat ik nu toch weer zal eten echt ongelooflijk veel makkelijker geworden. Ik sta nu gewoon elke zaterdagochtend op de markt en koop producten die in het seizoen zijn, dagvers zijn en waar ik zin in heb. Wat ik er dan mee ga maken, dat zie ik dan later wel. De tijd van lijstjes maken en kookboeken napluizen om weer eens iets anders te eten is voorbij. En dat maakt het leven zoveel makkelijker.

Ook leren hoe je een voedend dagmenu maakt?

Wil jij ook je voeding aanpassen, maar weet je niet goed hoe? Wil jij ook anders leren kijken naar voeding en ontdekken of een maaltijd je gaat voeden of vullen? Regelmatig organiseer ik de inspiratiesessie ‘Ontdek wat jou voedt – de kracht van voeding’ waarin we het juist daarover gaan hebben. Via de website kun je je aanmelden voor de eerst volgende sessie.

6 keer per dag eten of toch niet?

6 keer per dag eten of toch niet?

– over maaltijdfrequentie en hoe je je spijsverteringsvuur brandend houdt

Een paar jaar geleden had ik bijna altijd honger, terwijl ik de hele dag door at. Ik begon de dag met vier bruine boterhammen en bij de lunch at ik er weer vier. Het avondeten bestond uit een flink bord pasta of aardappelen, met groenten en een stukje vlees. En omdat dit allemaal niet genoeg was, at ik ’s ochtends een flinke koek bij de koffie en ’s middags een dikke plak peperkoek bij de thee. Vaak at ik voor het slapen gaan ook nog 2 bruine boterhammen, want dan had ik alweer honger. En als je nu denkt dat ik toen wel tonnetje rond moet zijn geweest, dan moet ik je teleurstellen. Ik was mager en kwam geen gram aan.

In die tijd kreeg ik het advies om vooral elke 2-3 uur iets te eten om mijn spijsverteringsvuur aan te houden. Dat zou zorgen voor een stabiele bloedsuikerspiegel en daarmee zou mijn honger wel over gaan. Nou, helaas…..niet dus!

Op enig moment begon ik dan toch in gewicht aan te komen. Dat was leuk in het begin, maar ook toen de weegschaal het gewicht aangaf waar ikzelf blij van werd, hield het aankomen niet op. Dat was minder leuk. Vooral omdat ik zo in een jaar 12 kilo (!) aankwam en me ondertussen steeds slechter ging voelen. Ik was beland in de fase van pré-diabetes. En…. ik had nog steeds voortdurend honger. Ik voelde me altijd onrustig en werd gaandeweg ook meer en meer moe. Ik leek nooit voldoende energie te hebben om te doen wat ik graag wilde doen.

Het werd tijd voor een andere aanpak. Ik ben aan de slag gegaan met mijn voeding. Zowel met wat ik eet als met hoe vaak ik eet. Dat maakte een einde aan mijn honger en normaliseerde mijn gewicht. Ik ben niet langer pré-diabetes en heb weer volop energie. Honger heb ik alleen nog als ik echt iets moet eten en dat is veel minder vaak dan voorheen. In deze blogpost leg ik je uit waarom dat zo is. 

Eten verandert je bloedsuikerspiegel

Als je eet stijgt kort daarna de hoeveelheid glucose in je bloed: je bloedsuikerspiegel stijgt. Je cellen kunnen uit glucose energie maken. Om dat te kunnen doen moeten je cellen die glucose wel eerst opnemen. Het hormoon insuline helpt je cellen daarbij. Insuline wordt gemaakt door je alvleesklier.

Dat je bloedsuikerspiegel na de maaltijd stijgt is dus normaal. Het is wel belangrijk dat je bloedsuiker binnen een bepaalde bandbreedte blijft, omdat zowel een te lage als een te hoge bloedsuikerspiegel gevaarlijk voor je is. Je hersenen houden dit in de gaten en sturen de alvleesklier aan om dit via de productie en afgifte van de hormonen insuline en glucagon te regelen. 

Als je cellen de glucose uit je bloed opnemen daalt je bloedsuikerspiegel weer. Dat is voor de alvleesklier het signaal om te stoppen met het afgeven van insuline. Zo wordt voorkomen dat je bloedsuikerspiegel teveel daalt en onder het minimumniveau uitkomt. Het duurt gemiddeld zo’n 5-7 uur na de maaltijd voor de hoeveelheid insuline in je bloed weer terug is naar de normaal-stand. Precies op tijd voor je volgende maaltijd.

Waarom je beter niet elke 2-3 uur iets eet

Als je binnen 5-7 uur na je maaltijd opnieuw iets eet, dan begint dit proces gewoon weer opnieuw. Voor een keer is dat niet erg, maar als je dat vaak doet dan verandert dat iets in je lichaam. De hoeveelheid insuline in het bloed komt dan niet meer terug in de normaal-stand maar blijft iets hoger. Als je dan iets eet en je alvleesklier gaat insuline aanmaken, dan wordt de totale hoeveelheid insuline in je bloed iets hoger dan normaal. Daardoor kun je nog meer glucose uit het bloed opnemen in je cellen. Je cellen doen dit ook. Hierdoor daalt je bloedsuikerspiegel tot onder het minimumniveau dat nog goed voor je is. Jij merkt dit omdat je ineens honger krijgt en je die honger niet kunt negeren. Je kunt er ook trillerig van worden of geïrriteerd of boos. Je kunt er hoofdpijn van krijgen, duizelig en geeuwerig van worden of je slap voelen. Je voelt in ieder geval aan alles dat je nú iets moet eten en bij voorkeur iets zoets! Iets zoets eten zorgt er namelijk snel voor dat je bloedsuikerspiegel weer stijgt en binnen de normale bandbreedte komt. Maar je snapt het inmiddels al wel, dat eten is weer een nieuwe maaltijd voor je lichaam en het verhaal start weer van voren af aan. Zo ontstaat een instabiele bloedsuikerspiegel en daar kun je behoorlijk last van hebben.

Wat is nu voor je lichaam precies een maaltijd?

Wat ik hierboven heb uitgelegd, werkt helaas ook zo als je iets drinkt waar je spijsvertering voor nodig is. Bijvoorbeeld frisdrank, sportdrank, koffie met melk, thee met suiker, een glaasje rode wijn, dat ene koekje bij de koffie/thee of dat miniscule kleine handje nootjes of olijven bij je wijntje of glaasje bier. Tja, gezellig is het allemaal niet, maar ook dat is voor je lichaam een maaltijd. Het verhoogt je bloedsuikerspiegel en zet je alvleesklier aan om insuline te maken.

Je alvleesklier overbelasten door te vaak te eten

Als je dus 3 hoofdmaaltijden eet (ontbijt, lunch en avondeten), daarnaast (peper)koek bij de koffie of thee eet en misschien nog ergens een stukje fruit tussendoor, om vier uur het bekende soepje drinkt en ‘s avonds voor het slapen gaan een klein glaasje wijn neemt, dan is je alvleesklier de hele dag ontzettend druk om jouw bloedsuikerspiegel te reguleren. De kans is dan groot dat je alvleesklier op enig moment uit balans raakt omdat hij het niet meer bij kan houden. Dat is het moment waarop je altijd honger hebt en de hele dag door moet eten om “je spijsverteringsvuur” aan te houden en je bloedsuikerspiegel te proberen in evenwicht te houden. Een maaltijd overslaan is dan ondenkbaar. Het idee alleen al maakt dat je onrustig wordt.

Dat op deze manier je bloedsuikerspiegel helemaal uit balans kan raken is één ding, maar je alvleesklier komt zo waarschijnlijk ook niet toe aan zijn andere functie: het maken van enzymen die je nodig hebt om je eten te verteren. En dat is eigenlijk de belangrijkste functie van je alvleesklier. Het is dus zaak om de alvleesklier voldoende rust te gunnen. Niet alleen kan hij zo herstellen, maar zo blijft er ook voldoende energie en tijd over om spijsverteringsenzymen te maken.

Ik heb inmiddels niet alleen bij mezelf maar ook bij bijna al mijn klanten gemerkt dat het verminderen van de hoeveelheid “maaltijden” op een dag een groot positief effect heeft, zowel op de spijsvertering als op het energieniveau. Om de hoeveelheid maaltijden te verminderen moeten we wel kijken naar wat iemand in een maaltijd eet. Als je de hele dag door koolhydraten eet, dan is het namelijk veel moeilijker om minder vaak te eten dan wanneer je vooral voldoende gezonde vetten en eiwitten eet. Dat komt omdat je meer en langer energie kunt halen uit vetten en eiwitten dan uit koolhydraten. Je voelt je dan langer verzadigd en als je geen honger hebt, ga je waarschijnlijk ook niet eten. Zo ontstaat een ritme van “eten – niet eten” waarbij je alvleesklier kan herstellen. Ik leg dat mijn klanten eigenlijk altijd als volgt uit.

Hoe kun je je spijsverteringsvuur het beste aanhouden?

Vergelijk je spijsverteringsvuur met een haardvuur. Je kunt een haardvuur aanmaken met twijgjes, kleine takken en grote houtblokken. Het is heel makkelijk om een haardvuur aan te krijgen met alleen maar twijgjes. Probleem is wel dat die twijgjes snel opbranden en dan moet je weer nieuwe twijgjes op het vuur gooien. Je krijgt er een instabiel en kort brandend vuur van. Je bent de hele dag druk met het aanhouden van je vuur en hebt geen rust of ruimte om iets anders of niks te doen. Een vuur van alleen maar (of voornamelijk) twijgjes is dus geen fijn vuur.

Als je het vuur probeert aan te maken met alleen maar kleine takken en grote houtblokken dan gaat je dat waarschijnlijk niet lukken. Je hebt de twijgjes nodig om het vuur aan te krijgen. Is het vuur eenmaal aan, dan zal het wel langer aanblijven omdat het langer duurt voor de takken en houtblokken opgebrand zijn. Zo ontstaat een mooi en rustig vuur. Een vuur van een combinatie van twijgjes, kleine takken en grote houtblokken geeft dus het beste resultaat.

Precies zo is het ook met voeding en je spijsverteringsvuur. De twijgjes zijn de koolhydraten (groenten, fruit, aardappelen, granen en suiker), de kleine takken zijn de eiwitten (vlees, vis, gevogelte, eieren, noten, zaden, pitten en groenten) en de grote houtblokken zijn de vetten (vette vis, eieren, extra vierge olijf- of kokosolie, kokosproducten, olijven, noten, zaden, pitten).

Je spijsverteringsvuur aanhouden met vooral snelle koolhydraten, zoals allerlei varianten van graan (brood, muesli, crackers, koek, pasta, rijst), is een lastig en tijdrovende bezigheid. Je moet de hele dag door eten en je alvleesklier gaat dat waarschijnlijk op de lange duur niet fijn vinden. Het gaat erom dat je een voor jouw lichaam geschikte mix vindt van koolhydraten (bij voorkeur in de vorm van groenten en fruit en – als je niet ziek bent – af en toe granen en aardappelen), eiwitten en (gezonde) vetten. Alleen die combinatie maakt het mogelijk dat je minder vaak op een dag kunt eten en je je alvleesklier rust kunt geven. Zo kun je zorgen voor een gezonde eetstijl en problemen in je bloedsuikerspiegel voorkomen. Het resultaat is een stabiele energie voor je lichaam zodat jij lekker kunt doen waar je blij van wordt. Hoe mooi is dat?

Zelf ervaren wat minder vaak eten met je doet?

Ik kan me zomaar voorstellen dat je na het lezen van deze blogpost zelf wilt ervaren wat het verminderen van je maaltijdfrequentie met je doet. Wil je dat doen, let dan vooral op het volgende:

  • verander eerst de samenstelling van je maaltijden: voeg meer gezonde vetten en eiwitten toe en verminder het gebruik van granen, aardappelen en suiker. Meer lezen over de orthomoleculaire / kPNI visie op gezonde voeding lees dan deze blogpost eens;
  • kijk dan stapje voor stapje of het je lukt om steeds één maaltijd per dag minder te eten tot je uitkomt op 3 maaltijden per dag. Begin met het weglaten van een tussendoortje of eet dat aansluitend aan je maaltijd;
  • lukt dit niet of voelt het helemaal niet goed? Schakel dan vooral een deskundige orthomoleculaire therapeut of arts in. Als je wilt, kan ik je helpen. Neem dan even contact met me op.

Als je ziek bent, zwanger bent, borstvoeding geeft, diabetes of longproblemen hebt of een ondergewicht, dan raad ik je met klem aan om alleen veranderingen aan te brengen in je eetgewoonten onder begeleiding van een deskundige orthomoleculaire therapeut of arts. In die gevallen kan het namelijk onverstandig zijn of extra ondersteuning vragen om je eetpatroon te veranderen.

Heb je vragen of wil je meer weten over wat orthomoleculaire / kPNI therapie voor jou kan betekenen? Laat het me weten! Je bent van harte welkom in mijn praktijk. Ik ga graag met jou ontdekken…. ontdekken wat jou voedt!

Hartegroet,

Chantal

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op een gezonde leefstijl weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon of leefstijl vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of vind een deskundig arts, diëtist of therapeut om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Gezonde voeding: wat is dat nu precies (of ongeveer)? – deel 3

Deze blogpost maakt deel uit van een drieluik. In de eerste twee delen heb ik gesproken over gezonde voeding in het algemeen en wat je beter niet zou eten (deel 1) en meer concreet over wat er dan wel op het menu staat (deel 2). En in deze blogpost volgt de conclusie van dit drieluik, maar niet nadat ik eerst nog – zoals beloofd – mijn visie op chocolade en rode wijn geef.

 

Gezonde voeding mag worden opgeleukt met biologische chocolade (minimaal 75% cacao) en rode wijn

Je dacht natuurlijk dat ik er nooit over zou beginnen, maar heus, af en toe een lekker en verantwoord stukje pure chocolade of een goed glas biologische rode wijn zijn wat mij betreft bevorderlijk voor je gezondheid. Al was het maar omdat je er intens van zit te genieten en je dus ontspant. En dat is in ieder geval goed voor je. Bovendien bevatten biologische cacao en rode druiven resveratrol (een bio-actieve plantstof) waarvan gezegd wordt dat deze goed is voor je hart en bloedvaten. In ieder geval bevat cacao ook magnesium en daarvan hebben veel mensen tekorten. Dus geniet, maar met mate, van je stukje chocolade of je glaasje rode wijn.

 

Samengevat: wat is gezonde voeding nu?

Kort samengevat kun je zeggen dat gezonde voeding in ieder geval:

  • afhankelijk is van het huidige moment en hoe het nu met jou gaat (dat is toch echt wel belangrijk)
  • gevarieerd is (dus niet elke dag granen eten, je eet toch ook niet elke dag broccoli…?!)
  • rijk aan voedingsstoffen is (dus zo min mogelijk kant-en-klaar maaltijden, afhaalmaaltijden of friettent bezoeken bevat)
  • zo min mogelijk geraffineerd of anderszins bewerkt is (en dus ook zo min mogelijk kunstmatige toevoegingen bevat)
  • zo min mogelijk (toegevoegde) suikers bevat
  • in de basis bestaat uit (biologische) groenten en fruit
  • ruimschoots voldoende goede vetten bevat
  • deels ook bestaat uit (vette) vis en biologische kipproducten
  • in de meeste gevallen af en toe biologisch en grasgevoerd rundvlees mag bevatten
  • op smaak wordt gebracht door verse kruiden en specerijen
  • mag worden opgeleukt met biologische chocolade (minimaal 75% cacao) en rode wijn

 

En nu aan de slag

Als je na het lezen van deze blogpost serie enthousiast bent geworden en aan de slag wilt gaan met het veranderen van je voedingspatroon, dan is het goed om rekening te houden met het volgende.

Het veranderen van je voedingspatroon kan ingewikkeld zijn. Ineens blijkt dat wat je altijd at, niet allemaal meer zo goed past bij wat je wilt gaan eten. Hoe ga je die oude producten dan vervangen? Misschien ga je ze wel niet vervangen en zoek je gewoon een volstrekt nieuwe kijk op voeding. Hoe pak je dat dan aan? De bedoeling is dat je eetpatroon gezonder wordt en natuurlijk niet dat je tekorten gaat oplopen. Ook is niet de bedoeling dat je omvalt van de honger of kilo’s aankomt (omdat je bijvoorbeeld ineens wel extra noten, zaden en andere goede vetten gaat eten maar niets van je oude vertrouwde voedingsmiddelen laat staan). Fijn is ook als het veranderen van je voeding niet een hele berg stress oplevert, want dat is in ieder geval niet gezond. Want tja, hoe past die nieuwe voedingswijze eigenlijk in in je drukke leven? Dat blijkt soms ook nog wat hoofdbrekers te geven. Veel mensen zijn alsmaar druk en gezonde voeding kost in de praktijk, zeker in het begin, toch echt wat meer tijd om te bedenken en te maken. Dat is ook logisch natuurlijk, want je at al jaren op de automatische piloot en nu moet je er over gaan nadenken. Je at al jaren die boterham met kaas en nu wil je minder geraffineerde producten eten en wil je een salade tussen de middag omdat je dan meer voedingsstoffen binnenkrijgt. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar het veranderen van je voeding is toch echt een leefstijl verandering en dat kan heel wat van je aanpassingsvermogen vragen.

En wat nu als je je voedingspatroon wilt aanpassen omdat je op dit moment kampt met gezondheidsklachten en je hoopt dat het veranderen van je voeding die klachten kan verminderen? Dat kan misschien best wel, maar dan moet je wel weten waar je aan begint en wat je aan het doen bent. Voor je het weet, vererger je goedbedoeld de boel en dat willen we natuurlijk niet.

Moraal van het verhaal: het veranderen van je voedingspatroon vraagt om deskundige begeleiding. Een orthomoleculair therapeut kan die begeleiding bieden. Maak daar vooral gebruik van; daar zijn ze voor. Zoek er een bij jou in de buurt en ga lekker samen aan de slag. Want hoe je het ook wendt of keert, het gaat er altijd om om te ontdekken wat jou voedt!

 

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op gezonde voeding weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of zoek een deskundig arts, diëtist of therapeut om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Gezonde voeding: wat is dat nu precies (of ongeveer)? – deel 2

Deze blogpost maakt onderdeel uit van een drieluik. In het eerste deel heb ik in algemene zin gesproken over gezonde voeding en wat daaronder niet valt. Je vindt dit deel hier. In dit deel ga ik concreter in op wat er wel op het menu staat als je gezonde voeding eet. In het derde deel komt dan alles samen.

 

Gezonde voeding bestaat in de basis uit groenten en fruit

Gelukkig weten de meeste mensen wel dat (biologische) groenten en fruit belangrijk zijn omdat ze barstens vol vitamines en bio-actieve plantstoffen zitten. Vitamines werken als co-factoren bij enzymatische processen. Dat klinkt ingewikkeld, maar wil niets anders zeggen dan dat vitamines enzymen helpen om een chemische reactie in of buiten je cellen tot stand te brengen of te beïnvloeden. Een enzym is een soort katalysator voor dit soort reacties. Hierdoor kunnen processen in je lichaam dus goed blijven werken of – bij een tekort aan bepaalde vitamines – juist niet meer zo goed werken. Vitamines spelen in ieder geval een belangrijke rol voor je hart, je immuunsysteem, de ontgifting (door je lever), het behoud van voldoende energie, de reparatie van je DNA en het reguleren van stress. Heel belangrijk dus, die vitamines. Daarnaast bevatten groenten en fruit, zoals gezegd, bio-actieve plantstoffen. Dat zijn stoffen die bijvoorbeeld ontstekingen remmen, anti-bacterieel of antiviraal zijn (ze beschermen je dus tegen bacteriën en virussen); best handig…! Om al deze redenen staan groenten en fruit aan de basis van gezonde voeding.

Gezonde voeding bevat ruimschoots voldoende goede vetten

Vetten… weet je het zeker?! Ja, ik weet het zeker. De anti-vetlobby van de afgelopen 50 jaar is nu toch wel echt op zijn einde aan het komen en er is een overdonderende hoeveelheid wetenschappelijk bewijs dat goede vetten heel belangrijk zijn voor het goed functioneren van ons lichaam. En dan heb ik het niet over margarine, koolzaadolie, zonnebloemolie, arachideolie of andere, vaak enorm geraffineerde plantaardige oliën die vooral de al zo rijkelijk in ons menu vertegenwoordigde omega-6-vetzuren bevatten. Nee, ik heb het over roomboter (echt, dat mag weer!), ghee (dat is roomboter ontdaan van de melkeiwitten waardoor mensen die daarvoor gevoelig zijn dit wel kunnen gebruiken), extra vierge olijfolie en extra vierge kokosolie. Maar ook over avocado’s en avocado-olie, noten en zaden (in beperkte hoeveelheden), vette zeevis en de huid van die (biologische) kippendij of -poot. Allemaal mooie bronnen van goede vetten die niet alleen helpen met je energiehuishouding, maar ook de bouwstenen leveren voor je hormonen, je celmembranen (dat zijn de wanden van je cellen), je hersenen en je immuunsysteem. Bovendien zorgen (goede) vetzuren ervoor dat je vetoplosbare vitamines (vitamine A, D, E en K) kunnen worden verplaatst en opgenomen in je lichaam. Dus weg met die light-producten en gewoon weer goede vetten eten.

Gezonde voeding bestaat deels ook uit (vette) vis en biologische kipproducten

Tja, en dan ontkom je er niet aan om na te denken over eiwitten. Eiwitten zijn enorm belangrijk voor het menselijk lichaam. Het zijn de bouw- en reparatiestoffen van ons lijf. Onze spieren zijn gemaakt uit eiwitten maar ook de celmembranen (de wanden van de cel) en de receptoren op de cellen (die gebruikt worden om te communiceren met de cellen) zijn daarvan gemaakt. Net als onze enzymen, hormonen, neurotransmitters (dat zijn communicatiestoffen in je hersenen) en immunoglobulinen (super belangrijke hulpstoffen van je immuunsysteem, die nodig zijn om je te beschermen tegen indringers). Zonder eiwitten kun je je lichaam dus niet goed onderhouden. Daarnaast leveren eiwitten ons energie op. Eiwitten zitten zowel in plantaardige voeding (bijvoorbeeld groenten, noten en zaden) als in dierlijke voeding. Met name vis, kip en eieren kunnen goede bronnen zijn van eiwitten en zouden niet mogen ontbreken in gezonde voeding. Natuurlijk moet je je dan afvragen waar die producten vandaan komen. Gelukkig zijn er steeds meer goede, biologische kippenboerderijen waar je prima en verantwoord terecht kunt en waar ook aandacht is voor het dierenwelzijn. En ja er is van alles te zeggen over de kwaliteit van onze zeeën, maar toch denk ik dat kleine, vette vis thuis hoort in een gezond voedingspatroon. Vis bevat namelijk niet alleen eiwitten maar is ook een goede bron van vetzuren (de omega-3-vetzuren waar je vast wel van gehoord hebt) die zo belangrijk zijn voor onder andere je hersenen en je immuunsysteem.

Gezonde voeding mag ook af en toe biologisch en grasgevoerd rundvlees bevatten

Rundvlees…. was dat niet kankerverwekkend? Nou, dat is de vraag. Zwaar bewerkte rundvleesproducten uit de intensieve veeteelt, zou ik je inderdaad zeker niet aanraden. En als je bepaalde auto-immuunziekten hebt (zoals de ziekte van Hashimoto bijvoorbeeld) dan past rundvlees waarschijnlijk ook niet in jouw versie van gezonde voeding. Maar als je gezond en actief bent, dan kan af en toe een stukje grasgevoerd rundvlees waarschijnlijk weinig kwaad. Ik spreek bewust over grasgevoerd rundvlees omdat een beest dat zijn natuurlijke voeding heeft gegeten (en daarbij ook nog lekker heeft mogen bewegen) over het algemeen gezond(er) zal zijn dan een beest dat granen of mais te eten krijgt en hutje-mutje-op-een-klutje in de megastal staat. Maar dat spreekt hoop ik toch voor zich??

Gezonde voeding wordt op smaak gebracht met verse kruiden en specerijen

Kruiden en specerijen geven veel smaak aan je gerechten, maar belangrijker nog is dat ze – net als groenten en fruit – barstensvol prachtige bio-actieve plantstoffen zitten. Ze helpen bij het reguleren van allerlei processen in je lichaam. Basilicum bijvoorbeeld is niet alleen gewoon super lekker in de pesto maar helpt ook je energiehuishouding. Tijm verhoogt de weerstand en stimuleert de spijsvertering. Oregano, ook al zo’n Italiaanse krachtpatser, helpt het parasympathische zenuwstelsel (dat is het deel van je zenuwstelsel dat zorgt voor ontspanning) waardoor je spijsvertering beter gaat werken. En zo kun je alle kruiden en specerijen van de wereld in het zonnetje zetten, want ze hebben allemaal zo hun specifieke, lichaamsondersteunende functies. Kruiden en specerijen horen dus zeker thuis in gezonde voeding.

 

Tot zover deel 2. Vergeet vooral niet verder te lezen in deel 3, want niet alleen komt daar alles samen maar deel 3 begint met mijn visie op chocolade en rode wijn (en ja, ik denk echt dat je daar blij van wordt).

 

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op gezonde voeding weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of zoek een deskundig arts, diëtist of therapeut om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.

Gezonde voeding: wat is dat nu precies (of ongeveer)? – deel 1

Gezonde voeding, daar gaat het regelmatig over: in het nieuws, bij de sportschool, op feestjes en tijdens de koffiepauze op het werk. Heel veel mensen doen hun best om gezond te eten, maar als je de eetgewoonten van die mensen op een rijtje zet, dan zie je dat ze allemaal verschillend zijn. En elk van die mensen kan je precies vertellen waarom wat zij eten gezonde voeding is.

Er lijken net zoveel visies op gezonde voeding te zijn als er mensen zijn. Je kunt je afvragen of er wel een antwoord te vinden is op de vraag: wat is nu eigenlijk gezonde voeding? In deze (en de hierna komende twee) blogpost(en) ga ik met je delen hoe ik daar als orthomoleculair therapeut volgens de kPNI tegenaan kijk.

Als je meer wilt lezen over wat orthomoleculaire therapie eigenlijk is, dan kun je deze blogpost lezen.

 

Gezonde voeding is moment-afhankelijk

Gezonde voeding is die voeding die past bij wie jij op dit moment bent. Het is voeding die past bij hoe jouw lijf op dit moment functioneert. Daarbij speelt je spijsvertering een doorslaggevende rol, want wat je niet kunt verteren is voor jou op dit moment geen gezonde voeding.

Gezond is ook de voeding die past bij hoe jouw leven en activiteitenpatroon er nu uitziet. Dat kan bij wijze van spreken iedere dag anders zijn. Dat klinkt misschien wel erg vermoeiend: elke dag moeten uitvinden wat voor jou gezonde voeding is. Gelukkig hoeft dat niet en zijn er grote gemene delers te vinden in al die visies over gezonde voeding.

Gezonde voeding is gevarieerd en rijk aan voedingsstoffen

Iedereen snapt dat een eenzijdig voedingspatroon met veel kant-en-klaar maaltijden, afhaalmaaltijden of friettent bezoeken niet zo denderend is voor een goede gezondheid. Ook elke dag een boterham met kaas of een aardappeltje met wat vlees is niet aan te raden.

Je lichaam is een heel complex levend organisme dat om een zo breed mogelijk scala aan voedingsstoffen vraagt. Dat betekent dat je dus gevarieerd moet eten. Dat betekent ook dat je je moet afvragen of wat je in je mond stopt wel veel goede voedingsstoffen bevat. Want hoewel kant-en-klaar maaltijden zeker ook voedingsstoffen bevatten, zijn ze vaak ook rijk aan natrium (zout) en bevatten ze regelmatig ook minder gezonde voedingsstoffen. En die boterham met kaas geeft ook niet alles wat je nodig hebt.

Gezonde voeding is zo min mogelijk geraffineerd of anderszins bewerkt

Ook zijn veel mensen zich steeds meer bewust van de risico’s van geraffineerde of anderszins bewerkte producten. Geraffineerde producten zijn vaak ontdaan van hun voedingswaarde en worden dan ook gezien als ‘lege calorieën’; ze vullen wel, maar voeden niet. Voorbeelden van geraffineerde producten zijn brood, pasta, koek (snap je hem al: alles waar meel als basis wordt gebruikt), keukenzout, geharde plantaardige oliën, ‘milde’ olijfolie om mee te bakken, ontgeurde kokosolie.

(Zwaar) bewerkte producten bevatten ook vaak weinig voedingsstoffen, maar wel kunstmatige toevoegingen. Ze zijn in veel gevallen door de bewerkingen die ze hebben ondergaan ook veranderd van structuur. Die kunstmatige toevoegingen zorgen er misschien wel voor dat het product makkelijk constant van smaak, structuur, geur en kleur geproduceerd kan worden en dat het product ook zo fijn lang houdbaar is in jouw voorraadkast, maar je lichaam is er niet zo blij mee.

Kunstmatige toevoegingen hebben verder meestal geen voedingswaarde (anders gezegd: je hebt er dus niets aan), maar je lever is wel druk bezig om deze (nutteloze) bestanddelen uit je voeding onschadelijk te maken en klaar te maken voor vertrek uit je lichaam (en dat kost je dus energie). Als de lever dat niet (goed) kan, dan worden deze bestanddelen ‘veilig’  opgeslagen in je vetcellen. Ik hoef je vast niet uit te leggen, dat je vetcellen daarvoor in principe niet bedacht zijn…

En als de bewerkte producten door hun bewerking van structuur veranderd zijn, dan herkent je lichaam ze mogelijk zelfs niet meer als voeding. Het product wordt dan gezien als een lichaamsvreemde stof en het immuunsysteem gaat aan de slag om jou er tegen te beschermen. Deze onnodige immuunreactie kan voor veel problemen zorgen in je lichaam, zeker als deze reactie veelvuldig en langdurig aan de orde is.

Gezonde voeding bevat zo min mogelijk (toegevoegde) suikers

Gelukkig weten veel mensen inmiddels ook wel dat suiker niet echt past bij een gezond voedingspatroon, in ieder geval niet de witte (geraffineerde) suiker en zeker niet in de hoeveelheden die we in onze huidige voeding (en op de meest onverwachte plaatsen!) aantreffen. Suiker wordt in de voedingsmiddelenindustrie gebruikt als goedkoop conserveringsmiddel, maar dat maakt de effecten daarvan op je lichaam natuurlijk niet anders.

 

In deze blogpost heb ik slechts gesproken over welke voeding niet echt bijdraagt aan het bereiken en behouden van een goede gezondheid. In deel 2 van dit drieluik ga ik laten zien welke voedingsmiddelen wat mij betreft wel op het menu thuis horen als je gezond wilt eten. In deel 3 komt alles dan samen.

 

Disclaimer: De inhoud van deze blogpost geeft mijn persoonlijke visie op gezonde voeding weer en is uitdrukkelijk niet bedoeld als individueel advies aan jou als lezer noch als vervanging van begeleiding door een therapeut of arts. Het veranderen van je voedingspatroon vraagt namelijk om deskundige begeleiding, zeker als je gezondheidsklachten hebt of in verwachting bent. Neem bij gezondheidsklachten of zwangerschap daarom altijd contact op met je huisarts en/of zoek een deskundig arts, diëtist of therapeut om je te begeleiden bij veranderingen in je eetpatroon. De lezer wordt ook gewezen op de van toepassing zijnde algemene disclaimer die hier te lezen is.